JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

JA, WIJ KOMEN OP VOOR RECHT EN GERECHTIGHEID

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

JA, WIJ KOMEN OP VOOR RECHT EN GERECHTIGHEID

8 minuten leestijd

„Regering, parlement en volksgemeenschap zijn zich nog steeds niet bewust van de Nederlandse verplichtingen jegens het volk van de Zuidmolukkers". Deze uitspraak van mr. J. M. Bosnak in het gijzelingsproces te Arnhem bevat een kern van waarheid.

Over de problematiek van de Zuidmolukkers had ik een vraaggesprek met hun president in ballingschap ir. J. A. Manusama te Rotterdam. Op zijn eigen, karakteristieke manier geeft hij hieronder zijn visie weer, waarin opvalt dat hij, ondanks de weinige vorderingen, hoopt op de terugkeer naar een vrije Zuidmolukse Republiek. Een hoop niet alleen gebaseerd op menselijke overwegingen, maar vooral op het geloof in en het vertrouwen op zijn Schepper. Een zaak niet alleen van het vei-stand, maar bovenal van het gebed.

Wat was de oorzaak van de komst van de Zuidmolukkers naar Nederland?

Toen Nederland de soevereiniteit aan Indonesië had overgedragen, zat de Nederlandse regering met het grote probleem wat ze moest doen met al die K.N.I.L.-militairen in Nederlandse krijgsdienst. Zij hadden samen met de Nederlandse militairen gevochten tegen de Indonesische vrijheidsstrijders. Zouden deze mensen gedemobiliseerd worden op de plaats waar ze zich op dat ogenblik bevonden, dan zou dat betekenen dat ze zouden zijn overgelaten aan hun vroegere tegenstanders.

Dat wilden ze niet en daarom vroegen ze of ze niet gedemobiliseerd konden worden op eigen grond, waar inmiddels de Republiek der Zuid-Molukken was geproclameerd. Dat verzoek kon Nederland niet inwilligen, want dat zou tot een nieuwe breuk geleid hebben met Indonesië. Toen heeft Nederland hen toch ter plaatse willen demobiliseren. Men heeft een delegatie naar Nederland gestuurd; een proces is aanhangig gemaakt en de Nederlandse rechter heeft de Nederlandse regering verboden hen ter plaatse te demobiliseren. Onder die

omstandigheden kon de Nederlandse regering niets anders doen dan hen eenvoudig een militaire opdracht geven om voorlopig tijdelijk naar Nederland te komen.

Wat is uw taak in dit land?

Ik kreeg in januari 1951 de opdracht om mij naar het buitenland te begeven.

Mijn taak in het buitenland is om de zaak van de Zuidmolukkers naar buiten uit te dragen en vooral onder de aandacht te brengen van de V.N., om op die manier onze nationale erkenning te verkrijgen.

Hoe leefden en leven de in Nederland? Zuidmolukkers

Al direkt op de eerste dag kregen zij te horen dat ze gedemobiliseerd zouden worden. Dat betekende voor deze mensen een omschakeling van een militaire status naar een burgerlijke status. Dat is moeilijk voor een militair die altijd gewend is aan militaire discipline. Gelukkig hebben de Zuidmolukkers zich de eerste maanden zo weten te organiseren dat bepaalde figuren naar voren traden en de leiding op zich namen in de verschillende woonoorden.

De Nederlandse regering heeft hun gehele verzorging op zich genomen. Voedsel haalden ze uit de gaarkeuken, huisvesting hoefden ze niet te betalen. De Nederlandse regering achtte het ook ongewenst dat deze mensen gingen werken. Wel werden bepaalde cursussen geopend zodat, wanneer het ogenblik van terugkeer zou aanbreken, zij als geschoolde werkers terug zouden gaan.

Deze situatie was onbevredigend. Na anderhalf jaar zijn ze als losse arbeiders gaan werken. Ze kregen dus de beschikking over eigen inkomsten. Dat werd helaas besteed aan het kopen van luxe artikelen zoals brommers. Zo ontstond er een scheve verhouding met de Nederlandse arbeiders en de Nederlandse regering ging in 1954 over op zelfvoorzieningsmaatregelen. Dit stuitte in het begin op enig verzet, maar de Zuidmolukse leiders hebben, aangezien ledigheid des duivels oorkussen is, zich op het standpunt gesteld dat het gezond is de handen uit de mouwen te steken en voor jezelf te zorgen.

De begrippen integratie en assimilatie woorden in dit verband wel gebruikt. Kunt u dit toelichten?

Het beleid van de Nederlandse regering met betrekking tot de Zuidmolukkers dat o.a. gericht is op integratie, in wezen op assimilatie, wordt door de Zuidmolukkers afgewezen. Integratie wil zeggen verspreiding van de Zuidmolukkers in de Nederlandse samenleving met behoud van eigen identiteit. Bij assimilatie gaat men veel verder; daar verliest men de eigen identiteit en gaat geheel op in de Nederlandse samenleving. Uit uitlatingen van de minister van C.R.M. in het verleden, blijkt dat het beleid uiteindelijk gericht is op assimilatie.

Men verwijt cle Nederlandse regering dat zij haar beloften niet is nagekomen?

Inderdaad. Het bevorderen van het zelfbeschikkingsrecht is zij niet nagekomen.

