HET JOODSE PAASFEEST
De bevrijding uit de slavernij en de uittocht uit Egypte is De grote gebeurtenis voor het volk Israël. De Heere wil vlg. Exodus 2 dat dit wonder ook aan de kinderen verteld wordt.
Jochanan had zich stilletjes achter de dikke stam verstopt, tot het ogenblik waarop hij heel in de verte tussen de prachtige zuilen van het paleis Mozes zag terugkomen. , , Mozes, Mozes, wat zei Farao nu? Mogen we weggaan? "
Jochanan, het doet er niets toe of de Farao het goedvindt of niet. De HEERE heeft mij gezegd dat we zullen gaan. Na de laatste nacht.
„De laaste nacht? Maar Mozes, wannéér is die laatste nacht? "
Jochanan denkt aan vader, die als een slaaf behandeld Hoe eerder die nadacht komt, hoe beter. wordt.
„Je zult alles horen, Jochanan, maar eerst moet ik met het volk spreken. Toe, loop en waarschuw allen, ik heb veel te zeggen." snel
In elk Orthodox-Joods gezin wordt het feest der bevrijding altijd nog gevierd. Ieder die dit feest der bevrijding viert moet net doen, alsof hij het is die uit Egypte bevrijd is. Het hoogtepunt van het Paasfeest is de Sederavond.
Bij het aanbreken van deze avond gaan vader en de jongens eerst naar de synagoge cm daar de feestgodsdienstoefening bij te wonen.
Thuisgekomen zet het hele gezin zich aan tafel om het feest te vieren. Bij iedere plaats staat een beker wijn. Iedereen, jong en oud moet op sederavond vier beker wijn drinken.
De vader heeft de beker en met het uitspreken van de zegen opent hij de maaltijd tot lof van God en tot herinnering aan de bevrijding.
Daarna laat hij zich de schaal met water aanreiken om zijn handen te wassen. Hij doopt daarna wat groenten in zout water of azijn. Hij spreekt de dank uit over de vruchten der aarde en deelt ook de anderen op de rij af de vruchten uit, zodat ook zij de dank kunnen uitspreken.
Nu heeft hij de sederschotel, waarop zich bevinden: een gebakken ei, de zgn. „charoseth", een mengsel van gemalen noten en geraspte appels in wijn geweekt, die een roodachtige kleur hebben en herinneren aan de tichel-stenen.
Dan volgt het belangrijkste van de avond. De kinderen, beginnend bij de jongste stellen de vragen die genoemd worden in de Hagadah (Boek der Vertelling):
„Waarom is deze nacht anders dan alle andere nachten? " „Waarom het brood ongezuurd? " „Waarom de kruiden bitter? " „Waarom eten wij met haast? "
Daarmee antwoordt vader met het vertellen van de wonderen van de uittocht uit Egypte.
Toen vertelde Mozes precies alles zoals God het hebben wilde. Allereerst moesten ze al het gist (waardoor het brood gaat rijzen) uit huis doen, want gist is zurig en eigenlijk doet dat zure denken aan al die nare dingen die ze de laatste jaren hebben moeten doormaken. Ongezuurde, platte broden dus....
„Want", zei Mozes, „we gaan een nieuwe, een andere tijd tegemoet". Toen mocht Jochanan met vader een lam uitzoeken: het mooiste, er mocht beslisl niets verkeerds mee zijn. Dat lam stond nu al drie dagen achter in het schuurtje. En elke keer als Jochanan dat prachtige lam zag, kreeg hij een naar gevoel in z'n keel. Want hij wist: dat lam zou die laatste nacht geslacht worden. Maar meteen moest Jochanan dan ook denken aan wat vader daarover gezegd had: „Jochanan, dat lam is ons voedsel straks en het bloed zal ons, zal jóu redden. Denk daaraan, telkens als je het lam ziet".
„Mij redden, vader? ", vroeg Jochanan toen. Hii snapte daar niets van.
Toen kwam de avond van de vierde dag.
