HANNIBAL, wie is die man?
In Saguntum, een stad aan de oostkust van Spanje, heerst een drukte van belang. Honderden soldaten, wagens en paarden krioelen door de straten. Kwajongens kruipen soms met levensgevaar door elk gaatje, dat ze zien. Ze kijken hun ogen uit en bewonderen de schilden, harnassen en wapens van d.e soldaten. Ze staren jaloers naar de wuivende pluimen op de blinkende helmen van de vele officieren. Brutaal dringen ze naar voren en laten zich maar nauwelijks verjagen door een grote mond of een klinkende oorvijg. De bronzen helmen blinken in de zon, de scherpe speerpunten schitteren en' de rode mantels van de officieren lijken wel vurige vlammen tussen al dat metaal en blinkend gepoetst leer.
Wat is er toch aan de hand? Zou er hoog bezoek komen? Of wordt er misschien een veldtocht voorbereid? Kijk er komt wat tekening in de chaos van mensen, paarden en wagens. Heel clie grote menigte beweegt zich in dezefde richting. Al die soldaten, officieren en kwajongens trekken langzaam naar de stadspoort. Op de dikke muren krioelt het ook al van soldaten. Om de paar meter staat een schildwacht. Ah, de stad wordt zeker belegerd. Maar nee, dat kan niet, daarvoor lopen die krijgers te zorgeloos, daarvoor kijken ze te vrolijk. Maar wat is er dan toch aan de hand? O, kijk eens, daar boven op het poortgebouw. Daar staan enkele officieren. De middelste van hen lijkt de voornaamste te zijn. Hij gebaart druk met zijn arm, aan zijn heup hangt een kort breed zwaard, over zijn schouders draagt hij een kleurige mantel. Zijn ogen schitteren. Hij is nog jong, vast niet ouder dan 30 jaar.
„Daar komen ze'', wijst hij met breed gebaar. Over de brede landweg komen 37 olifanten. In een lange rij lopen de logge dieren langzaam in de richting van de stad. Op iedere olifant zit een soldaat, die met een korte stok, waaraan een haak is bevestigd, het sterke dier leidt waar hij het hebben wil.
Achter de karavaan komt een onafzienbare rij ruiters te paard. Zij rijden in volle corlogsuitrusting met zijn vijven naast elkaar. Moeten al die mensen en dieren de stad in? Dat kan nooit, daar is het al zo vol. En kijk eens goed. achter die ruiters! Daar komen in gesloten gelederen duizenden soldaten aanmarcheren. Zullen we eens vragen aan die man met zijn kleurige schoudermantel om, hoeveel het er zijn? Het antwoord is verbijsterend: „Negenduizend ruiters en vijftigduizend man voetvolk."
Waar moet dat heen? En wie is die man?
Rome tegen Carthago.
Aan de noordkant van Afrika, tegenover het eiland Sicilië, ligt de stad Carthago, de belangrijkste handelsstad der oudheid. In de 9de eeuw voor Christus werd deze stad gesticht door de Feniciërs en al gauw bezit het de grootste zeemacht. In 264 v. Christus komen de Carthagers in oorlog met de Romeinen, die graag heerschappij 'in het westen van de Middellandse Zee willen hebben en een aanval doen op Sicilië, waar de Carthagers een kolonie hebben. Rome is een landmacht en heeft nog nooit een oorlog gevoerd op zee. Als er gevochten moet worden, dan leent men schepen. De Carthaagse zeelieden zijn al jarenlang meesters op zee en vrezen niemand.
De schipbreuk.
Het stormt. Wilde golven spelen met een groot Carthaags schip. Het luistert niet meer naar het brede roer. Het grote vierkante zeil is in flarden gescheurd en de roeiers zijn machteloos tegen het geweld van de storm. Steeds dichter
nadert het ongeveer 30 m. lange schip de Italiaanse kust. Er is geen houden meer aan. Het schip is reddeloos verloren. Daar grijpt de branding de grote boot, in razende vaart kolken de golven over het schip, het slaat om en de bemanning verdwijnt in de woedende zee. Het schip wordt op de kust geworpen. De gehele bemanning verdrinkt.
De nederlaag.
