Een stem van ongeboren kinderen
Mijn leven is naar Uw gebod: „Weest vruchtbaar, " sprak de Heere God. Zo zuiver zou mijn schepping zijn, ontvangen door de liefde rein,
O God, belet dat 't piïlle wicht vergaan zal voor Uw aangezicht, als iemand met bekwame hand met opzet breekt de levensband.
Zij scheuren m' uit mijn enge staat, verpletten 't hcofd en mijn gelaat; 't gebeente breekt, mijn bloed vergaat; vertrapt word ik als 't slijk der straat.
Wij zijn de kindren, ongeboren; Er is geen graf, wij zijn verloren. Geen lieve armen die ons beuren: geen lach, geen kus, bij spel en treuren.
Wij zullen nimmer zien onz' ouders; geen kleren sierlijk om de schouders. Wij zullen nooit de zon zien stralen; geen vogels, bloemen, die schoon pralen.
Geen advocaat die voor ons vecht. Spreekt daarom vurig voor ons recht, dat heel de wereld 't onrecht weet. Geen uitstel voor dit gruwzaam leed,
W’ ontlopen nooit het doodsgevaar door deze brute moordenaar. Kan hij zich in dit kwaad verheugen, gerust in zonden die niet deugen?
Tot in de hemel schreit ons bloed, als Rachels kindren onbehoed. Wanneer zal God die wrede hand weerhouden van ons dierbaar land?
Mijn God, ik bid met stomme mond, dat ik mag groeien en gezond geboren word op moeders tijd, en ik mij in Uw werk verblijd.
Vergeef, die in die zonde leeft, dat zijn geweien schriklijk beeft, en a's het doodsuur hem ontmeet, hij vrede vindt in Christus' bloed.
(Vertaald uit het Engels)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 april 1975
Daniel | 20 Pagina's