JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

VRIENDEN MET VLEUGELS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRIENDEN MET VLEUGELS

8 minuten leestijd

Houd je ook veel van vogels en zou je er zélf ook best een paar willen hebben? Lees eens hoe de tweeling Agnes en Gerard Hoeksema een volière bouwen én hoe ze het volhouden voor hun dieren te zorgen. Mag ik hen even voorstellen?

GERARD, veertien jaar, is een middelmatig-handige jongen die écht wel eens op z'n duim slaat, maar die een grote liefde voor de natuur heeft.

AGNES, uiteraard ook veertien, beperkt zich tot het geven van kritiek en het schilderen, waarbij haar handen even' groen zijn als het hok zelf.

De dia-serie.

Fijn, vanmiddag dia's", denkt Gerard. De regen slaat tegen de ruiten, de verwarming brandt en het is echt genoeglijk in hun lokaal. Meneer Kooiman, hun biologie-leraar, heeft een vriend meegebracht, een zekere meneer Zuiderveld, clie een echte vogelliefhebber is. Hij zal de klas een serie dia's laten zien. Samen stellen' ze de apparatuur en al gauw verschijnt op het witte scherm de eerste dia.

„Een vink", weet een van de meisjes.

„Inderdaad", zegt meneer Zuiderveld en laat de volgende dia zien. „En deze vogel? " Niemand heeft dit eigenaardige diertje met. z'n korte vleugelstompen ooit gezien.

„Ook een vink" vertelt meneer Zuiderveld. „Dit is de cactusgrondvink, clie op de Galapagos-eilanden voorkomt. Toen Darwin in 1835 daar kwam vond hij daar n.1. dertien vinkensoorten, die zich uit gemeenschappelijke ouders ontwikkeld hebben. Om het beschikbare voedsel volledig te benutten, hebben de soorten zich gespecialiseerd. Deze eilanden worden „levende laboratoria van de evolutie" genoemd "

Evolutie? Gerard vangt een wat geamuseerde blik van Agnes, z'n tweelingzusje. Hij weet wat ze denkt. Hoe zal meneer Kooiman, als rechtgeaard leraar aan een reformatorische school dit opvangen'?

Meneer Kooiman zwijgt echter en zijn vriend laat nog wat van die vinkensoorten zien. Dan zegt hij: „Dat is dus het gevolg van de evolutie. Tenminste zo kun je het opvatten. Er is nóg een standpunt — mijn inziens het juiste: Gód heeft alles geschapen en onderhoudt alles tot Zijn eer. Weet je wat Smytegelt zegt: , , Diezelfde God, die ons onderhoudt, die stelt ook elk schepseltje op zijn post. Doet gij dit en gij dat, zegt de Heere, en weest gij hier en gij daar".

Meneer Zuiderveld laat een volgend beeld zien: een leeuwerik, die hoog-jubelend opstijgt tussen witte schapenwolkjes naar een blauwe zomerlucht.

Het wordt stil in de klas. Allen kijken naar het kleine wezentje dat in al z'n bewegingen lijkt te wdllen zeggen: Mijn cloel is God groot te maken.....

Na de eerste serie dia's laat meneer Zuiderveld een aantal dia's zien over het houden van vogels als huisdier. In een volière dus.

Agnes ziet, dat Gerard met een ruk rechtop schiet. Ze moet lachen. Dat is in z'n straatje! Gerard is immers degene die van z'n moeders kant de grote liefde voor vogels geërfd heeft? Ze kan niet laten hem even te plagen. Even later krijgt Gerard een briefje doorgestuurd. Hij begrijpt onmiddellijk wie de afzender is.

„Kijk de stukken er niet af. Krijg jij toch nooit voor elkaar", staat er op. En 't is gek, maar dat laatste zinnetje steekt 'm toch wel. Want hij kan zich nog goed de scheve kooitjes herinneren, die hij op gezette tijden in elkaar flanste Die middag, als Agnes op weg naar huis over de dia's begint, bromt hij dan ook: „Gemeen was dat briefje, Agnes!"

Agnes kijkt verwonderd opzij. „Gemeen? Dat was toch een grapje, jö!"

„Leuk grapje", moppert Gerard door. „Toe zeg! Neem je dat zo hoog op? " Uit Gerards zwijgen begrijpt Agnes dat hij inderdaad nogal beledigd is. Ja, die volière ook. Dat is z'n grootste wens en tegelijk z'n teerste plek, dat weet ze. „Zou je graag een volière willen? " vraagt ze vriendelijk, om 't goed te maken.

„Nou", zegt Gerard hartgrondig. „Maar dat kan ik toch niet "

„Probeer 't nog eens, je bent nu veel ouder. Een échte volière tegen de schuur!"

Gerard draait bij. In z'n hoofd begint een plan te rijpen. Een jofel plan, haast te mooi om werkelijkheid te worden.

En tóch ....

De daaropvolgende dagen neemt dat plan steeds vastere vormen aan. En eindelijk — na veel heen en weer gepraat — krijgen Agnes en Gerard van hun ouders werkelijk toestemming een bescheiden volière te bouwen. Maar — op de volgende voorwaarden:

— Ze moeten deskundige raad inwinnen (Agnes vertaalt dit direkt als: Niet eigenwijs zijn dus ).

— De kosten komen voor eigen rekening (Oei!).

— Ze moeten als ware dierenvrienden voor hun vogels zorgen.

