ZWEEFVLIEGEN
1
Een sterke kracht grijpt onze vogel aan. Wij schuiven voort en voelen dat ivij stijgen. Wij zien cle aarde zinken en wij zwijgen. Wij zweven stil in deze vreemde baan.
De roodgerande toren zien wij neigen, en scheef zien wij de kleine huizen staan, als wij schuinhangend door de bochten gaan. De dode vogel vliegt maar zonder hijgen.
Het weer is helder, krachtig de termiek. De wind maakt met de vleugels zacht muziek. De bungalows zijn nu kabouterhuizen.
Wij varen zonder golfslag rustig voort, geen grommen van motoren wordt gehoord. De witte geiten lijken witte muizen.
2
Eén handbeweging aan het instrument, en wij bewegen ons in wijde kringen. Wij zien de verre zee het land omringen, en wat verborgen was wordt nu bekend.
Waar wij eens uren door het woeste gingen, dat overzien wij nu in één moment. Het landschap ligt daar als een mooie prent, een landkaart, levend door bezielde dingen.
Maar dan .... een handeling van de piloot, en alles wat zo nietig was wordt groot. De zee zakt achter hoge duinenwallen.
Een kleine schok .... wij zijn weer als voorheen: geringe schepseltjes van vlees en been, die op hun tocht te pletter konden vallen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juni 1975
Daniel | 20 Pagina's