JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Wat „pinkstertikkerig”, maar ....

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wat „pinkstertikkerig”, maar ....

4 minuten leestijd

Enige tijd geleden sprak ik wat jongelui die regelmatig een „koffiebar" bezoeken. Na wat praten bleek deze „bar" een ontmoetingsplaats te zijn, waar zeer aktieve jongeren' uit de Pinkstergroepen vaak een bezielend „getuigenis" laten horen.

Uit het gesprekje met deze jongelui bleek dat de pinksterjongeren een grote aantrekkingskracht op hen hebben. Men bewondert hen om hun vrijmoedigheid, om hun Schriftkennis en om hun vaak zeer principiële stellingname.

Natuurlijk hebben ze ook wel hun twijfels: de „bekeringen" zijn te gemakkelijk, de genade te goedkoop, het getuigenis vaak te geforceerd en de levensinstelling in sommige opzichten te wettisch, te krampachtig.

„Je krijgt vaak het gevoel alsof je je geloof vrijmoedig móet uitzingen, 't Is er vaak wat „pinkstertikkerig, maar ....!"

Toch blijkt de aantrekkingskracht groot, helaas ook op jongeren vanuit onze gemeenten.

Wat is het toch dat ze daar vinden en dat ze dus blijkbaar in de kerk missen? Een aantal dingen vallen op.

Uit wat ik zelf heb ervaren en uit wat ik hoor uit gesprekken, blijkt de sfeer een uitermate belangrijke faktor te zijn.

Er heerst een zekere beslotenheid, een zekere intimiteit, een-op-elkaar-ingesteld afgestemd zijn. Er is een zekere band onderling. en

Ik vraag me wel af op welke basis, maar de band is er. Ik noem dat lotsverbondenheid. De Pinkstergroepen zeggen ons dat de eenheid en de gemeenschap onder de leden van de gemeente een opdracht is, door de Heere Jezus Zelf aangespoord.

Verder valt op dat men in deze groepen weer met de Bijbel in de hand zit. Men is bezig met de Schrift en beroept zich voortdurend op de Bijbel. Echter nooit op de Belijdenisgeschriften. Ik zou willen dat men op onze verenigingen ook veel meer bezig zou zijn met het Woord van God. We zijn veel te weinig bereid cm te luisteren naar wat de Heere in Zijn Woord tot ons te zeggen heeft.

De vereniging schiet z'n doel voorbij als er alleen maar aktuele onderwerpen gehouden en randaktiviteiten georganiseerd worden.

Overigens verliest ze daardoor haar werfkracht. Rondom het Woord van God en vanuit dat Woord bezig zijn, dat houvast geeft in het leven. Dat bindt samen.

Een derde punt dat cpvalt is de nadruk die in de Pinksterkringen gelegd wordt op het werk van de Heilige Geest, op de noodzaak van persoonlijke bekering en persoonlijk geloof.

Men verwijt onze kerken gebrek aan de Heilige Geest en' Zijn gaven.

Men vindt het geloof te dor, te verstandelijk en te veel in vormen opgaan. Het komt bij hen op een persoonlijke beslissing aan.

De aandacht voor de noodzaak van bekering en geloof als strikt-persoonlijke zaken zal zeker niet achterwege mcgen blijven, ook cp de verenigingen niet.

Jongelui, ik meen het in alle ernst, ik waarschuw je voor allerlei groeperingen die eenzijdig de nadruk leggen op een bepaalde wijze van geloofsbeleving. De Bijbel leert ons, zoals ook zondags in de kerk naar voren komt:

— de oproep tot persoonlijke bekering: „Wendt u tot Mij toe en wordt behouden". Maar ook: „het is noch desgenen die wil, noch desgenen die loopt, maar des ontfermenden Gods". Het is de Heere die zich in Zijn verkiezende liefde als de Eerste aan de mens openbaart.

Waar hoor je in deze groeperingen de verwondering dat het de Heere is die „naar mij heeft omgezien? "

— De verlossing van de zonde.

Niet van bepaalde vormen van zonde (bevrijding van een ongeremde uitleving van de sexualiteit, van verslaving aan alcohol en drugs b.v.), maar van de aard van de zonde. Zonde is afval van God, vijandschap tegen God, totale verdorvenheid, niet alleen onmachtig, maar zelfs onwillig ten goede.

Het is niet: ik heb zonden, maar ik ben zondig („van de voetzool tot het hoofddeksel toe").

— de heiliging in Christus.

Ook na ontvangen genade blijft de mens zondig. Bij de Pinkstergroepen moeten we een grote overschatting konstateren van de wedergeborene, de geestelijke mens, die het zelf doen, zelf kan en zelf doet. „Zonder Mij kunt ge niets doen".

— de Heilige Geest overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel.

Het werk van de Heilige Geest krijgt een te sterke beklemtoning.

Maar de Heere Jezus zegt: „Wanneer die Geest zal gekomen zijn, Die zal van zichzelf niet spreken, maar Hij zal het uit het Mijne nemen en het u verkondigen".

Dat is de Geest van de Vader en de Zoon, van een Drieënig God.

Het lijkt er vaak op dat alles wat er zich in de menselijke ziel afspeelt, zo maar een uitwerking van de Heilige Geest is.

Mijn meest wezenlijke kritiek is dat de vraag van de Pinksterlingen uit Handelingen als vrucht van de Heilige Geest: „wat. moeten we doen om zalig te worden", nauwelijks of nooit gehoord wordt. Wat het werk van de Heilige Geest is, daarvoor verwijs ik naar het hoofdartikel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 mei 1975

Daniel | 20 Pagina's

Wat „pinkstertikkerig”, maar ....

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 mei 1975

Daniel | 20 Pagina's