Het is in het jaar 260. De Carthaagse of Punische vloot patrouillert voor de stad Mylae aan de noordkust van Sicilië. Zij verwacht elk ogenblik de Romeinse vloot te zien opdagen. De mannen van Carthago maken zich niet druk over het gevecht dat zeker zal volgen. De infanterie van Rome kan zich nauwelijks staande houden op het dek van een schip en weet de voorsteven niet te onderscheiden van de achtersteven. Ha, ze zullen eens zien, wie zeebenen heeft.
Daar komt de Romeinse vloot! De Charthagers zeilen' er recht op af. Op elk schip van de Romeinen staat een grote paal. Het is geen mast. Bovenin bevindt zich een ijzeren ring met daar doorheen een dik touw\ Aan dat touw hangt schuin in de lucht — een korte brug, voorzien van zware haken.
Steeds dichter naderen de beide vloten elkaar. De mannen op de Romeinse vloot zijn zeker van hun zaak. De infanterie op elk schip houdt zich gereed. Ha, wat een geluk dat er verleden herfst een Punisch schip strandde. In koortsachtige haast heeft Rome 120 oorlogsschepen laten bouwen naar dat model. Op elk schip 'kwam een enterbrug, die van de strijd ter zee een landgevecht zal maken.
Ah, daar komt het tot een treffen. In korte tijd wordt de Carthaagse vloot geheel verslagen.
Saguntum bezet door Hannibal.
Jaren gaan voorbij. In 241 komt er een einde aan de 1ste Punische (Carthaagse) oorlog. Carthago moet afstand doen van Sicilië en 3200 talenten betalen. Twintig jaar later krijgt Hannibal, de zoon van de man die in 247 het opperbevel over de Cadthagers had, ruzie met Rome. Hannibal wil Saguntum — de stad aan de oostkust van Spanje — bezetten. In 219 lukt dit en dit wordt de aanleiding tot de 2de Punische oorlog.
Een verrassende veldtocht.
Rome vindt, dat de Carthagers veel te veel macht krijgen in Spanje. Koortsachtig u'ordt er gewerkt aan een plan om Hannibal die macht te ontnemen. Maar deze is de Romeinen met een verrassende aanvals veldtocht te snel af.
De tocht over de Alpen.
„Vooruit, trrek!" De zware koppen buigen heen zien trekken hebben ze nog nooit zich, de touwen spannen en langzaam glijden de zwaarbeladen sleden hoge bergmassieven op de zwoegende dieren neer. Zul'ke beesten hebben ze nog nooit gezien'. De machtige arenden, de vlugge gemzen en de schril fluitende bergmarmotten zijn bekende verschijningen voor deze woeste bergen, maar w r at ze nu langs en onder zich meegemaakt.
Al vele weken zijn de soldaten, ruiters en olifanten op weg. Eerst worden de stammen, die ten noorden van de Ebro w T onen onderworpen, dan waagt het machtige leger van mensen en dieren zich over de woeste Pyreneeën. Niet ieder volbrengt de moeilijke tocht, tientallen soldaten en paarden vinden de dood in dat bergland. Maar Hannibal zet door. Na vele dagen staat zijn leger voor de rivier de Rhône. In de verte doemen de besneeuwde toppen van de Alpen op. De Mont Cenis of Kleine St. Bernard zal de moeilijkste top blijken' te zijn. Daar in die besneeuwde bergwereld, verliest Hannibal het grootste gedeelte van zijn leger. Daar eisen de besneeuwde hellingen en de ijzingwekkende afgronden een hoge tol aan mensen, paarden en olifanten. Toch zet de jonge aanvoerder door. 't Gaat hem nog veel te langzaam. „Volhouden, volhouden, " klinkt zijn stem en onvermoeibaar klimt hij voort. Nog twee dagen schat hij, dan is het ergste voorbij. Dan kunnen ze geleidelijk dalen, hoewel dat ook niet zonder gevaar is. Maar dan zal ook de ijzige koude voorbij zijn, dan zullen ze de zuidkant van de Alpen bereikt hebben en steeds lagere toppen zien. Dat zal zijn mannen weer frisse moed geven. Want niets is zo wanhopig en moedbenemend, dan steeds wéér hogere bergtoppen te zien verschijnen. Ah en al ze eenmaal in Noord-Italië zijn, als de woeste bergen achter hen liggen, dan zal hij overwinnen, dat weet hij
zeker. „Volhouden, mannen, " schalt zijn stem, nog een enkele dag en dan "
Hannibal overwint.