Wij hebben een open oog voor de situatie waarin de Nederlandse regering verkeerde in de eerste jaren na de soevereiniteitsoverdracht, maar die positie is intussen versterkt in de internationale wereld en wanneer zij haar stem verheft tegen de gebeurtenissen in de Zuid-Molukken, menen wij dat zij wel degelijk gehoor zal vinden in de internationale wereld.

Welke oplossing ziet u voor het probleem?

Deze vraag is niet eenvoudig. Wie zijn wij als mensen dat we met ons verstand willen proberen een oplossing te zoeken voor zo'n ingewikkeld vraagstuk.

Wanneer de politieke ontwikkeling in Indonesië een andere kant uitgaat, dan zullen onze kansen stijgen. Ons verstand zegt dat ook wanneer het recht van zelfbeschikking ruimer wordt geïnterpreteerd, n.1. als het recht van elk volk om vrij te zijn van overheersing door een ander volk.

Dit kunnen we allemaal met ons menselijk verstand proberen uiteen te zetten. Hoe lang dit duurt weten we niet, maar het is uiteindelijk de Schepper die tenslotte alles bestiert, en op een gegeven ogenblik is het aan Hem wanneer het ogenblik aanbreekt, dat wij de terugreis naar ons eigen land kunnen aanvaarden.

Is er sprake van verdeeldheid binnen de Zuidmolukkers over de te hanteren methoden?

Dit hoeft niemand te verwonderen. Elk volk in ballingschap raakt gemakkelijk

onderling verdeeld. Het gezag dat wij hebben over de Zuidmolukkers is niet afhankelijk van sanctiemaatregelen die wij kunnen nemen, wanneer onze volgelingen ons niet volgen. Wij moeten het hebben van het feit dat zij zich hebben te onderwerpen aan een overheid. Die verdeeldheid komt vooral tot uiting in het feit dat het te lang duurt. Sommigen denken dat op een kortere manier, via de weg van geweld te kunnen bereiken en vergeten dat dit ook een zaak van geloof is.

Hoe is cle houding van de jongeren?

Als u nagaat dat er in 1951 12.500 Zuidmolukkers hier kwamen en er nu ruim 33.000 zijn, clan zult u begrijpen dat het merendeel bestaat uit jongeren, die hun eigen land nooit gezien hebben en die het allemaal weten van horen zeggen. Jongeren die in hun omgang met Nederlandse jongeren heel makkelijk dingen overnemen die eigenlijk niets te maken hebben met de eigen identiteit waarvoor men zegt op te komen. We hebben een groep radicale jongeren in onze gelederen, die menen dat men via daden van geweld uiteindelijk zijn doel zal bereiken. Ik heb een heel ander standpunt, want wanneer men zijn doel bereikt via daden van geweld, dan bereik je niet je feitelijke doel; want de kiemen van verval zijn dan al gelegd in hetgeen je hebt bereikt.

Maar er zijn ook een groot aantal jongeren die zich wel degelijk positief opstellen en we proberen met deze jongeren, vooral van de P.P.K.M. - de christelijke jongeren organisatie - , voorlichting te geven aan andere jongeren om zich op een goede manier op te stellen.

De roep om recht en gerechtigheid heel sterk in het gijzelingsproc.es. Hoe zijn uw gedachten daarover?

Ja wij komen op voor recht en gerechtigheid. Voor wat betreft dat proces, dat heeft in wezen niets te maken met ons onafhankelijkheidsideaal. Er zijn een aantal duistere figuren die daar de leiding op zich hebben genomen en ik persoonlijk wijs dat beslist af. In onze strijd hebben wij ons voor te bereiden op het belangrijke werk dat ons straks te wachten staat.

Hoe vult u persoonlijk het begrip gerechtigheid?

Het begrip gerechtigheid staat natuur-lijk in nauwe relatie met de Schepper. Ik meen dat een bekend Duits filosoof gezegd heeft: „Zodra de mens in moeilijkheden zit, haalt hij zijn mensenrechten vanuit de hemel naar beneden". Dat moet je dus niet alleen doen wanneer je in moeilijkheden verkeert, maar ik geloof dat een volk, vooral wanneer dat volk zich christelijk noemt, daarvan uiting moet geven in zijn gehele politiek, ook ten opzichte van zijn naaste.

Men kan niet spreken van een internationale rechtsorde wanneer cle gehele internationale wereld niet gebaseerd is op gerechtigheid, maar dan niet gerechtigheid in de betekenis die wij mensen daaraan geven, maar die gerechtigheid moet stoelen op wat God ons openbaart in de Bijbel.

Heeft u tenslotte nog een boodschap voor onze jongeren?

Tot de christen jongeren zou ik dit willen zeggen: Wij leven in een moeilijke tijd. In een tijd waarin wij zien dat normen en bepaalde beginselen eigenlijk devalueren. En een wereld, een maatschappij waarin de normen devalueren is op de verkeerde weg. Daarom geloof ik dat ook de Nederlandse christen jongeren moeten blijven getuigen dat elke maatschappij gebaseerd moet zijn op Gods gerechtigheid. Als dat gebeurt., dan gaat zo'n maatschappij nooit verloren, ook al ziet het er donker uit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 1975

Daniel | 20 Pagina's

JA, WIJ KOMEN OP VOOR RECHT EN GERECHTIGHEID

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 1975

Daniel | 20 Pagina's