DE OVERWINNING IS DES HEEREN.
Dit was het thema uit ps. 2 : 6, waarmee Ds. Hakkenberg uit Lisse onze bondsdag besloot. Hier lezen wij: Ik toch heb Mijnen Koning gezalfd over Sion, den berg Mijner heiligheid". De grote „Ik" spreekt in dit woord. Het koningschap is van Christus. Dit is vast en dit is zeker bij alles wat wankelt en verandert.
De strijd in de wereld woedt voort. Wij hebben mogen ademhalen na zoveel bange tegenspoed, maar wij zijn niet verlost. Het is of de greep van de geest uit de afgrond vaster dan ooit ons omklemt. Wij zien met vrees naar Moskou en Peking, maar de geest van het kommunisme is vlakbij. Zij zit in ons eigen hart. Het is of de Allerhoogste vanwege de doorbreking van de zonde Zijn weerhoudende genade begint op te trekken. Het is of de geest der losbandigheid onheilspellend doorbreekt in het huwelijk, in het gezin en in het maatschappelijk leven. Meer dan ooit heerst de geest die roept: „Laat ons Zijn banden verscheuren".
Dat koningschap van Christus wordt heftig bestreden. Wij zien dat rondom ons en wij vrezen dat de Heere opnieuw met Zijn gerichten zal komen. Trouwens dat heeft de Koning Zelf gezegd. Voorafgaande aan Zijn wederkomst zullen de oorlogen en de geruchten van oorlogen zich vermenigvuldigen. Wij moeten daarmee inkeren tot ons eigen hart. Evenwel, wat er ook op afkomt, welke geest er zich ook openbaart, welke verdrukkingen er ook te wachten staan, toch zegt de Heere: „Ik toch heb Mijnen Koning gezalfd over Sion".
Er worden konferenties belegd, er worden besluiten genomen en er worden verdragen gesloten op deze wereld, maar de Zoon zegt: „Ik zal van het besluit verhalen".
Het was in de eeuwige vrederaad toen die grote verlossing van Adams zonen en dochteren heilig besloten werd. Ook in de donkerste tijden, die wij beleefd hebben en nog beleven zullen, zegt Hij, „Mijn raad zal bestaan en Ik zal al Mijn welbehagen doen". Christus' koningschap ligt eeuwig verankerd. Hij heeft de doornenkroon reeds verwisseld met de gloriekroon, want de Heere zal in eeuwigheid regeren. Dat is de zekerheid, dat is de enige moedgeving en sterkte, ook in deze tijd.
Wij zullen straks weer opgeschrikt worden door onrustbarende berichten van het woeden der volkeren. Maar boven dit alles staat het vaste woord: „Ik toch heb Mijn Koning gezalfd".
Het koningschap van Christus moet ook waarachtig erkend zijn en dat zal moeten gebeuren in ons persoonlijk leven. Die Koning zal verschijnen in glorierijke heerlijkheid en Hij zal ook spreken tot allen die Zijn verschijning niet hebben lief gekregen: „Breng ze hier en sla ze voor Mijn voeten dood. die niet gewild hebben dat Ik Koning over hen zij". Dan wordt het een wonder, dat we hier hebben leren buigen en gelijk een Esther het ervaren heeft in een weg van omkomen, dat ze mocht ontkomen. „Nu dan, gij koningen, handelt verstandiglijk; laat u tuchtigen gij rechters der aarde". Dat is het gebed, dat we met smeking en geween hebben voor te leggen aan die grote God. In diep besef dat onze schuld weer vermeerderd is. Dit koningschap moet waarachtig erkend worden. Te leren buigen voor die Koning met een verbroken hart en een verslagen geest, gelijk zij die een schuldeiser hebben, wier ziel bitterlijk bedroefd is en die benauwd zijn van hart.
Die de koorden der veroordeling reeds om de hals hebben, maar in wier hart is verklaard, dat Israëls koning een goedertieren koning is.
Kust dan de Zoon, opdat Hij niet toorne en gij op de weg verga. De Allerhoogste bevestige het zelf. Welgelukzalig zijn allen, die op Hem betrouwen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 1975
Daniel | 20 Pagina's