JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Bevrijdingsbewegingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bevrijdingsbewegingen

7 minuten leestijd

Het machtsprobleem is zo oud als de mens zelf. De macht van mens over mens, groep over groep en volk over volk. Meestal gaan macht en bezit samen en beïnvloeden ze elkaar. In het feodale stelsel was en is bezit: grootgrondbezit. In de westerse wereld is geld de sleutel tot alle bezit.

Waar macht is zijn ook macht-lozen. Vaak zijn dat tegelijk bezit-lozen; soms slaven. Vragen, die steeds weer gesteld worden zijn: Wie is er aan de macht? Hoe wordt die macht gebruikt? Hoe wordt machtloosheid ervaren? Vaak is het een vraag naar de machtsverhoudingen. Er zijn geen landen te vinden, waar thans het machts-en gezagsprobleem niet ter discussie staat. Natuurlijk was er vroeger ocik opstand tegen regerende macht. De vaak geslaakte verzuchting: „Ach, was het maar vroeger" kon wel eens ontspruiten uit een oppervlakkige of onjuiste kennis van het verleden... Wel zijn er verschillen. Historische opstanden waren meer een spontane uiting van ontevredenheid, dan een ideologische strijd, die al dan niet met de wapenen moest worden uitgevochten. Ik doel hier op volksopstanden met uitzondering van de grote godsdienstoorlogen. Typerend voor de huidige nationale en internationale konflikten is, dat ze op ideologische basis stoelen. Met als uiterste konsekwentie vaak, dat gezag „an sich" niet erkend wordt. Het zou ons hier te ver voeren hoe gezag en vrijheid zich verhouden in de thans' in beweging zijnde maatschappelijke structuren. Volgens welke principes moet de maatschappij worden ingericht? Hiërarchisch? Democratisch? Socialistisch? Marxistisch? Vooral heerst het recht van de sterkste; veelal is dat recht krom!

Om veel moderne guerrillabewegingen te kunnen herkennen kunnen we niet voorbij aan Marx, die in de vorige eeuw een zuiver materialistische ideologie heeft geschapen, waarachter zich in diverse kleuren steeds meer volgelingen scharen. Hij kwam na een grondige maatschappij-analj^se tot de conclusie, dat door historische wetmatigheden een bepaalde bevolkingsgroep (een klasse) leeft, en het goed heeft, ten koste van een andere klasse. Die „ene klasse" was vroeger zelf cnderdrukte klasse.

Marx nam het cp voor de uitgebuite, de onderdrukte klasse. In zijn tijd was dat de arbeidersklasse, waren dat de bezitslozen, de proletariërs. Volgens Marx werden ze uitgebuit; omdat ze veel minder loon kregen dan de meerwaarde, die ze door hun arbeid aan een produkt hadden toegevoegd, vertegenwoordigde. Het grote verschil tussen meerwaarde en loon was de winst voor de ondernemer. Hoewel Marx, naar zijn historisch materialisme, had moeten geloven in een procesmatige revolutie der maatschappelijke verhoudingen, riep hij toch cp tot verzet: „Proletariërs aller landen, verenigt u!" Hij geloofde dat het uiteindelijke produkt, dat de socialistische revclutie zou opleveren, een maatschappij van vrede zou zijn, zonder klascestrijd, waarin alle nationale bezittingen gemeenschappelijk bezit zouden zijn. Dat was zijn ideologie. Alleen al de geschiedenis van Marx tot heden heeft overvloedig aangetoond dat een vrederijk niet da^r ontstaat, waar de „juiste" bezitsverhoudingen zijn. De stremmer is steeds de mens zelf, die niet beantwoordt aan het optimistische mensbeeld, dat aan de moderne maatschappijopvattingen ten grondslag ligt. De strijd om de macht is gebleven', het hevigst in de communistische landen ! In verschillende landen worden de sociale tegenstellingen politiek, d.w.z. door politieke partijen uitgevochten. Het is dan een politieke strijd om de macht.

Bevrijdingsbewegingen geloven niet in de partij als middel tot verwezenlijking van

hun doelstellingen. Vaak is er maar een één-partijenstelsel - als u begrijpt wat ik bedoel. Men grijpt dan naar de wapens. Een guerrillaleger moet een omwenteling van de bestaande verhoudingen bereiken. Ze doet dit met alle ter beschikking cLaande middelen. Middelen, die enerzijds de aanhang bij de volksmassa meet vergroten, anderzijds de „vijand" afbreuk moeten doen. Het slagen van een dergelijke revolutie hangt meestal af van het feit of de tegenstander tegelijk een nationale vijand is. Bevrijdingsbewegingen hebben dan cck steeds een sociaal en een nationaal karakter. Sociaal, omdat ze een sociale omwenteling beogen; nationaal, omdat het tevens een patriottische daad is. Het volk wordt van een vijand bevrijd. Vocrbeeldon van grote guerrillabewegingen met dit dubbele karakter waren: in China tegen de Japanners, op Cuba tegen de Noordamerikanen. Ik neem even deze twee voorbeelden, omdat ze typerend zijn voor de verandering, die het Marxisme via het Leninisme in de Derde Wereld onderging. In de arme landen werd niet het industriële proletariaat, maar de grote massa beschouwd als „uitgebuit" en onteigend door binnen-en buitenlands kolonisatie". In de tweede plaats vormde niet het stedelijk proletariaat de basis van de guerrilla, maar de agrarische meerderheid van de bevolking, zoals landarbeiders, pachters en kleine bcaren. Zij werden uitgobuit dcor feodale landheren. Pas jaren later organiseerden zich de zgn. stadsguerrillos, zoals we dit met name in Zuid-Amerika ontmoeten.

