LOFZINGEN - VERGETEN
„Zij zongen Zijn lof, doch zij vergaten haast Zijn werken". (Ps. 106 : 12b, 13a).
Zij zengen Zijn lof. De dichter van deze psalm verplaatst ons in gedachten naar de tijd van Israël's verlossing uit Egypte.
Farao kreeg spijt van zijn toestemming om het bondsvolk te laten trekken, en achtervolgde hen.
De HEERE baande echter een pad door de Rode Zee, waardoor Israël veilig de overzijde bereikte. De Egyptenaren echter kwamen cm in de kokende golven.
We lezen dan: „toen zong Mozes, en de kinderen Israëls, de Heere dit lied en spraken; zeggende: Ik zal de Heere zingen, want Hij is hoog verheven: het paard en zijn ruiter heeft Hij in de zee geworpen".
De verlosten van de hand van de onderdrukker zongen Gods lof.
Maar de dankbaarheid verdween al gauw en maakte in enkele dagen plaats voor ontevredenheid.
Zij zongen Gods lof, o ja Haast, dat is: heel spoedig. Doch zij vergaten haast Zijn werken.
Op het lofzingen volgt direkt vergeten; vergeten van Hem, Die hen verloste. bleek uit de vele zonden die zij bedreven. Dat
Zij vergaten haast Zijn werken, want ongelovig en ongeduldig mopperden ze om eten en drinken bij Horeb bogen zij zich voor het gouden kalf na de terugkeer van de 10 verspieders versmaadden zij het beloofde land.
Zij zengen Gods lof, doch vergaten haast Zijn werken.
Telkens herhaalde zich dezelfde geschiedenis: verlost werden, een ogenblik dankbaar zijn, en dan weer de Verlosser vergeten.
Moet dat ook niet van Nederland gezegd worden?
Moet dat misschien ook van ons persoonlijk gezegd worden?
Nee, we hebben werkelijk geen reden om uit zelfgenoegzame hoopte op Israël neer te zien, wél cm ons voor Gcd te verootmoedigen en met diepe schaamte te belijden: wij zongen Gods lof, doch vergaten haast Zijn werken.
Wij vergaten!
Dat is niet uitsluitend een zaak van ons geheugen, maar vooral van ons hart. Dat gene waar we belang in stellen, waar we hart voor hebben, zullen we niet snel vergeten. Vergeten is daarom vooral ondankbaarheid.
Ondankbaarheid jegens God de Gever, Die niet ophoudt weldaden te bewijzen aan mensen die niet ophouden met zondigen.
Ons zondige hart is, ook w.b. de bevrijding in 1945, zo vergeetachtig.
Nee, misschien niet als het gaat over de moeite van 5 oorlogsjaren, maar wél als het gaat over de bevrijding die Gcd schonk.
Het is zo nodig dat we elkaar opwekken, ook als jongeren, om de werken van de Heere in onze vaderlandse geschiedenis eens op te tellen tegenover de onnoemelijke optelsom van de zonden van ons land, ons volk en ons persocinlijk leven.
Twee optelsommen moeten we leren maken in ons leven: Eén van Gods werken en één van onze zonden.
Als we die twee van elkaar aftrekken, jongens en meisjes, weet je wat er dan overblijft? Het wonder van Gods ontfermende genade!
Dan gaan we Paulus begrijpen: „of venacht gij de rijkdom Zijner goedertierenheid en verdraagzaamheid en lankmoedigheid, niet wetende dat de goedertierenheid Gods u tot bekering leidt? "
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 april 1975
Daniel | 20 Pagina's