EM DAN ZAL HET EINDE KOMEN
Enkele woorden zijn het maar. Veelzeggende woorden mot een rijke inhoud. Dezo woorden zijn het antwoord dat de Heere Jezus gegeven heeft op de vraag van de discipelen. De discipelen hebben immers gevraagd: Zeg ons wanneer zullen deze dingen zijn?
Wat zal het teken zijn van uw toekomst en van de voleinding der wereld?
De discipelen zijn met cle Heere Jezus cp de Olijfberg tegenover Jeruzalem. Van daar hebben ze een prachtig uitzicht over stad en tempel. En als ze clan zo over die stad heen blikken, denken ze terug aan wat de Heere Jezus zojuist gezegd heeft. Want Hij had het oordeel uitgesproken over het Bondsvolk omdat ze Hem verworpen hadden. Stad en tempel zouden geheel worden verwoest. Dat woord van Christus heeft ze ontroerd. Dat heeft een diepe indruk op hen gemaakt. Ze hebben het niet zomaar voor kennisgeving aangenomen, integendeel, ze zijn er vol van. Vooral als ze die stad, in al z'n schoonheid, weer voor zich zien. Ze willen' er meer van weten. Vandaar dat ze er nog eens op terugkomen. Ze vragen: zeg ons wanneer zullen deze dingen zijn? En wat zal het teken zijn? Als de Heere dat gehoord heeft, gaat Hij er op in.
Hij geeft ze een duidelijk antwoord. Een antwoord dat ons misschien bevreemdt. Want Hij zegt niet wanneer het gebeuren zal, maar wijst er op dat cle eindbedeling niet aanstaande is, maar dat deze al is ingetreden. Ze moeten dat einde niet verschuiven naar een hele verre toekomst.
Neen nü is de laatste ure aangebroken. Nog een korte tijd en Hij die te komen' staat, zal komen. Het einde is al ingetreden bij Christus' komst cp aarde. Hij is immers gekomen om het welbehagen Gods te volvoeren. Cpclat het welbehagen des Vaders door Zijn hand gelukkig zou voortgaan.
De mens is immers van God afgevallen. Hoewel God de mens goed geschapen had, opdat hij Hem recht zou kennen en oprecht zcu liefhebben, heeft het de mens niet goedgedaclht God in erkentenis te houden. Hij is van God afgevallen. Is nu Gods raad met die mens verijdeld? Neen, de val van de mens overviel God niet. Het is zijn welbehagen geweest cm, dwars door de zondeval heen, zich een volk te formeren dat Zijn lof zou vertellen. Daartoe heeft Hij Zijn zoon gezonden cp deze aarde, opdat Hij de weg zou banen waarlangs het welbehagen kon worden volvoerd tot zaligheid van verloren mensen'. Daartoe heeft Christus zich gegeven, zich overgegeven tot in de dood, om te niet te doen, degene die het geweld des doods had, dat is: de duivel. Hij heeft het werk des Vaders tot een goed einde gebracht toen Hij uitriep: het is volbracht! Do apostel zegt: Gelijk het de mens gezet is eenmaal te sterven én daarna het oordeel, alzo ook Cnristus, eenmala geofferd zijnde om veler zonde weg te nemen, zal ten andere male zonder zonde gezien worden van degenen die Hem verwachten tot zaligheid. Met één offerande heeft Hij de zonde der zijnen verzoend. Christus heeft hier het rantsoen betaald, Zich tot een losprijs gegeven. In het verlengde daarvan ligt Zijn wederkomst ten oordeel. Christus heeft het fundament der zaligheid gelegd. Daar hoeft niets meer aan toegevoegd te werden. Wat Hij nu doet aan 's Vaders rechterhand is Zijn gemeente bouwen op het door Hem gelegde fundament, door de werkingvan Zijn Heilige Geest. Daartoe moet nu het Evangelie gepredikt worden aan alle kreaturen. En dit evangelie des Koninkrijks zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis allen volken!
Straks zal er een schare zijn die niemand tellen kan, juichende voor Gods troon, vergaderd uit alle geslacht, en taal en natie en tong.
En als dan het evangelie overal gepredikt is geworden, clan zal het einde zijn. Met Christus' komst in deze wereld is dus de eindtijd begonnen. Is het einde aangebroken! En het centrale in het christelijke leven dient nu te zijn: Zijn zoon uit de hemel verwachten, namelijk: Jezus die ons verlost van de toekomende toorn. Sinds Christus zelf is ingegaan in de hemel cm te verschijnen' voor het aangezicht Gods, voor ons, zoals de apostel schrijft, is de eindfase in de geschiedenis van de mensheid aangebroken. Nu kan gezongen worden: Hij komt! Niet: Hij zal komen. Hij komt! Hij is onderweg om te komen. Hij komt om de aarde te richten.
