GEHUWD....ONGEHUWD
Op mijn onderwerp „De plaats van de vrouw - ', gehouden op de Regionale Vergadering te Woerden, kwamen veel vragen, die wegens tijdsgebrek niet allemaal beantwoord konden worden. Op verzoek wil ik op enkele ervan in deze en de volgende „Daniël" nog nader ingaan. Vandaag iets over de volgende vragen:
In 1 Korinthe 7 acht Paulus de ongetrouwden gelukkiger dan de getrouwden, omdat zij zich meer kunnen bekommeren om de dingen des Heeren. Hoe moeten we dit nu rijmen met: „Het is niet goed, dat de mens alleen zij"? En is dit ook niet in strijd met: „Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt"? .
Bij het beantwoorden van deze vragen moeten we onderscheid maken tussen de instelling van het huwelijk door God in he't Paradijs en het huwelijk, waarin na de val de gevolgen der zonde zo duidelijk merkbaar zijn. Het is; in den beginne, zonder uitzondering, voor de man goed geweest een vrouw te hebben. God heeft het bij de schepping zo verordend, dat de man clie geen vrouw had, als het ware een half mens zou zijn. De man gevoelde, dat hem de nodige hulp ontbrak en de vrouw werd de vervulling van de man. (Calvijn). Hoewel Eva na Adam werd geschapen, had zij van het begin al' haar plaats in Gods scheppingsplan. Man en vrouw konden samen volmaakt God dienen.
Door de zondeval werd ook het huwelijk getroffen. Hoewel daarin ook nu nog een overblijfsel is van de eerste zegen uit het Paradijs, waardoor de ongehuwde staat vaak minder gelukkig is dan de gehuwde, overkomt toch „vanwege de zonde aan de gehuwden velerhande tegenspoed en kruis", zoals ons huwelijksformulier het zegt. Het goecle van het huwelijk is nu vermengd met het bittere van de zonde. En daarop doelt Paulus in 1 Korinthe 7.
Omdat de getrouwden veel zorgen en moeiten ondervinden, komt hij tot de uitspraak: „Want ik wilde wel, dat alle mensen waren gelijk als ik zelf ben", n.1. niet getrouwd. Hij ziet hoe zwaar de lasten van het huwelijk zijn en denkt aan de vele beslommeringen, die het met zich meebrengt, zoals de zorg voor en om de kinderen, de huishouding, droevige dingen en ijdel gepraat ever allerlei onderwerpen. Hij vindt, dat degene, die zich van al deze bekommernissen kan bevrijden, dit zeker moet overwegen. Want, zo zegt hij: „De ongetrouwde bekommert zich met de dingen des Heeren, hoe hij den Heere zal behagen; maar die getrouwd is, bekommert zich met de dingen der wereld". Hij acht het zijn plicht om hen, die willen gaan trouwen, vooraf op de lasten en moeilijkheden van het huwelijk te wijzen. Hij laat echter ieder vrij en wil ock niemand enige noodzaak opleggen. Degenen, die de gave der onthouding niet hebben, vermaant hij, wel te trouwen.
Hij weet, dat het huwelijk van God gewild is en clat. er geen nageslacht in de gemeenten zou zijn, als de christenen niet meer zouden trouwen. Maar voor hem is het bezig zijn in de dienst des Heeren het belangrijkste. Als tweede reden cm niet te trouwen. voert hij aan: „om den aanstaanden nood", daar het in tijden van vervolging des te zwaarder is om getrouwd te zijn.
Uit dit alles blijkt duidelijk hoeveel waarde Paulus hecht aan het bezig zijn in de dingen des Heeren. Hoewel de niet-ge'nuwde in onze tijd veel meer werkzaamheden heeft dan de ongetrouwde in Paulus' dagen, heeft zij toch over het algemeen meer tijd voor zichzelf dan de getrouwde vrouw. Deze is meestal in haar vrije tijd in gedachten nog veel bezig met de zorgen voor haar man en kinderen, waardoor haar hart dikwijls bezig blijft met de dingen der wereld.
De les voor ons allen uit Paulus' woorden is wel deze, dat we ook onze vrije tijd moeten besteden in de dienst des Heeren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 september 1975
Daniel | 24 Pagina's