TOT EEN GETUIGENIS
Onze jaarlijkse bondsdag
Zaterdag 3 mei. Vanaf de parterre van „De Doelen" door het raam clat uitzicht biedt naar het centraal station zag je ze komen! Vele greepjes jongeren op weg naar hun jaarlijkse bondsdag in Rotterdam. Zij waren zojuist uit verschillende delen van het land in Rotterdam gearriveerd. Al spoedig was het in „De Doelen" een drukte van belang. Eerst neg even een kopje koffie drinken.
Een praatje maken met één van de vele bekenden uit het districtswerk of met een kampganger en dan gaat al snel de gong die de opening van de bondsdag aankondigt.
De zaal ziet er gezellig uit. Bloemstuk j es prijken op de tafels en voor de katheder. Een groot paneel vertolkt het thema van de dag: tot een getuigenis... allen volken!
Opening
Onze bondsvoorzitter ds. H. Hofman opent de bondsdag met gebed en Schriftlezing. In zijn openingswoord stelt hij de vraag centraal: Hebben wij werkelijk met ons hart gezongen „o Heer', Dien ik mijn Koning noem? " Jonge mensen, hebben jullie waarlijk gezongen' dat Hij je Koning is? Dan zul je die Koning liefhebben en gehoorzamen. Dan ben je geborgen voor de tijd en voor de eeuwigheid!
Na het openingswoord wordt ook dit jaar weer een telegram aan de koningin gezonden. Staande zingen we het zo bekende volkslied. Als cle eeuwenoude woorden van het Wilhelmus, gezongen door zoveel jongeren, door de zaal klinken realiseer je je dat ze ook nu nog brandend actueel zijn. Oorlof mijn arme schapen, die zijt in grote nood. Uw Herder zal niet slapen...."
Als de laatste orgelklanken weggestorven zijn, gaan we luisteren naar de eerste lezing.
En dit Evangelie des Koninkrijks za!....
Over dit thema spreekt ds. A. Moerkerken. En dit Evangelie des Koninkrijks zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis allen volken. Woorden die in verband staan met de tekenen cler tijden'. Woorden die in de moderne theologie ook gebruikt worden, maar geladen worden met een andere inhoud, aldus ds. Moerkerken. Woorden waarmee de Heere klept aan ons hart. Dit Evangelie zal in cle gehele wereld
gepredikt worden tot een getuigenis. Daarna zal het einde zijn Na deze toespraak volgt een korte pauze waarin er gelegenheid is cm een kop koffie te drinken'.
Arm en toch rijk
Na de pauze speelt Arie J. Keizer een inleiding op het klankbord „Arm en toch rijk". Het wordt heel stil in de zaal als het orgelspel eindigt en de verteller vraagt: Wie is arm? We praten zo gemakkelijk over armoede... De spreekstemmen vertellen: Arm is hij die geen helper heeft. Arm zijn we, al leven we in een welvaartstijd.
Arm is cle Tswana in Zuid-Afrika. Arm zijn ook wij, als we de Heere niet kennen. Je kunt op aarde heel rijk zijn en tegelijkertijd nameloos arm! Maar tot hen die nog op de aarde zijn komt het Woord. Tot een getuigenis allen volken. Het Woord dat oproept tot bekering. Zalig zijn cle geestelijk armen, hunner is het Koninkrijk. En wij? Geven we acht op het Woord?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 juni 1975
Daniel | 26 Pagina's