DE IJDELHEID IN JOUW LEVEN?
Prediker 1 : 2b.
„Het is al ijdelheid."
Deze woorden komen uit de mond van Salomo, een man wiens wijsheid en rijkdom tot een spreekwoord geworden zijn.
Niemand van ons kan en kon zich met deze man vergelijken.
Wij lezen van deze vorst, dat hij zich lusthoven maakte en zangers en zangeressen vergaderde. Ja, waar zijn hart naar uitging dat kon hij zich toeëigenen. Wij zouden geneigd zijn te zeggen: „Salomo had wat zijn hart begeerde." Wat zijn deze mensen in onze ogen vaak benijdenswaardig, wat kunnen wij met wrevel en ergernis de voorspoed van een ander aanzien, en daarbij met ontevredenheid neerzien op datgene wat wij bezitten.
Doch nu de vraag: „Is rijkdom en voorspoed nu echt wel een zegen? " Wij willen het antw 7 oord bij Salomo zoeken. En dan lezen wij van deze koning dat, zo hij zich w'endde tot al de werken die zijn hand gemaakt had, die dus in zijn opdracht waren uitgevoerd, het al ijdelheid en kwelling des geestes was. Ja, dat in dit alles zelfs geen voordeel onder de zon was.
Dus jongens en meisjes, Salomo zegt, dat alles wat in dit leven ons omringt, ons leven leeg laat, ja soms kan het schijnen dat er iets goeds, iets aangenaams in ligt, maar toch blijkt het steeds weer: het is ijdelheid, het is schijn en schijn bedriegt.
Dat is nu nog zo. De wereld, de toekomst, zij lachen ons toe, doch zij laten ons hart leeg, en straks lachen zij ons uit. Het is al ijdelheid!
De jongste zoon ging van huis en dacht daar goed aan te doen. de wereld lokte en aan elke vinger kon hij wel een vriend of vriendin krijgen, doch zie, toen het geld op was, was de vriendschap ook ten einde. Hij begon gebrek te lijden', dé hongerdood stond voor de deur. Eerst toegelachen, nu alleen en vergeten. Het bleek alles ijdelheid, ja schijn te zijn.
Ach, zegt iemand, dat is nu niet meer zo, de mensen zijn veel gevoeliger en mededeelzamer geworden. Is dat nu wel echt waar? De werkelijkheid leert ons anders. Door de toenemende liefdeloosheid neemt de ongerechtigheid toe, neemt de verkoelingtoe, en dat komt in alles uit. Daarom, meer dan ooit geldt: „Het is al ijdelheid!"
Wat dan? Zeek de Heere, vooral in je jeugd. „Die Mij vroeg zoeken zullen Mij vinden, " zegt de Heere.
Gelukkig zij, die door genade de ijdelheid verstaan, en leren zoeken' die geopende Fontein van heil, die nooit vergaat. Dan is het ook de vreze des Hoeren, die doet wijken van het kwaad, en de ijdelheid doet verstaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 1975
Daniel | 20 Pagina's