VROUWEN- EMANCIPATIE
In de voorgaande stukken hebben wij gezien dat het niet mogelijk is en ook niet juist zou zijn om over de „emancipatie" zoals wij die anno 1973 kennen, te spreken los van de bijbelse en historische achtergrond. De emancipatie van nu komt niet zomaar uit de lucht vallen, is in de geschiedenis niet zonder antecedenten.
Autonoom zijn, dat wil zeggen: zichzelf de wet stellen, zelf de normen bepalen volgens welke men wil leven, geen rekening houden met en je niet laten beperken door wie of wat ook. Dat is een verlangen dat ieder van ons heeft. De slang bleek een goede kenner van het hart toen hij beloofde: „Gij zult als God zijn, kennende het goed en het kwaad" (Gen. 3 : Sb). Adam en Eva wilden maar al te graag autonoom zijn, zélf uitmaken wat ze wel en niet zouden doen. Wat de gevolgen van dit verlangen naar autonomie, zelfbeschikking geweest zijn en nog zijn weten wij allemaal.
Hoewel we in deze zin de zondeval als eerste emancipatieproces, proces van bevrijding uit gezag, kunnen zien, is er toch een wezenlijk verschil met emancipatieprocessen in de geschiedenis.
En wel dit: ihoe graag we ook eigen heer en meester willen zijn. God heeft en houdt het laatste woord over ons levert. We kunnen leven alsof er geen God bestaat, maar daarmee maken we
Gods geboden en inzettingen niet ongedaan. Van onze kant is er geen werkelijke emancipatie, bevrijding van Gods gezag mogelijk, omdat Gods Woord ons mensen schuldig blijft stellen.
In de geschiedenis was het vaak zo dat de ene groep de andere overheerste; de ene groep kwam dan in opstand en probeerde in plaats van een tweederangs-positie een volwaardige plaats in de samenleving te krijgen. Denk aan de emancipatie van de arbeiders in de negentiende eeuw: via wettelijke bepalingen ten aanzien van werktijd, loon, vrouwen-ert kinderarbeid zijn veel sociale misstanden tegengegaan. Daar was ook sprake van emancipatie, van bevrijding uit de macht van een fabriekseigenaar. Maar omdat het hierbij gaat om het gezag van de ene mens over de andere hebben we te maken met een heel andere situatie dam wanneer het gaat om het gezag van God en Zijn Woord over ons.
Emancipatie is dus een proces waarbij een sociale groep uit een tweederangspositie in de samenleving oprukt naar een volwaardige plaats, om de omschrijving uit het vorige artikel nog even in de herinnering te roepen. Wanneer nu. in onze tijd sterk de nadruk gelegd wordt op gelijke kansen in onderwijs en beroep voor jongens en meisjes, mannen en vrouwen, op gelijke beloning voor gelijke arbeid, is er enerzijds overeenkomst tussen deze emancipatie, dit streven naar een volwaardige positie en de emancipatie van andere groepen in de samenleving. Anderzijds is deze vorm van emancipatie, zoal» prof. van Bruggen opmerkt (in: Emancipatie en Bijbel, p. 7.), volkomen anders dan do emancipatieprocessen uit de geschiedenis: daar ontworstelt de ene groep of klasse zich aan het 'gezag en overwicht van de andere, daar nemen bijvoorbeeld de regenten de macht van de adel over. Bij emancipatie van de vrouw staan twee mensen, staat de mens, staan man en vrouw tegenover elkaar als onderdrukkers en onderdrukten. En dat is toch wel weer heel anders dan wanneer het gaat om twee tegengestelde maatschappelijke groepen.
Waarom is in onze tijd vrouwenemancipatie zo actueel? Hebben vrouwen dan zoveel reden tot klagen? Hebben meisjes en vrouwen edht minder kansen in de maatschappij? Is het waar wat het radikaal-feministische maandblad „Opzij" als uitgangspunt formuleert: „Opzij gaat ervan uit dat vrouwen zijn achtergehouden en achtergebleven en dat zélf nog maar nauwelijks in de gaten hebben".