Hoe gaat een guerrillabeweging te werk? Alle denkbeelden over de guerrilla gaan terug cp Mao Tse-tceng, die in 1949 met het Chinese Rode Leger, na 22 jaar strijd de overwinning behaalde. Hij legde de principes neer in vier grote werken. Zijn strategie was een langdurige, voortgezette oorlog, zender vaste fronten, bestaande uit reekse korte akties. Zijn eerste deel was een agrarische revolutie te ontketenen aio basis voor een latere revolutie in de grote steden. In navolging van hem, schreef de Middenen Zuidamerikaanse verzetsstrijder Ché Guevara: „De strijd van een gewapende groep vormt de enige basis van de revolutionaire oorlog tegen een gevestigde macht met een bestaand leger". Weliswaar zijn we hier ogenschijnlijk ver van Marx verwijderd. Wel, wat betreft de middelen, niet, wat betreft de maatschappijideologie.

De gevestigde macht, waartegen een guerrilla wordt gevoerd, kan zijn:1e. een koloniale macht, 2e. grootgrondbezitters, 3e. een heersende culturele of godsdienstige klasse. Doel van de strijd:

Omverwerping van de gevestigde machten de heersende maatschappelijke verhoudingen, met als einddoel: de vrijheid.

Het is niet mogelijk, om binnen dit bestek uitvoerig in te gaan op de verschillende verzets-en bevrijdingsbewegingen. Hierboven hebben we getracht wat achtergronden te schilderen, plus wat algemene kenmerken op te noemen. Tot slot een heel beperkt overzicht van huidige bevrijdinigsgroepen.

Bevrijdingsbewegingen in de Derde Wereld zijn veelal gericht tegen een koloniale macht, die op grond van racistische of economische motieven een absolute macht handhaven, Zo'n onafhankelijkheidsstrijd kan bijzonder gecompliceerd worden, wanneer dcor inmenging van buitenaf, uitgevochten moet worden cp welke ideologie de maatschappelijke verhoudingen moeten worden gebaseerd. Het wordt dan een strijd van invloedssferen, zoals die momenteel woedt in Zuidoost Azië.

Bevrijdingsbewegingen in Midden-en Zuid-Amerika kenmerken zich door hun strijd tegen' een heersende klasse: semi-feodale kringen, plantage bezitters, bankiers, enz. De Marxistische en communistische invloed is daar vooral tcegencmen na de gelukte communistische revolutie op Cuba onder Fidel Castro. Ook hier weer blijkt de strijd het felst op te laaien tijdens de opbouw van een nieuwe staat, waarin buitenlands mogendheden hun belangen (meestal economisch) trachten veilig te stellen.

Ten derde vinden we over de gehele wereld bevrijdingsbewegingen, die cp grond van een bedreigde cultuur of subcultuur naar de wapenen' grijpen om zelfbestuur en onafhankelijkheid af te dwingen. Voorbeelden hiervan zijn de Basken en de Koerden. Los hiervan moeten we mijns inziens, de verschillende anarchistische groepen zien: Vanuit een anarchistisch mensbeeld verwerpen ze elke vorm van gezag. De bestaande maatschappij moet dcor een voortgaande revolutie worden veranderd. Een mens is eerst vrij, wanneer hij zich naar volstrekt individuele normen kan uitleven. Elke

gevestigde orde is in wezen doelwit. Voorbeelden hiervan zijn de in studentenkringen ontstane Baader-Meinhof groep en het Japanse Rode Leger. Ze vallen buiten de eigenlijke bevrijdingsbewegingen; omdat ze een duidelijk nationaal karakter missen. Het gaat hun in diepste wezen' niet cm de bevrijding van een volk, maar om de bevrijding van het individu.

De opmars van marxistische denkbeelden doet velen vaak al te snel kiezen voor de partij der verdrukten; daarbij vergetend, dat het veelal een strijd is ter vergroting van eigen macht en bezit. Aan wiens zijde je wel meet staan? Aan de zijde van hen die DIENEN! Meestal zal dat betekenen, dat je partijloos terzijde staat.

Opmerkelijk is, dat de Heere Jezus onder een volk leefde, dat een vrijheidsstrijder verwachtte. Hij stelde echter een ieder in de relatie, waarin hij tot God stond en waarin hij tot zijn direkte naaste stond. De Heere Jezus was geen verlosser van de Romeinen, maar van zondaren. Tot BEIDE partijen kwam en komt de boodschap: Dient elkander door de liefde. Zonder Christus staan beiden' straks schuldig tegenover God.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 april 1975

Daniel | 20 Pagina's

Bevrijdingsbewegingen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 april 1975

Daniel | 20 Pagina's