JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

DE PROFEET HABAKUK (5)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE PROFEET HABAKUK (5)

5 minuten leestijd

Lezen: abakuk 1 : 12-17.

Gods oppermacht erkend

De profeet heeft in het visioen ontzettende dingen over Israël zien komen. De Heere zal de Chalcleën als een gesel voor het afkerige Israël gebruiken.

In het 12e vers hebben wij het antwoord van de profeet op het komende oordeel. Habakuk zegt: „Zijt Gij niet van ouds af Heere, mijn God, mijn Heilige? "

Zie wat hoge gedachten de profeet aangaande God had.

God is de eeuwige God. Hij is niet gelijk de goden der heidenen. Hij is van eeuwigheid tot eeuwigheid God.

Er is niets meer vertroostend en versterkend wanneer men gebukt gaat oncler de onbegrepen wegen van de wereldregering, dan te bedenken dat God, Die alles regeert de eeuwige God is.

Hij heeft deze geschiedenis gemaakt. Hij staat er boven en regeert de geschiedenis.

Zijn troon is boven de wereld en boven de tijd.

Hij regeert eeuwiglijk. Hij is de eeuwige God.

Hij is de „Ik zal zijn, Die Ik zijn zal."

Maar dit niet alleen. Hij is ook de God, Die heilig is in al Zijn werken.

De profeet is niet alleen diep overtuigd van het eeuwige bestaan van God, maar ook van de heiligheid van God.

Hij is de Heilige, de absoluut onzondige, zuivere en reine God.

Het is voor de profeet ondenkbaar, dat zijn God, zijn Heilige iets zou kunnen cloen waarop iets aan te merken viel.

Onze opstand tegen God en ons veroordelen van God komt niet alleen voort uit de zondigheid van ons bestaan, maar ook uit onkunde.

Wij kennen God niet meer.

Wij hebben niet meer de rechte indrukken van Zijn eeuwigheid en zuiverheid.

De profeet is zo doordrongen van Gods oppermacht en heiligheid, dat hij eenvoudig niet denken kan en durft dat er onrecht bij de Heere zou zijn.

Wat een genade is het om als God ons slaat en tuchtigt te mogen zeggen: „Zijt Gij niet van ouds af de Heere, mijn God, mijn Heilige? "

Dit brengt ook altijd troost in het bedrukt gemoed.

Lees het ook hier maar. De profeet voegt er bij: „Wij zullen niet sterven'-'.

Omdat God de eeuwige God is, de Jehovah en de Heilige, daarom weet de profeet: „Wij zullen niet sterven."

Wat het Chaldese leger ook zal doen en welke verschrikkingen het ook zal aanrichten, het zal Israël nooit geheel kunnen vernietigen. Omdat God heilig is zijn Zijn beloften ook heilig.

God is te heilig om Zijn beloften teniet te doen en Zijn Verbond met Israël te verbreken.

Zie hier wat een zegeningen een rechte kennis van God's heiligheid met zich meebrengt.

Het behoedt ons er voor om iets op Zijn doen te durven aanmerken en het sterkt ons in het geloof, dat Hij veel te heilig is om de ellendige, die op Zijn beloften hoopt, te verlaten.

Een heilig God haat zonde en kan geen kwaad doen

Als wij bedenken dat de heilige God de Chaldeën gebruikt om Israël te tuchtigen zouden we kunnen vragen:

Hoe kan een heilig God zulke onheilige middelen gebruiken om Zijn doel te bereiken?

Voor de profeet is veel raadselachtig, maar één ding is voor hem klaar en duidelijk: , , Gij zijt te rein van ogen, dan dat Gij het kwade zoudt zien." vs. 13.

Het is alsof de profeet zegt: Waar ik ook onzeker van ben, van dat éne ben ik zeker: God kan niet op het kwade neerzien zonder het te haten.

Er is veel onbegrepen kwaad in d.e wereld. In de dagen van Habakuk was dit kwaad er in de vorm van de wrede en alles vertrappende legers der Chaldeën. In de laatste wereldoorlog was dit de macht van Hitier. Tegenwoordig is dit de sluwe en boze macht van het alles onderdrukkende communisme.

Maar hoe weinig wij ook kunnen doorzien welke funktie die wrede onderdrukkers in Gods plan hebben, van één ding moeten wij overtuigd zijn, namelijk dat God niet op het kwade kan neerzien zonder het te haten en tegen te staan.

God en het kwade zijn tegenstellingen.

Zo min als er gemeenschap mogelijk is tussen licht en duisternis, zomin is er gemeenschap mogelijk tussen God en het kwade.

Alles wat onrechtvaardig en wreed is, is in strijd met het ware wezen Gods.

God haat en straft het kwade!

De loop der geschiedenis leert het ons.

Nog nooit heeft een onderdrukker of een onderdrukkende macht het lang ongestraft uitgehouden in de geschiedenis der volken.

God haat onrecht en Hij straft het.

Als Hij het niet volledig hier straft dan doet Hij dit hierna in de eeuwigheid.

Gods heilig karakter een pleitgrond

Er schijnt een tegenstelling te zijn tussen de verklaring van de profeet, dat hij weet dat God het kwaad niet ongestraft kan aanzien en wat er verder volgt. Wij lezen immers na de verklaring van Gods heiligheid: „Waarom zoudt Gij aanschouwen die trouwelooslijk handelen. Waarom zoudt Gij zwijgen als de goddeloze dien verslindt, die rechtvaardiger is dan hij? " Habakuk komt met tweemaal „waarom? ".

Het is echter geen zondig waarom. De profeet gebruikt het „waarom" als een pleitgrond als wilde hij de Heere manen te gedenken aan Zijn haat tegen het kwade en onrechtvaardige.

Zo nam de profeet met het ontzaglijke probleem de wereldgeschiedenis zijn toevlucht tot God. van

Vraag 1: loeit veel van onze opstand niet voort uit een niet beseffen van Gods hoogheid en heiligheid? (Rom. 9 : 20, Jes. 29 : 16).

Vraag 2: an Gods heiligheid een pleitgrond zijn? (Psalm 17 : 1, Psalm 4 : 2).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juni 1975

Daniel | 20 Pagina's

DE PROFEET HABAKUK (5)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juni 1975

Daniel | 20 Pagina's