De sociale of beschutte werkplaats
gesprek met Teuni v. d. Veer
Door de redaktie werd mij gevraagd een vraaggesprek te willen houden met een of meer gehandicapten die werkzaam zijn op een sociale, of zoals ook wel genoemd, beschutte werkplaats.
Na enig rondspeuren bleek dat ik dicht bij huis kon blijven, want Teuni v. d. Veer uit Herkingen was zo vriendelijk hieraan mee te willen werken. Teuni werkt in „Binnenhof", een afdeling van de sociale werkplaats te Middelharnis.
Ook haar hoofdwerkmeester, de heer Langerak, was gaarne bereid aan het onderstaande gesprek deel te nemen, mede om hier en daar wat toelichting te geven.
Zodoende kon het volgende gesprek op ongedwongen wijze in de eigen huiskamer plaatsvinden.
W. Teuni, mag ik vragen, hoe oud jij bent, waar je geboren bent en waar je nu woont?
T. Ik ben 32 jaar, geboren en nog altijd wonend bij mijn ouders in Herkingen'.
W. In hoeverre bij jij gehandicapt? T. Ik ben klein, kan niet gemakkelijk lopen en mijn handen kan ik wel gebruiken, maar alles gaat wat langzaam. W. Hoe lang werk jij al in „Binnenhof"?
T. Dat wordt in september 7 jaar.
W. Dus je bent daar op je 25e jaar begonnen, wat deed je voor die tijd?
T. Voordien was ik altijd thuis bij mijn moeder, want iedereen ging er vanuit dat ik te zwak was om buitenshuis te werken, na mijn, niet gemakkelijke, lagere schooltijd.
W. Hoe ben je dan op de werkplaats terecht gekomen?
T. Toen mijn vader ouder werd ging men eens kijken of er voor mij toch nog mogelijkheden waren. Met name was het de maatschappelijk werkster clie zich hiervoor inzette. Door haar kwam ook het arbeidsbureau er aan te pas.
Ik werd het thuis zijn ook wel zat en vond het fijn wat te kunnen gaan verdienen. Mensen die veel minder waren dan ik werkten ook, waarom zou ik het dan niet kunnen? Mij werd geadviseerd het eerst maar eens in het gewone bedrijf te gaan proberen. Ik werd geplaatst in een atelier, waar uniformen werden gemaakt. Al gauw bleek dat ik het tempo niet bij kon houden. Vandaar uit werd toen geadviseerd, in overleg met het arbeidsbureau, mij op de werkplaats te plaatsen.
W. Hoe beleefden jij en je ouders dit allemaal?
T. Het was> een heel moeilijke tijd voor ons, ik was nooit van huis geweest — nu meteen hele dagen en de teleurstelling dat het in dat atelier niet ging en ik daarom naar „Binnenhof" moest. Dit laatste vooral vonden mijn ouders heel erg. De werkplaats was toen nog niet zo bekend als nu. Afgesproken werd dat ik het een paar maanden zou proberen, maar nu, na bijna 7 jaren ben ik er nog.
Werkvoorzieningsschap
W. Wij praten nu steeds over de sociale, de beschutte werkplaats en „Binnenhof'. Wat is het nu precies?
T. „Binnenhof" is een afdeling van de werkplaats, evenals de nieuwe afdeling in Sommelsdijk. Ook in het oude veilinggebouw zit een groep. Verder is er nog „Buitenhof". Dit is een tuinbouwbedrijf wat bij ons hoort. Dan zijn er ook nog de thuiswerkers. Onder elkaar spreken we maar van „Binnenhof".
hr. L. Wij spreken tegenwoordig niet meer van sociale werkplaats, maar van werkvoorzieningsschap. Het is wel de beschutte werkplaats, omdat onze mensen in een min of meer beschermde omgeving werken.