En toen begreep Jochanan alles, óók van dat lam. Mozes had gezegd: „Vanavond is het de laatste avond, maak je zó klaar, dat je metoen op reis kunt, slacht eerst het lam. Braad dat lam dan in z'n geheel. Maar bewaar het bloed....
„Vader”.
„Ja, Jochanan!”
„Vader, waarvoor is nou dat bloed? " En dan vertelt vader, dat déze nacht God een engel naar Egypte zal sturen. En zijn komst zal de laatste, de meest verschrikkelijke plaag over Egypte brengen. Alle oudste jongens zullen sterven!
Jochanan heeft stil geluisterd, maar nu, bij die laatste woorden springt hij overeind: „Vader, oh en ik ben ook de oudste! En ik dan, vader? "
„jij, Jochanan, jij zult veilig zijn. Want, kijk, zie je dat bloed. Vader moet nu iets doen wat Jaweh, onze God gezegd heeft. Help je mee? " gaan
En daar staat Jochanan; in beide handen de schaal met het bloed van hei lam. Vader doopt steeds met een bundeltje takjes in en strijkt ermee langs de zijkanten van de deur. Rood, bloedrood worden ze.
„Ga eens een stukje achteruit, Jochanan, kun je het goed zien? Gok vanuit de verte? "
„Ja . . . best vader!" „Zou de engel het ook kunnen zien? " „Een engel? Natuurlijk vader!"
„Nou, luister mijn jongen. Jaweh heeft gezegd dat ieder achter dis deuren veilig is, die met bloed zijn bestreken, het bloed van ons lam. Geloof je, dat óók jij nu veilig bent, Jochanan? "
Geloof je, dat óók jij nu veilig bent, Jochanan? Even aarzelt hij en zegt dan: „Jawel, vader, maar zullen we ook geen bloed langs de ramen strijken? "
„Nee, jongen, als de HEERE zegt, dat dit genoeg is, dan is het genoeg. Anders zou er op lijken, dat we onze God toch niet helemaal vertrouwen." „Goed vader." het
En zo werkien ze samen aan de deurposten.
Na het zingen van de Lofzang: psalm 113 en 114 — het „Hallel" — wordt er gestopt. De beker wijn wordt voor de tweede keer geledigd. De handen worden weer gewassen, weer wordt er een zegen uitgesproken en de eigenlijke maaltijd begint. Na het eten wordt de derde beker wijn geschonken en de vader gaat verder met het vertellen van de wonderen van de uittocht uit Egypte.
„Toen viel de nacht, de laatste, waarin de engel kwam Ook langs het kleine huisje van vader en Jochanan. Maar stil en zonder gerucht is hij daar voorbijgegaan. Want 't bloed van 't lam was er aan de deurpost gedaan. Hij kwam ook bij het paleis van de farao en zijn zoon, die later zou zitten op zijn vaders gouden troon, stierf in die vreselijke nacht, vol geween, want goud was niet voldoende, waar de engel verscheen. En heel vroeg in de morgen, deed Jaweh Israël gaan Weg uit het slavenland, op Kanaan aan!
Hier wordt het verdere gedeelte van het „Hallel", psalm 115 - 118 en nog andere psalmen gezongen.
Zo b.v. psalm 136. De verzen worden door de vader gezongen, terwijl de huisgenoten steeds het refrein: „Want Zijn goedertierenheid duurt tot in der eeuwigheid" zingen. De vierde beker wijn wordt geledigd en de Sederavond is voorbij.
Het Joodse paasfeest en de sederavond zijn rijk aan symboliek en betekenis. Lees daarvoor het hoofdartikel, waarin duidelijk naar voren komt, dat het de Heere is die de ogen opent voor het Lam Gods, Dat de zonde der wereld weg draagt.
N.B. De verhaalvorm is vrij bewerkt naar het verhaal „Het Pascha" van Ds. Meeuwsen uit „Bouwstof".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 maart 1975
Daniel | 20 Pagina's