JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

DE PROFEET HABAKUK (8)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE PROFEET HABAKUK (8)

6 minuten leestijd

Lezen: Habakuk 2.

De rechtvaardige zal door het geloof leven

De laatste maal hebben wij gezien hoe de Heere de profeet antwoord gaf op al zijn vragen.

In het einde zou de Heere alles recht maken. De Chaldeeën, die hun door God ontvangen macht misbruikten om de volkeren en vooral het volk Israël te vertrappen zouden door de Heere gestraft worden. De Heere wijst de profeet ook de weg temidden van al de raadselen der wereldregering en roept hem toe: „maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven."

Dit zijn zeer geladen woorden. Voor Maarten Luther waren zij zo groot van betekenis, dat hij zich als herboren geveelde toen hij de rijke betekenis er van ervoer aan zijn ziel.

Hij zegt er van: , , Ik voelde mij als herboren en alsof ik door de poorten der hel tot aan de poorten des hemels was gekomen."

In de letterlijke profetie van Habakuk zijn de woorden niet met die inhoud geladen als in Galaten 3 : 11, 'hoewel de kern hetzelfde is. Wij hebben Habakuk's worsteling met de godsregering gevolgd.

Wat een conflict bracht het in het hart van de profeet om te kunnen geloven, dat de heilige en rechtvaardige God het moorden en vertrappen der trotse Chaldeeën kon toestaan. Hoe moeilijk was het voor hem cm te aanvaarden, dat de Heere zulk een wrede macht Zelf verwekt had cm daardoor Israël voor zijn zonden te tuchtigen. Nu mag hij echter spreken van een levenshouding, die verre staat boven alle wereldse filosofieën en systemen, namelijk: „want de rechtvaardige zal door zijn geloof leven." Wat is hier mee bedoeld?

Het betekent niet het stoicijnse: Er is toch niets aan te veranderen en daarom moet men het maar nemen zo het komt.

Nee, de rechtvaardige zal door zijn geloof leven.

Twee manieren om te leven

Om de woorden van de profeet recht te verstaan moeten wij er van uitgaan dat er twee levenshoudingen zijn.

De ene levenshouding is: leven dcor de rede. De andere is: leven door het geloof. Er zijn slechts twee levenshoudingen mogelijk, die van het geloof en die van het ongeloof.

Wij zien ons leven in het licht van ons geloof in God en Zijn alwijze leiding, of ons uitzicht op het leven is gebaseerd op cle ontkenning van het godsbestuur.

Wij keren ons van de weg des geloofs af en leven door de rede of wij keren ons tot God in alle levensraadselen en leven door het geloof.

Zoals een mens gelooft, zo is hij. Het geloof van een mens beslist over zijn levenshouding. Van de rechtvaardige, de godvrezende zegt de profeet, dat hij leeft door het geloof. Met andere woorden: de mens, die door het geloof leeft is een rechtvaardige.

De mens, die niet dcor het geloof leeft is dan ock een goddeloze, dat is een god-loze, want er is voor God geen plaats in zijn leven. Hier is de grote scheidingsmuur tussen mensen en mensen.

En een ieder van ons is of aan de ene zijde of aan de andere zijde. Mijn leven is gebaseerd cp het geloof in God of niet.

De man. die in Gods leiding gelooft heeft een ander zicht op de dingen, dan degene, die niet 'gelooft in een God, Die alle dingen leidt en regeert.

Een godzalig leven is alleen mcgelijk door dit geloof van de rechtvaardige, die in alle levensraadselen zegt wat wij lezen in het laatste vers van ons hoofdstuk: „Maar de Heere is in Zijnen heiligen tempel, zwijg voor Zijn aangezicht, gij ganse aarde."

U voelt hoe dit leven door het geloof indruist tegen ons zondig en goddeloos vlees. Het vlees wil het „waarom" der dingen weten. Het vlees wil het hebben zo hij het had uitgedacht.

Het geloof echter zegt: Onze God is toch in de hemel, Hij doet al wat Hem behaagt." (Psalm 115 : 3). Geloof betekent: et naakte Woord van God aannemen en er zich geheel op verlaten, omdat het het Woord van God is. Het betekent God geloven alleen en eenvoudig omdat Hij het gezegd heeft.

Zo werd eenmaal Abraham gerechtvaardigd. Hij verliet zich geheel en alleen op het woord der belofte omdat het God was, die het belcofd had. En wij weten, clat dit heel wat meer inhield dan alleen de geboorte van een zoon. Abraham was de Messias beloofd. De grote inhoud van de belofte was, clat Christus uit zijn lendenen voort zou komen en dat er in die Christus voor hem zaligheid was. Abraham's verlaten op het Woord Gods was een zich verlaten op de beloofde Christus. Ziet, zo komen wij al dichter bij Paulus en Luther terecht.

Zondaren worden niet gerechtvaardigd en behouden van de toekomende toorn door werken, maar door geloven, dat is: zich als geheel dood-en doemschuldig te verlaten op de Heere Jezus Christus met wegwerping van alle andere leunsels en steunsels.

En waarom verlaat de gelovige zich zo geheel en al op Christus tot zaligheid? Omdat God het belcofd heeft dat een iegelijk, die in Hem gelooft niet zal verderven, maar het eeuwige leven hebben. Het geloof gelooft dit woord des evangelies, omdat het Gods Woord en belofte is. De rechtvaardige zal door zijn geloof leven. Zij verlaten zich geheel cp het Wcorcl van God.

Zij waren bereid cm er voor te lijden zoals wij dat lezen van Mozes. Zij waren bereid om vanwege dat Woord Gods bespot te worden zoals wij clat van Noach lezen. Zij waren bereid er alles voor te verliezen en schade en drek te achten, zoals wij dat van Paulus lezen.

Echt geloof raakt eerst het hart aan en daarna daden. onze

Wat is het overheersende principe van cns leven? Is het geloof of ongeloof.

Zetten wij al onze levenskaarten cp God, Die het gesproken heeft of zetten wij alles op wat wij zien en tasten kunnen.

Van de rechtvaardige zegt de Bijbel: „de rechtvaardige zal door zijn 'geloof leven."

Vraag 1. Tracht het verband te vinden tussen' Hab. 2 : 4 en Gal. 3 : 11 en Rem. 1 : 17.

Vraag 2. Wie is er groter dwaas, hij die al zijn kaarten zet op een vergankelijke wereld of hij die alles zet op het Woord van God? (Rom. 1 : 16).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 13 september 1975

Daniel | 20 Pagina's

DE PROFEET HABAKUK (8)

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 13 september 1975

Daniel | 20 Pagina's