In onze nieuwbouwafdeling werken vooral mensen die in het gewone bedrijfsleven hebben gewerkt en op latere leeftijd zich daar niet konden handhaven door allerlei oorzaken b.v. hartpatiënten. Op „Buitenhof" werken onze echte buitenmensen. Er zijn ook mensen in de plantsoenendienst geplaatst.
Dan is er nog een kleine groep thuiswerkers. Deze kunnen, door meestal medische oorzaken niet naar de werkplaats komen, dus krijgen zij werk thuis bezorgd. Tenslotte is er dan nog „Binnenhof" waar Teuni werkt. Hier werken voor het grootste deel geestelijk gehandcapten en' een klein groepje lichamelijk gehandicapten, waaronder Teuni.
Landelijk gezien hebben wij hier in Middelharnis een middelgrote werkplaats.
W. Hoe verloopt de plaatsingsprocedure om op de werkplaats tewerk gesteld te worden?
hr. L. Veel aanmeldingen komen tegenwoordig via scholen, maar ook arbeidsbureau's, stichting geestelijke volksgezondheid e.a. Er is een plaatsingscommissie die bestaat uit gemeentevertegenwoordigers, vertegenwoordigers van de werkplaats en de bedrijfsarts. Met elkaar wordt dan bepaald waar de aangemelde voorlopig het best geplaatst kan worden.
W. U had het over scholen; werken er veel jeugdigen en welke mogelijkheden hebben deze jonge mensen?
hr. L. Er komen eigenlijk steeds meer jeugdigen die cck alle kansen krijgen voor vervolgonderwijs. Het komt er in de praktijk op neer dat de meesten in aanmerking komen voor vormingsonderwijs. Persoonlijk betreur ik dat daarin in 't algemeen weinig medewerking van de ouders wordt ondervonden, deels om principiële redenen, wat begrijpelijk is, maar voor een deel ook uit laksheid. Dat vind ik zo jammer omdat onze medewerkers menselijkerwijs gesproken aan de werkplaats gebonden zijn tot hun 65e jaar. Daarom is het zo belangrijk dat zij nog wat vormingsonderwijs krijgen. (Dit jaar zal er D.V. een Chr. Vormingsinstituut starten in Middelharnis. W. v. d. K.)
W. Spreekt u altijd van medewerkers? hr. L. Ja, mensen als Teuni zijn mijn medewerkers. De geestelijk gehandicapten zijn mijn pupillen.
W. Teuni hoeveel mensen werken op de werkplaats en waar komen zij vandaan?
T. Totaal werken er ± 300 mensen, die van heel Goeree-Overflakkee komen, dus van Coltgensplaat tot Ouddorp en uit de gezinsvervangende tehuizen in Dirksland en Scmmelsdijk. De meesten komen met bussen die daar speciaal voor rijden. Vanuit mijn woonplaats, Herkingen, rijdt een' klein busje. We beginnen 's morgens cm 8.00 uur en zijn cm half 5 klaar.
W. Wie is je eigenlijke baas?
T. Er is een clirekteur, maar die zien we niet elke dag. Dan is er de hoofdwerkmeester, bij ons is dat mijnheer Langerak. Dan zijn er nog werkmeesters en assistent-werkmeesters.
W. Wilt u de funkties wat nader toelichten, mijnheer Langerak.
hr. L. De direkteur is degene die aan het hoofd van de gehele werkplaats staat. De hcofdwerkmeester, waarvan ik er één ben, coördineren het werk, zorgen, in samenwerking met het Bedrijfsburo, voor aangepakt werk, spreken met diverse vertegenwoordigingen. Wij nemen deel aan teambesprekingen, bezoeken ock wel de mensen thuis en vallen zo nodig in voor de werkmeester. De werkmeesters met de assistenten hebben meer het direkte toezicht op de werkzaamheden.
W. Waaruit bestaan de werkzaamheden zoal?
T. De laatste tijd zijn wij veel bezig met het afwegen en inpakken van snoep voor Jamin. Rond Pasen hebben we chocoladekippen gevuld met eitjes. Leuk was ook de opdracht om testjes van aardewerk te vullen met bonbons. We hebben ook vaak gewerkt voor Philips, b.v. snoertjes voor allerlei apparatuur en standaardjes voor microfoons van band-en cassetterecorders. Dat was leuk werk. Ook voor Vredestein hebben we nogal eens werk.