Naar die komst dient Gods Kerk verlangend uit te zien. We behoeven die komst niet te verplaatsen in een wazige verte. Neen'! Elk ogenblik kan Hij komen, want Hij is al onderweg. De wereld heeft daarvan geen besef Zij leeft alsof er geen wederkomst aanstaande is. Zo doen ook velen met de dood. Ze stellen cle dag des doods heel ver weg, hoewel hij ons plotseling overvallen kan. Zo waren er cok spotters in cle tijd van de apostel Petrus. Zij zeiden: waar blijft nu die dag des oordeels? Waar blijft die dag van Christus' komst. Alle dingen blijven immers hetzelfde. Vanaf het moment van de schepping tot nu is er niets verander: !. Welk een schromelijke vergissing! Alles verandert, niets blijft hetzelfde. Alles werkt heen naar het ainde. Gods hand bestuurt alle dingen naar het wereldeinde. En naar dat einde moet de Kerk heen leren leven. Ze hebben Christus te verbeiden, waar immers zo duidelijk het geruis van Zijn voetstappen wordt vernomen. Hij heeft het z'n Kerk toegezegd: Ik kcm haastig. Alles wijst ons duidelijk heen naar het einde. In de dagen van de apostelen zei de Heere reecis: zie om U heen. Alles is rijp geworden voor het einde. Zo is het ook vandaag. Nog duidelijker. Let op het maatschappelijk gebeuren, cp de tekenen der tijden. Kortom: het proces van Christus' wederkomst is in volle gang. Alles roept ons toe dat Hij komt, onverwachts als een dief in de nacht.
Daarop wijst Christus in het woord dat Hij spreekt tot Zijn discipelen. En clan zal het einde komen. Hij neemt geen bepaalde datum. Hij stelt het heel dichtbij. We megen het niet uitrekenen zoals allerlei sekten deen. Het proces van de voleinding is op volle gang gekomen! Daarcm dienen we open ogen te hebben voor alles wat rondom ons gebeurt.
Om te leren de Heere Jezus te verwachten. Om te bidden: Uw koninkrijk keem toch o' Heer'. In dat licht moeten de discipelen ook de tekenen van de eindtijd zien. Doch al die dingen zijn maar een beginsel der smarten. In cle grondtekst staat: doch al die dingen, een beginsel der smarten.
De Heere Jezus bedoelt niet te zeggen: al deze dingen zijn maar een begin, er zullen nog erger dingen gaan gebeuren. Neen, in dit woord ligt een' vertroosting. Al ciie erge dingen die gaan gebeuren, ze waren er ock in de dagen van cle apostelen. ze zijn er ook nu. We zouden het zo willen weergeven: al die beroeringen zijn eigenlijk de geboorteweeën die de komst van eer.' nieuwe hemel en een nieuwe aarde ons prediken. Ze gaan aan het einde vooraf. Ze bereiden het einde voor. Ze prediken ons: deze wereld gaat voorbij en het Koninkrijk Gcds komt!
Juist vandaag wordt dat zo duidelijk als we luisteren naar de verontrustende geluiden ever milieuverontreinging en voedseltekorten enzovoort. Christus komt! Hij komt echter niet voor dat het evangelie zijn rondgang over cle aarde gemaakt .heeft. Allen zullen eerst gekonfronteerd moeten worden met het evangelie opdat niemand te verontschuldigen zou zijn. Het is opmerkelijk dat waar nu dat evangelie komt de vijandschap openbaar wordt. Het evangelie werkt schiftend. Vervolgingen breken los als men bekend geworden is met het evangelie. Vreemd, dat het evangelie zoveel tegenstand oproept. Evangelie betekent toch: blijde boodschap! Die blijde boodschap wordt toch gebracht tot zegening van hen die ze horen? Christus is niet gekomen cm te verderven, maar cm te behouden. Het evangelie spreekt van heil en van zaligheid. Toch wordt dat evangelie niet met epen armen ontvangen. Hoe komt dat? Wol, het evangelie ontkroont cle mens, het vernedert de mens, vleit de mens niet. Het evangelie zegt wat de mens door de zonde geworden is. Hes God over de mens denkt.
Dat evangelie veroordeelt de mens. Spreekt van genade voer doodschuldigen. Alleen als we daarop amen mogen zeggen zullen we ons verwonderen over de rijkdom van Gods genade in de Heere Jezus Christus.