Ze beloven alles grif. Ze beginnen meteen en krijgen van oom Han, die zelf een pracht-volière heeft, veel goede tips. Agnes schrijft die in een schrift:

— Haal uit een bibliotheek lektuur over de verzorging van vogels en bestudeer deze grondig.

— De volière moet rat-en muisdicht zijn. 't Gaas moet dus 50 cm diep in cle grond zitten. Je kunt op de bodem trottoirtcgels leggen, maar deze moeten met een dikke laag zand bedekt zijn.

— Een gedeelte van het buitenhok moet overdekt zijn, zodat de vogels kunnen zonnen én zich eens flink nat laten regenen. Tocht kan geen enkele vogel verdragen. Het binnenhok moet worden afgescheiden. Het moet er overdag licht genoeg zijn, want een vogel vliegt niet graag naar het donker. Het open gedeelte kan 't best naar het oosten of zuiden gericht zijn en de wand naar het noorden-Probeer tegen een tuinmuur of schuur te bouwen, dat bespaart een hele wand.

— Breng de deur (met véér) in een hoek aan, zodat de vogels zich veilig kunnen stellen, als je binnenkomt. Maak hot slot zo hoog, dat een kind er niet bij kan.

— Breng beplanting aan om het geheel natuurlijk te houden. Een vlierstruik blijft het langst in leven. — Bestrijk het houtwerk én het gaas (dan wordt het „onzichtbaar") met groene carbolineum.

Tja, en wat nu? De theorie hebben ze, maar nu de praktijk

De volgende dag maakt Gerard met z'n broer Aart een tekening. Ze noteren alle maten, rekenen alles nog eens na en zoeken in de schuur naar allerlei houtwerk, dat bruikbaar is. Dat valt mee. Ze hoeven slechts een klein gedeelte te kopen. Toch slaat het nog een flinke bres in hun zuinig opgespaarde zakgeld. Maar Agnes wil ook wel eens wat doen. Als de paasvakantie aanbreekt, steekt ze met een plechtig gezicht de eerste spade in cle grond.

„Jammer, dat er nou geen eerste steen te leggen is", zegt ze spijtig.

„Geef nou maar hier", moppert Gerard en begint driftig een gat te graven, 't Is maar goed, dat Aart verteld heeft hoe hij moest beginnen. Eerst de oppervlakte aftekenen, dan de hoekpalen slaan en met elkaar verbinden. Allemaal gemakkelijker gezegd dan gedaan. Toc'n staat er als het avond is een hou-

ten geraamte overeind. Nou ja, met het verstek zagen heeft Aart moeten helpen, maar dat is het minste. En met de deur heeft hij ook moeite. Twee keer moet hij het overdoen voor het goed is. Zo zwoegen ze verder

Veertien dagen later is de volière klaar. Gerard en Agnes zijn buitensporig trots op hun werk. Oom Han, die ook liet resultaat komt bewonderen, is direkt enthousiast. , , En nu een paar Japanse Meeuwtjes er in, jó! Dé broedvogels voor beginners. En dan ook nog wat kanaries of zebravinkjes. Begin maar bescheiden".

Gerard vraagt hem de oren van het hoofd en als oom Han 's avonds weg gaai; , zijn er weer twee bladzijden in het „Vogelschrift" vol geschreven:

— Dc vogels moeten geregeld kunnen baden. Geef ze veel groenvoer, maar verwijder de resten. Vergeet de kalkstoffen niet (b.v. gemalen eierschalen)! Bewaar het zaad droog. Informeer terdege wélke soort zaad voor welke vogel geschikt is.

— Tegen de broedtijd zorgen voor nestmateriaal. Het is niet moeilijk zelf nestkastjes te maken, voorzien van deksel en invlieggat op 2/3 van de hoogte.

— Zei bij aankomst van de vogels het verzendkistje even op een rustige plaats. Geef ze de eerste tijd het voer, waaraan ze gewend waren.

— Is een vogel ziek? Zet hem meteen apart om besmetting te voorkomen.

— Willen de vogels 's avonds niet naar het binnenhok, strijk dan met een stok over de bovenkant van het gaas. Vóór de winter moet er gezorgd zijn voor een warme winterkooi voor de teerste vogeltjes.

— Kattengevaar? Een straal uit de tuinslang doet wonderen!

Een jaar later.

Het is avond, 't Wordt al schemerachtig. Gerard, die met Agnes zit te lezen in de kamer, staat op. , .'t Is tijd", zegt hij en gaat naar buiten.

Agnes kijkt hem na, als hij het tuinpad afloopt naar hun volière. Hij zal 't geen enkele avond vergeten, denkt ze. O, zg zorgt ook wel goed voor hun vogels, hoor, maar toch Gerard is een ware dierenvriend, beseft ze, die met liefde voor zijn diertjes zorgt.

Buiten jaagt Gerard voorzichtig een onwillige vogel het binnenhok in. „Kom nou, 't is tijd, je kunt niet buiten blijven "

Tja, hij staat er nog, de volière. Ze hebben zelfs al meer vogels dan vorig jaar. Hun hoop dat de vogels gingen broeden is vervuld.

Gerard blijft nog even staan luisteren naar het gefladder van de vogels, die een plaatsje zoeken voor de nacht. En hij weet zéker: 'k Zou ze nooit meer kunnen missen, 't Zijn m'n vrienden geworden, één voor één ...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 februari 1975

Daniel | 20 Pagina's

VRIENDEN MET VLEUGELS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 februari 1975

Daniel | 20 Pagina's