W. Wordt er vanuit Flakkee ook nog voor werk gezorgd?
T. Daar hoor ik eigenlijk niet veel over, dus ik denk van niet.
hr. L. Wij proberen de werkzaamheden zoveel mogelijk aan te passen aan de capaciteit van onze medewerkers. Daarom is er in onze nieuwbouwafdeling het meest verantwoordelijk werk. Maar verder wordt er natuurlijk op gelet wat de één meer kan dan de ander. Om bij de snoepverpakking te blijven, er moet soms geteld en soms gewogen worden. Dat kan niet iedereen, maar snoepjes in een zakje doen kan vrijwel iedereen. Inderdaad hebben we ook veel werk gedaan voor Philips, Vredestein e.a. Maar ock bij ons is te merken dat er een algehele verslapping op de arbeidsmarkt is. Wat werk van Flakkee betreft, dat hebben we wel geprobeerd, maar we zijn echt op de grootindustrie aangewezen en dat is op dit eiland niet te vinden,
W. Teuni ben je tevreden met je salaris en andere voorzieningen?
T. Ik heb een goed salaris met daarbij ook nog prestatieloon. We kunnen deelnemen aan een spaarregeling met 30 "/o rente, mits het spaargeld minstens 4 jaar vast blijft staan. We hebben 2 weken vakantie (keuze van mei tot oktober) en 12 snipperdagen.
hr. L. Wat dat prestatieloon betreft: we werken nog altijd met het zgn. puntensysteem. Dit zal er in de nabije toekomst wel afgaan. Het zijn economische faktoren die altijd nog mee moeten spelen. Het principe is dat iemand een bepaald salaris heeft, en daarboven naar prestatie een extra uitbetaling, die in punten wordt aangegeven. Van ons wordt verwacht dit systeem zo eerlijk mogelijk te hanteren. Persoonlijk vind ik dit erg moeilijk, cmdat vele van onze medewerkers maar voor b.v. 60 °/o werk kunnen presteren naar onze maatstaven, terwijl zij voor 100 % hun best deen. Wij proberen het zo soepel en menselijk mogelijk te maken. Wat die spaarregeling betreft: onze medewerkers zijn allen semi-ambtenaren. Daarom kunnen zij van deze regeling gebruik maken.
W. Hoe komt de werkplaats aan de financiën?
hr. L. Ten eerste zijn daar de inkomens via de industrieën waar wij voor werken. Verder vallen' we voor 90 % onder rijkssubsidie, mits we aan alle eisen voldoen. Is dit laatste niet het geval dan krijgen we toch nog altijd 75 °/o subsidie.
W. Teuni, heb je ook goed contact met collega's en wordt dat vanuit de werkplaats gestimuleerd?
T. Zowel met werkmeesters als met collega's is er onderling een goed contact. Natuurlijk is er wel eens wat net als overal. Maar in 't algemeen gaat het best. Met één collega hoop ik a.s. vakantie een bootreis te gaan maken. We hebben een blad wat periodiek verschijnt. Het heet „Binnenband" en ieder die met de werkplaats te maken heeft kan er in schrijven. We maken ook jaarlijks een busreis, waarbij iedereen iemand mee mag nemen. Dit verloopt altijd heel gezellig,
hr. L. Ik kan niet anders zeggen, dan dat er in het algemeen een goede sfeer bij ons heerst.
En hiermee wil ik dan dit gesprekje besluiten, na zowel Teuni als de heer Langerak bedankt te hebben voor hun medewerking.
Ik hoop dat onze lezers cloor het bovenstaande enige indruk hebben gekregen, hoe het er over het algemeen, op een beschutte werkplaats aan tcegaat.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 mei 1975
Daniel | 24 Pagina's