JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

MAARTEN EN GERT ALS SPEURDERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MAARTEN EN GERT ALS SPEURDERS

5 minuten leestijd

Het is avoncl geworden. Alle verhalen zijn verteld. De rust is eindelijk weergekeerd.

„’t Lijkt me het beste, dat je vroeg naar bed gaat, Gert", zegt mevrouw Van Kampen bij het koffiedrinken.

Daar voelt Gert wel voor. Hij is niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk oververmoeid. , , 'k Denk dat ik dan maar vast naar boven ga, " zegt hij en staat op.

„’k Zou 't maar doen, " vindt mevrouw. „Wil je dan nog even bij m'n man in de studeerkamer aangaan? Hij had nog even wat met je te bepraten. Of ben je te moe? "

„Nou, nee, 't gaat wel, " zegt Gert. „Welterusten dan allemaal!" Nee, hij wil niet wachten met te horen wat de dominee te zeggen heeft. Wat kan dat zijn?

Boven zit dominee Van Kampen en schrijft een meditatie voor de Kerkbode. Tenminste, hij probeert het. Op z'n bureau liggen echter al ettelijke verknoeide vellen. Hij heeft al verschillende teksten als uitgangspunt genomen, maar 't wil niet lukken. Hij zucht en denkt na. Hoe komt dat? Is zijn hoofd te vol van de gebeurtenissen van vanmiddag? Nee. Zijn hart is te leeg. Hij schrijft wel mooie volzinnen, maar 't heeft tóch geen inhoud. Hij schrijft ze zélf.

Een bescheiden tik op de deur doet hem opzien. „Ha Gert! Ga zitten!"

„Wou u me even spreken? " vraagt Gert onzeker.

De dominee legt zijn pen neer. „Ja. Toen jij vanmiddag weg was, hebben m'n vrouw en ik een gesprek gehad. Je bent nu al een tijdje bij ons in huis en we hebben eigenlijk nog nooit gesproken over hoe we het verder regelen." Gert schrikt. Ja, 't is waar, hij kan hier niet altijd blijven natuurlijk

„Ja, je zult wel zeggen: komt u daar nü mee, nu ik toch al zoveel te verwerken heb. Maar misschien is het een geruststelling voor je. We vinden dat je maar hier moet blijven, zolang je vader niet thuis is."

Gert is even beduusd en weet niets te zeggen. „Wil je 't wel? " vraagt cle dominee wat ongerust. Misschien gaat hij liever naar familie. De blik, waarmee Gert hem aankijkt, zeg"; echter het tegenovergestelde.

„Ik ik wil 't juist heel graag, dominee. Maar "

De dominee wuift alle eventuele bezwaren weg. „Laat maar. Dan is 't goed. Verder bepraten we alles nog wel."

„Dan dan ga ik nu maar naar bed, " zegt Gert, nog steeds wat verbouwereerd.

„Ja, je zult wel moe zijn. Je hebt heel wat moeten doorstaan vanmiddag, 't Is zoals oma zei: God heeft je bewaard!"

Gert, die al bij de deur is, keert zich om. „God, dominee? Ik ik kan dat niet geloven. En toch "

„En toch, Gert? "

Gert wordt verlegen. „Ik heb namelijk gebeden vanmiddag", gooit hij er opeens uit. „Maar bestaat Christus eigenlijk wel? "

De dominee schrikt op. Of Christus bestaat. En 't is vreemd, maar die vraag van Gert is voor hem opeens een antwoord. Hij wordt warm opeens en schuift met een ruk de verschreven papieren' naar cle kant. Wat zit hij te tobben? Weet hij niet wat hij de mensen vertellen moet? Nu weet hij het!

„Ja, Gert, " zegt hij warm. „Ja, jongen, gelukkig bestaat Christus. En weet je wat dat betekent? Dat betekent dat er genade is voor zondaars. Ook voor jou! Dat je bekeerd kunt worden, een nieuw, veranderd hart kunnen krijgen "

Gert kijk nadenkend naar de grond. Wat is er nu met hem? Tot voor kort was het bestaan van God voor hem gewoon uitgesloten. En nu nu kan hij de dominee opeens benij-

den. Er moet toch iets hógers zijn, iets wat hij mist

„Ik ga nu maar, " zegt hij onbeholpen, oververmoeid opeens.

„Welterusten', Gert. W T e praten nog wel eens samen, vind je niet? "

Gert knikt, keert zich om en gaat naar boven.

De dominee luistert even naar het wegstervende geluid van zijn voetstappen. Dan pakt hij zijn pen, neemt een nieuw vel en schrijft: „En zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid, Amen."

Gert ligt in een paar tellen onder de wol. En nu slapen, denkt hij soezerig. Maar nee, zo ver is het nog niet! Nét doezelt hij weg of de deur van zijn slaapkamer gaat zachtjes open en Maarten kijkt om het hoekje.

„Gert, slaap je al? "

„Bijna, " komt het onduidelijk onder de dekens vandaan.

„Ze hebben gebeld. De politie bedoel ik. Ze hebben ze!"

Gert komt overeind. „Bedoel je dat Gerrit en die andere man zijn opgepakt? Gearresteerd? "

„Ja, net voor de grens. Fijn, hè!"

Met een diepe zucht laat Gert zijn hoofd weer in het kussen zakken. Fijn? Dat is geweldig!

„Nou, morgen hoor je alles wel. Welterusten!"

„Welterusten, " mompelt Gert en trekt de dekens hoog over zich heen.

Nog één gedachte speelt er even door zijn hoofd: Zo gauw mogelijk ga ik naar vader om alles te vertellen — en ook dat ik écht niet kwaad op hem ben Dan valt hij in een diepe, droomloze slaap.

Dordrecht

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 augustus 1975

Daniel | 20 Pagina's

MAARTEN EN GERT ALS SPEURDERS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 augustus 1975

Daniel | 20 Pagina's