Vrouwenbewegingen vroeger
Zo'n honderd jaar geleden' was het heel ongepast en ongebruikelijk als een meisje uit de „betere kringen" zou willen gaan werken. Met je eigen handen je brood verdienen, dat hoorde niet voor een fatsoenlijke vrouw. Alleen liefdadigheidswerk kon in aanmerking komen. In de negentiende eeuw waren er veel ongehuwde mannen en vrouwen'. Mannen trouwden vaak niet of pas laat, omdat ze de kosten die een huishouden en een gezin met zich meebrengen niet konden dragen. De vele ongetrouwde vrouwen hadden noch de opleiding, noch de mogelijkheid om in hun eigen onderhoud te voorzien. En dat terwijl in heel wat gezinnen uit de „betere kringen" stille armoe werd geleden en men zijn best moest doen om tegenover de buitenwereld een schijn van welstand op te houden'. De dochters in die gezinnen konden niet hun steentje bijdragen, want dat hoorde niet. Tegen deze achtergrond moeten we het werk zien van bijvoorbeeld Minette Storm-van der Chijs, die geijverd heeft voor de oprichting van de Amsterdamse Industrieschool voor meisjes in 1865 en de Haarlemse meisjeshbs in 1869. Verpleging, tot die tijd het werk van gevangenen uit de strafkolonie Veenhuizen, en betere voeding door middel van Volksgaarkeukens waren ook twee belangrijke zaken die de vroege feministen (= mensen die ijveren voor een betere positie van de vrouw) aangepakt hebben.
Vrouwenkiesrecht was ook een belangrijk punt van het actieprogramma. Na 1919, het jaar waarin het actieve vrouwenkiesrecht een feit werd, horen we niet zoveel meer van de vrouwenbewegingen. In die tijd waren dus allerlei vormen van onderwijs toegankelijk geworden voor meisjes. Ook voor zo iets heel gewoons als het feit dat er verpleegsters zijn, zijn we dus dank verschuldigd aan de vroege feministen!
Doorbraak
Gelijke kansen waren er zo langzamerhand wel; het aantal vrouwen met een beroepsopleiding steeg. Er is weinig reden tot klagen meer, lijkt het. Maar dan verschijnt in 1967 een artikel van Joke Kool-Smit in De Gids, met als titel: „Het onbehagen van de vrouw". Dit onbehagen werd, aldus Joke Kool-Smit, veroorzaakt door de kloof die veel vrouwen voelden' tussen hun verwachtingen na een hoge, soms universitaire op-
leiding en hun feitelijke positie als huisvrouw. Zij zegt dan dat de vrouw nog steeds weinig kans krijgt cm een goede baan of parttime baan te krijgen, cm in haar werk promotie te maken, om hogere functies te krijgen, kortom, zij zegt dat de vrouw gediscrimineerd wordt. Mede door haar toedoen werd in 1968 de emancipatiegroep Man-Vrouw Maatschappij (M.V.M.) opgericht. Deze groep was in het begin vooral gericht op steun aan getrouwde vrouwen die wilden werken. Daarvoor achtte men nodig: doorbreken van de starre rolpatronen tussen man en vrouw. De eerste uitgave van M.V.M. heette: „Rok en rol"; roldeorbraak, niet vastzitten aan een voorgeschreven gedrag, is in deze uitgave het sleutelwoord. 1
Emancipatie en politieke achtergrond.
Man Vrouw Maatschappij ging in hot begin uit van cle bestaande maatschappij; in de maatschappij zoals "wij die ken'nen moet de vrouw rneer inbreng hebben. Dat is een heel andere visie dan die van de Dolle Mina's die er in 1970 opeens waren en die door hun provocerende gedrag (mannen op. straat nafluiten en dergelijke) meteen de voorpagina's van de dagbladen haalden. Het uitgangspunt van Dolle Mina was: de vrouw wordt onderdrukt en die onderdrukking is niet los te zien van de maatschappelijke opbouw; zolang de maatschappij niet verandert zal de vrouw ook nooit een volwaardige plaats krijgen. Omdat Dolle Mina gericht is op maatschappijverandering, wil ze zich niet in l& ten passen in deze maatschappij, die „paternalistisch", dat wil zeggen bevoogdend, betuttelend is. Dat is bij de „Emancipade", de grote emancipatieibeurs die in mei en' juni 1975 in Utrecht gehouden werd, gebleken: daar ontbraken de Dolle Mina's. Waarom? Omdat die hele tentoonstelling werd georganiseerd binnen het kader van de maatschappij clie Dolle Mina nu juist aanvecht. Meedoen had betekend: zich in laten passen in de bestaande or.de. Dus heeft Dolle Mina toen eigen weekends georganiseerd. De politieke achtergrond van Dolle Mina is vanaf het begin duidelijk links tot zeer linksi geweest. Het gaat in de eerste plaats om klassestrijd, om maatschappijhervorming, en in de tweede plaats om feminisme, om verandering in de positie van dè vrouw. Voor Man Vrouw Maatschappij kwam feminisme eerst, en daarna volgden de maatschappelijke veranderingen. Kwam, want nu is het aantal leden van M.V.M. dat emancipatie binnen het bestaande systeem wil, sterk dalende.
