JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

MAARTEN EN GERT ALS SPEURDERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MAARTEN EN GERT ALS SPEURDERS

5 minuten leestijd

Tien minuten verstrijken.

Dan forceert de rechercheur met nog een collega de achterdeur. Enkele andere agenten nemen de voordeur en de tuindeuren voor hun rekening. Behoedzaam stapt de rechercheur binnen en doet voorzichtig een paar stappen vooruit. Doodse stilte.

Ze staan in een soort bijkeuken. Er staan alleen een paar fietsen. Ze kijken' elkaar vragend aan. Hoor jij iets? betekent dat. Van buiten klinken verwaaide straatgeluiden. Maar in het huis is niets dan die beklemmende stilte.

Weer een deur open. Dit is de keuken. Verder maar — de gang. Maar hier stuiten ze al op de andere agenten.

„Iets bijzonders? "

Nee, ook zij hebben niets gezien of gehoord. En dat is vreemd! Want het bonzende geluid boven horen ze ook niet. Is Gert er niet meer? Of was hij het niet? Hij móet hen haast wel gehoord hebben', want in 'n oud huis als dit kun je nu eenmaal moeilijk deuren geluidloos openen.

De stilte is beangstigend. Wat wacht hen verder in dit grote, slechts schaars ingerichte huis? Bij iedere deur die ze open doen kunnen ze in een val lopen. Toch moeten ze verder. Naar boven nu! De traptreden kraken licht onder hun voeten. Ze sluipen zo zacht mogelijk zonder een woord te spreken.

Boven is een ruime overloop, waar verschillende deuren, op uit komen. De meeste kamers blijken leeg te staan. Het lijkt er veel op dat dit huis een pension is of een gekraakt panel. Twee deuren zitten op slot. Ze aarzelen even. Forceren?

Maar dan opeens heft één van hen het hoofd luisterend op. Hoort hij iets? Ja, nu horen' de anderen het ook. Een zacht geluid, vlak boven hen. 't Lijkt of er iets opzij geschoven wordt. Dan voetstappen?

„Achter een van deze deuren moet een trap zijn", fluistert de rechercheur. „Wat doen we? "

Hoor! Het geluid wordt sterker. Bons! Bons!

„Help hellup! Laat me eruit!" Ze kijken elkaar aan, maar blijven nog zwijgen. Ze zijn opgemerkt.

xMaar rechercheur Pietersen doet plotseling een stap naar de gesloten deuren en roept: „Gert! Gert! Bert jij daar? "

Even een verbaasde stilte boven. Dan juichend: „Ja! Ja! Ik ben 't! Ik zit hier opgesloten. O, haal me er uit !"

Het schorre stemgeluid breekt af in een snik.

Als ze Gert vinden, opgesloten in een grote werkkast op de vliering met slechts een kleine luchtkoker, is hij totaal ontredderd. Pas als ze hem wat water hebben laten drinken en rechercheur Pietersen hem met wat rustige woorden probeert te kalmeren, is hij in staat te vertellen hoe hij daar is terecht gekomen.

Ze staan in een kring om hem heen en luisteren intens toe hoe hij vertelt over de man met de revolver, die hem belette te telefoneren. Hoe hij toen meegenomen werd in de donkergroene Peugeot naar deze villa en opgesloten werd in deze kast.

Het hele verloop is hen nu al wel duidelijk. De man, gealarmeerd door het optreden van Gert, heeft geen minuut langer gewacht en z'n. vriend telefonisch gewaarschuwd. Samen zijn ze er toen vandoor gegaan. Maar ze zaten natuurlijk met Gert, want die wist te veel.

„En hij vroeg steeds maar of de politie van hem af wist en of vader gepraat had. Maar ik zei steeds, dat ik nergens van wist en toen werd hij kwaad en begon me te stompen... Ik werd hier in dit hok gegooid en hij zei: „Jij rijdt ons teveel in de wielen, ventje. We hadden hier nog één prachtklus op te knappen, maar dat wachten we nou niet af. We gaan weg! Maar jij zal je straf ook niet

ontgaan. Niemand zal je hier horen, niemand zal je vinden "

Gert zwijgt. Hij kan opeens niet meer verder praten. De angst, die hij doorstaan heeft, komt weer in volle hevigheid op hem af.

Rechercheur Pietersen legt een hand op zijn schouder. „Enfin, Gert, 't is goed met je afgelopen. Nu moet je nog even een paar vragen beantwoorden en dan zullen we je weg brengen. Wil je naar je eigen huis of ? "

„Nee, naar de pastorie", zegt Gert.

Weer thuis.

Rechercheur Pietersen brengt Gert zelf weg in het politiebusje.

„Ze zullen wel blij zijn als ze je weer zien, Gert", zegt hij. „Je hebt ons wel in spanning laten zitten, hoor!" Gert lacht maar wat.

Als de bus bij de pastorie arriveert, komt het gehele huis onmiddellijk in rep en roer. Boven en beneden verschijnen hoofden voor de ramen en de voordeur gaat uitnodigend open. Even wordt nog afgewacht. Is alles goed? Maar als ze Gerts bleke, maar opgeluchte en blije gezicht zien, stuift Maarten direkt op hem af en de dominee komt uit de stilte van de studeerkamer naar beneden.

„Gert! Wat is er gebeurd? Waar ben je geweest? Hoe Gert!" Verwarde uitroepen door elkaar. Mevrouw van Kampen schudt hem de hand en de dominee doet dat van de weeromstuit ook maar. En oma, die ook op het lawaai af komt, geeft 'm zelfs een kus op zijn wang. Ze staan er lachend om heen. Is dat nou een manier om een opgroeiende schooljongen te begroeten? Maar Gert weet niet of hij lachen of huilen moet en vindt het tóch fijn.

„Ben je daar eindelijk, jongen? " zegt ze blij. „God heeft je bewaard!"

Daar schrikt Gert even van. Zij zegt daar met zoveel zekerheid, waar hij aan twijfelt

(Slot volgt)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 1975

Daniel | 20 Pagina's

MAARTEN EN GERT ALS SPEURDERS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 1975

Daniel | 20 Pagina's