Scipio, de Romeinste consul, die volgens plan Spanje zal veroveren, bereikt de Rhône, als Hannibal bezig is de Alpen over te trekken. Semporium de tweede consul, die vanuit Sicilië een aanval op Afrika zal uitvoeren, krijgt ogenblikkelijk de opdracht vanuit dat eiland naar Noord-Italië te komen. Beide consuls worden door de Carthaagse veldheer totaal verslagen. Scipio moet het onderspit delven aan de Ticinus (Tessino) en Semporius verliest de slag aan de Trebia (Trebbia) een rechter zijriviertje van de Po. Hannibal niet te stuiten. Stammen uit Boven-Italië, door de Romeinen onderworpen, sluiten zich bij hem aan. Met zijn 26.000 man, die de moeilijke overtocht hebben overleefd, behaalt hij de ene overwinning na de andere. Zegevierend trekt hij over de Apennijnen en verslaat de derde Romeinse consul bij het Trasimeense meer. Plunderend trekt hij door Apulië en omsingelt acht legioenen Romeinen bij Camiae in Apulië en overwint dit geweldige leger. Meer dan 70.000 soldaten sneuvelen. Het is de zwaarste nederlaag in de geschiedenis van Rome.
Hannibal niet te stuiten.
Terwijl Hannibal zijn heerschappij steeds verder uitbreidt naar het oosten, wordt in 212 Archimedes de grootste wiskundige van de oudheid in Syracuse vermoord. Syracuse, dat de zijde van de Carthagers had gekozen, en dat dankzij deze geleerde, 2 jaar lang de vijand buiten zijn muren had weten te houden. In datzelfde jaar bezet Hannibal Tarente en ligt de weg naar Griekenland voor hem open. Maar dan.....
Hannibal ad portas.
„Hannibal ad portas Hannibal ad portas!" Luid klinkt de onheilskreet door de straten.
„Hannibal voor de poorten."
Overal waar de Carthaagse overwinnaar verschijnt, klinkt deze onheilsgroep. O, zal het gelukken Rome in te nemen? Dicht, heel dicht is hij al genaderd. Zal ook in Rome deze noodkreet gehoord worden? Is er dan niemand, die Hannibal een halt toe zal roepen?
Hannibal naar Carthago.
Bij de Metaurus, een riviertje aan de oostkust van Midden-Italië, wordt gevochten. Verbitterd strijden twee legers tegen elkaar. Wie zal de overwinning behalen? Zwaarden kletteren op elkaar, speren suizen door de lucht. „Oohh." Een wanhopig klinkend geroep. „Hasdrubal, Hasdrubal is gesneuveld." Hasdrubal de dappere broer van Hannibal moet de verwoede strijd tegen de Romeinen met de dood bekopen. Vóór hij Hannibal heeft ontmoet, na een moedige tocht over de Alpen, maakt een speerstoot een eind aan zijn leven. Hannibal zal alleen verder moeten. Zijn dappere zoon Mago lijdt in Spanje een nederlaag en sneuvelt drie jaar later in Noord-Italië. Hannibal vecht door, maar tegen een grote overmacht. Als de Romeinen een aanval voorbereiden op Carthago, wordt hij naar zijn vaderstad geroepen om die te verdedigen. Voor hij zijn stad bereikt, behalen de Romeinen met hun bondgenoten bij Zama een beslissende overwinning op hem.
Hannibals dood.
„Ge zult afstand deen' van Spanje. Ge betaalt 10.000 talenten schadevergoeding. Ge levert een oorlogsvloot (500 schepen) uit om verbrand te worden.
Ge moogt 10 schepen houden. Ge moogt oorlog voeren alleen met toestemming van Rome." Dat is het vonnis geveld over Carthago, eens één van de grootste mogendheden in de oudheid.
En Hannibal? Hij neemt 19 jaar later vergif in, als de Romeinen om zijn uitlevering vragen aan de koning van Bithynië, een landstreek in Klein-Azië.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1975
Daniel | 24 Pagina's