Dit evangelie verwekt bij de mens ergernis. We zsggen clan deze rede is hard, wie kan ze horen? Christus heeft het evangelie gepredikt als geen ander. Met innerlijke ontferming bewogen heeft. Hij het evangelie verkondigd. En toch hebben duizenden zich van Hom afgekeerd. Ze weigerden Hem langer te horen. Ze weigerden Hem
te volgen. Het evangelie is wel voor de mens maar niet naar de mens. Het is vierkant tegen de mens. Hoe staan wij. die bekend zijn met het evangelie, daar tegenover? Hebben we ons al laten gezeggen? Laten veroordelen? Zalig die op het woord van Gcd amen leerde zeggen! Die mcgen tot hun verwondering en blijdschap ondervinden dat het een liefelijke boodschap is. Een boodschap vol van genade. Waar het evangelie komt verwekt het ergernis. Velen verwerpen het en kiezen de zijde van de vijand. Toch zullen er zijn voor wie dat evangelie wordt een kracht Gods tot zaligheid. De verheerlijkte Christus haalt Zijn buit binnen. Doch velen zullen zich tegen dit evangelie verzetten, zodat de prediking van het evangelie hen rijp maakt voor het oerdeel. Deze scheidslijn lcopt zelfs dwars door de kerk heen. Velen die aanvankelijk nog cle naam des Heeren beleden, vallen af als de verdrukking te hevig wordt. Als de wereld rijp gaat worden voor het einde zal ook het aantal valse profeten toenemen. Het evangelie zal meer en meer uitgehold worden. We denken vandaag aan de moderne theologie waar zelfs de heilsfeiten bruutweg worden ontkend en waar men zelfs spreekt over een alternatieve verzoeningsleer. Er wordt afgerekend met het plaatsbekledende werk van Christus. Gelijkertijd gaat men steeds meer breken met Gods getuigenis. De ongerechtigheid zal in het eind der dagen steeds meer toenemen. En omdat cle ongerechtigheid vermenigvuldigd zal worden, zal de liefde van velen verkouden. Ook de natuurlijke liefde zal verkillen. Denk maar aan de abortus en euthanasie. Kinderen vermoorden hun ouders, en ouders vermoorden hun kinderen. Dat zal niet ten goede komen van de door het evangelie vergaderde Gemeente. Als men z'n naaste bloedverwanten niet meer ontziet, zou men dan de gemeente van Christus ontzien? De liefde zal verkillen. Het zal steeds meer een harde en koude wereld worden. Het gevaar is groot dat ook wij meegesleept worden. Vandaar dat Christus zegt: Maar die volharden zal tot het einde, zal zalig worden. Er zullen er volharden! Een bemoedigend woord. Een aanmoediging! Wie getrouw zal zijn tot in de dood, die zal zalig worden. We kunnen het nog anders zeggen: wie volharden zal tot dat einde, dat grote wereldeinde dat steeds dichter bij komt, die zal zalig worden! Zal er nog geloof gevonden worden als Christus komt?
Ja, er zullen' er nog zijn. Daar zal God Zelf voor zorgen! Ze zullen het wel moeilijk krijgen. Ze zullen alleen komen te staan. Ze zullen gehaat worden. Verachting en spot zal hun deel zijn. Toch zullen ze de smaadheid van Christus liever hebben, dan de eer van de wereld. Gods werk gaat door! Het einde, waarvan Christus spreekt, zal z'n voltooiing bereiken. Het einde, dat wil zeggen; Gcd heeft het einddoel bereikt. Gods raadsplan is volvoerd. Door de prediking van het evangelie is er een gemeente vergaderd. De orde des heils, omvattend verkiezing, roeping, rechtvaardigmaking en heiligmaking zal dan voltooid zijn in heerlijkmaking.
Allen die van Christus zijn zullen Zijn beeld deelachtig zijn. Dan zal de Gemeente die door Hem is verlost Hem toebrengen de lof, de eer, de aanbidding en dankzegging. Dan zal het blijken dat er een volk is dat God Zich formeerde. Opdat het Zijn lof vertelle! Die voltooiing, dat einde, dat begin leeft nu Gods Kerk tegemoet.
Vandaar dat Guido de Brés zijn artikelen besluit met de woorden: daarom verwachten wij die grote dag, met groot verlangen', om ten volle te mogen genieten, de beloften Gods in Christus Jezus. Dat deed de kerk roepen: Maranatha, Jezus komt! Ja, kom Heere Jezus. Als we dan deze woorden nog één keer herhalen: En dan zal het einde komen. Dan moeten we dat einde niet ver weg denken maar heel dichtbij. Het einde is daar! Zijn wij verlangend naar dat einde? Hebben wij gegronde hoop dat dat einde ons eeuwig zalig zal doen zijn? Zal dat einde voor ons betekenen dat wij ontvangen de begeerte van ons hart?
Dat einde is er voor ons zodra de dood komt. Dan is voor ons het einde aangebroken. Dan kunnen we geen genade meer krijgen. Dan is het te laat. We kunnen nu nog voor het evangelie vallen óf op die grote zaligheid geen acht slaan. Waarachtige wedergeboorte is nodig. Inlijving, inplanting in Christus. Daartoe geve de Heere ons een biddend leven'. Opdat wij genade zouden verkrijgen voordat de dood ons het einde brengt. Dan zal het einde komen. Dan zal Christus komen. Voor Gods kerk een vertroostend woord. Want dat einde predikt ook: het einde van hun zondig bestaan. Het einde van hun zelf zoeken en zelf bedoelen. Het einde van : hun leed. droefheid en smart. Het einde van alle gevolgen van de zonde. Het einde van de zonde zelf. Dan zal een' zalig begin hun deel zijn, als ze altoos bij de Heere zullen zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 juni 1975
Daniel | 26 Pagina's