Alleen in een maatschappij die volkomen anders is dan de onze zal de men's volledig mens kunnen zijn. Onze samenleving is „paternalistisch". Het gezin is paternalistisch, de school is het, enzovoorts. In „paternalistisch" zit het woord „pater", vader. De paternalistische maatschappij is dus ook de maatschappij waar de man, de vader, het gezinshoofd, de fabrieksdirecteur of de politicus of wat voor mannen er maar te bedenken zijn, de toon. aangeven en de leidende posities hebben. Nu moet er geijverd worden voor een maatschappij waar cle vrouw meer inbreng 'heeft; dat zal een „menselijker" 'maatschappij zijn, want daar zullen' specifiek vrouwelijke eigenschappen als tact, geduld en verdraagzaamheid een grotere rol gaan spelen dan in de cp prestatie en prestige gerichte mannenmaatschappij. Deze kijk cp de mens is het gevolg van een niet op de werkelijkheid gebaseerd optimisme. Iedereen die bijvoorbeeld een ziekenhuis van binnenuit kent weet dat in zo'n kleine „maatschappij' waar vrouwen de leiding hebben minstens evenveel haat en nijd, jaloezie én concurrentie heerst als in een mannengemeenschap.
Tenslotte
We hebben geconstateerd dat emancipatie bijna altijd de notie , , autonomie" heeft. En wat de bijbel over het menselijk streven naar autonomie zegt hebben we in het eerste hoofdstuk gelezen. Als emancipatie een soort van gewelddadige bevrijding en ' een' streven van omverwerping van de maatschappij is moeten we het afkeuren. Dat neemt niet weg, dat ik meen te moeten zeggen dat we wel voor een volwaardige participatie van de vrouw kunnen zijn, voor actieve deelname aan en betrokkenheid op het openbare leven. Uiteraard is dit niet altijd mogelijk en verantwoord. Ik denk b.v. aan de gehuwde vrouw in een gezin. De betrokkenheid van de vrouw op het maatschappelijk leven 'hoeft niet gepaard te gaan met de strijdbare houding die men vaak tegenover mannen én de „mannenmaatschappij" inneemt; man en vrouw zij.n beiden rentmeesters ever de hun door God toebetrouwde gaven en zullen beiden rekenschap af te leggen hebben van hun rentmeesterschap. En rekenschap af moeten leggen na dit leven' is niet te verenigen met autonoom zijn in dit leven.
Voor literatuuropgave en gespreksvragen verwijzen naar blz. 422.
De literatuur en de gespreksvragen hebben betrekking op de bijlage in dit nummer.
Literatuur
Over ae plaats van de vrouw in bijbels perspectief en de geschiedenis van de emancipatie zijn veel boeken verschenen. We noemen enkele pocketboekjes die voor een klein bedrag bij een theologisch antiqueariaat verkrijgbaar zijn.
1. Dr. V/. Albeda, Vakbeweging en maatschappij, Boeketpocket, Kok, Kampen.
2. Mr. I. A. Diepenhorst, De emancipatie van de vrouw, Boeketpocket, Kok, Kampen.
3. Dr. B. Maarsingh, Het huwelijk in het oude lestament. BBB-pocket, Bosch en Keunina, Baarn.
4. Dr. G. Huls, De vrouw in de kerk. BBBpocket, Bosch en Keuning, Baarn.
De recente uitgaven over emancipatie zijn in toon en strekking erg tegenovergesteld aan elkaar. Met name de eerste twee boekjes dienen kritsch gelezen te worden.
1. L. Dresden-Coenders, Vrouwenemancipatie en gezinsemancipatie. Ambo, Bilthoven.
2. Mink van P.ijsdijk, Hoor haar eens! Kok, Kampen.
3. Prof. J. v. Bruggen, Emancipatie en Bijbel. T. Bolland, Amsterdam.
4. Dr. V/. Aalders, Man en vrouw in een revolutionaire tijd. Voorhoeve, Den Haag.
Gespreksvragen
1. Kunnen we ons van de bijbelse uitspraken over man en vrouw afmaken met de bewering dat die uitspraken „ti; dgebonden" zijn?
2. Zijn alle , .regels" die de apostel Paulus aan de gemeenten gaf direct over te brengen op de situatie in onze tijd? Denk aan de slavernij.
3. De bijbel spreekt over de man als hel hoofd van de vrouw. Geldt dit alleen binnen hei huwelijk? Betekent in dit verband , , hooid" gezaghebbende, of betekent het , , eerste" of „eerstgeborene"?
4. Hoe der.k je over de plaats van de gehuwde vrouw in de samenleving? Is het instellen van kindercrèches ter bevordering van het uit-werken-gaan van de moeder juist?
5. Is de huisvrouw „zonder beroep", zoals men dat vaak zegt?
6. Hoe kan de ongehuwde vrouw (meisje) toch werkelijk vrouw zijn in haar maatschappelijke taak?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 oktober 1975
Daniel | 24 Pagina's