JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

MILIEUBEHEER

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MILIEUBEHEER

14 minuten leestijd

Het is bepaald een open deur intrappen, als je zegt dat er een milieuproblematiek bestaat. De vervuiling tengevolge van industrieel en huishoudelijk afval kun je overal om je heen zien. Dat hangt wel wat af van waar je woont: De randstad wist er al lang van, horwel er vroeger niet over „Milieuproblematiek" werd gesproken; „de fabriek stinkt" was duidelijk genoeg. Maar, om maar één voorbeeld te geven, de laatste tijd kan ook Zeeland meepraten over milieuvervuiling. De namen Sloegebied en Borssele zeggen in dit verband genoeg.

Nu is er veel meer aan de hand dan alleen stinkende fabrieken en vervuilende rivieren. De milieucrisis komt voort uit, is een symptoom van de crisis, waarin onze cultuur verkeert.

Dat zo te zeggen, is eigenlijk nogal werelds. De wereld, mens en schepping verkeren in een voortdurende crisis. Het is geen slechte periode na een periode, die goed of zelfs maar beter is geweest.

De zondige aard van de mens komt ook uit in zijn verhouding met de schepping, de natuur en de dieren. De schepping zelf rust onder de vloek van datgene, wat in het paradijs gebeurd is.

We kunnen eigenlijk alleen maar zeggen, dat nu meer dan ooit, door de steeds groter wordende technische macht van de mens, de gevolgen van de zonde juist in die verhouding van mens en schepping openbaar komen. Maar het is het „werken in het zweet uws aanschijns" in moderne vorm.

Dat betekent, dat we nooit een definitieve oplossing voor de milieuproblemen zullen kunnen vinden. Nooit zullen we een blauwdruk van een nieuw paradijs kunnen maken. We kunnen niet meer doen, dan trachten te zoeken naar een bijbelse fundering van onze normen die onze verhouding met de natuur betreffen.

Onze toekomstvisie, onze „futurologie" is te vinden in het boek Openbaringen: de tijd waarin wij leven is een tijd van rampen, oorlogen en geruchten van oorlogen. En: de Christen behoort te leven vanuit de verwachting van de komst van Christus.

Studiemateriaal over de milieuproblematiek.

Het is opvallend, hoeveel publikaties over de problemen rond het milieu losgekomen zijn na de verschijning van het rapport van de Club van Rome. In vrijgemaakt Gereformeerde kring verschenen onlangs twee boeken: Van dr. P. Nijkamp en Prof. dr. J. Douma het boek „Het gelaat van de aarde", terwijl een aantal schrijvers uit vrijgemaakte kring elk een bijdrage leverde aan het boek „Bouwen en bewaren", met als ondertitel „Bijdragen tot een gereformeerde visie op het milieubeheer". Vooral uit het boek van Nijkamp en Douma is veel geput voor dit artikel, dat dan ook vooral bedoeld is, om de „eetlust" op te wekken. Wie

echt studie wil maken van deze dingen, en dat vanuit een bijbelse visie, zal deze boeken moeten kopen en bestuderen.

De mens als evenwichtsverstoorder.

Het is opvallend, en dat blijkt op vele terreinen, dat de mens niet in staat is een bepaald evenwicht te bereiken of te bewaren. We zien dat b.v. zo duidelijk in de huidige „seksgolf", die een doorslaan is naar een andere kant als reaktie op de Viktoriaanse moraal uit de vorige eeuw.

Maar ook dat is te zien in onze verhouding tot de natuur. Een bepaald stuk bos, rivier of land kent een zeker evenwicht; er zal vaak weinig veranderen, tenzij er van buitenaf ingegrepen wordt. Enige vervuiling b.v. wordt ten gevolge van het zogenaamde zelfreinigende vermogen van een rivier binnen korte tijd opgeheven. Verder heeft alles binnen zo'n gemeenschap een bepaalde funktie. Haal je er iets uit, dan klapt het evenwicht in elkaar. Dat is niets nieuws; het boek van Douma en Nijkamp geeft als voorbeeld Libanon. In de bijbel wordt gesproken van de cederwouden in dat land; door toedoen van de mens is daar nu niets van over: Het is een woestenij van zand geworden.

We kennen allemaal de alarmfase 3, zoals dat heet, die bij een bepaalde weersgesteldheid in de Rijnmond wordt afgekondigd. Dan is de opzet, dat de industrie overschakelt op andere, minder vervuilende brandstoffen. Echter al in 1273 werd in Londen een verbod op het stoken van vetkolen uitgevaardigd, in verband met de optredende „smog".

De mens liet in de middeleeuwen al zijn afval in de grachten lopen, zodat met recht van open riolen kon worden gesproken. Met alle gevolgen voor het milieu vandien! Overigens geeft de bijbel al voorschriften, om de legerplaats rein te houden (Lev. 23 : 12, 13).

De walvisvangst is een duidelijk voorbeeld, waartoe de techniek gehanteerd door de mens kan leiden. Doordat de hiervoor gebruikte schepen zo perfekt zijn uitgerust, is de mens erin geslaagd in vrij korte tijd verschillende soorten walvissen geheel uit te roeien.

Zoals al gezegd, het oerwoud in Libanon bestaat niet meer; maar de moderne mens kan op dat gebied ook heel wat. Zo is b.v. voor het produceren van een flinke Amerikaanse krant (voor een dag!) een bos van 15000 bomen nodig. Rekent U maar eens uit wat dat betekent voor een geheel jaar.

Het Rapport van de club van Rome.

Alhoewel het zeker niet het eerste boek over de milieuvraagstukken is, is het wel het meest bekend geworden. Vooral na de verschijning hiervan is men zich meer en meer bewust gaan worden van de gevaren die ons bedreigen. Zoals bekend zijn er al weer enkele nieuwe publikaties van de club van Rome verschenen, die nog weer door andere gevolgd zullen worden.

Nijkamp wijdt er in het genoemde boek een indringende bespreking aan. Ik wil daar slechts één punt van aanhalen.

Het rapport pleit o.a. voor geboortebeperking als een oplossing van de problemen. Nu is dat niet nieuw. Al in 1798 kwam de Engelse geestelijke Malthus met een boek, waarin hij er voor pleitte het aantal geboorten te beperken. Dit wilde hij overigens o.a. bereiken, dcor de mensen later te laten trouwen. Malthus zag overal om zich heen, in welk een diepe armoede de arbeiders leefden. En hij voorzag, dat dit alleen maar erger zou worden. Weliswaar zou er steeds meer voeds3l geproduceerd worden, maar de bevolkingstoename zou veel groter zijn. We weten, dat althans in de westerse wereld de verwachtingen van Malthus niet zijn uitgekomen: Het aantal mensen is weliswaar groter geworden, maar de welvaart ook. Hiervoor zijn twee oorzaken aan te wijzen: de verbeterde landbouwtechnieken, en het feit, dat het aantal geboorten relatief afgenomen is.

Dat laatste betekent, dat we niet zomaar kunnen zeggen: Malthus heeft ongelijk gekregen (de welvaart is wel toegenomen) en dus hoeven we ons wat dit betreft niets aan te trekken van wat bovengenoemd rapport zegt.

En er liggen, zeker ook voor wat betreft de ontwikkelingslanden, veel problemen.

Er gaan, ook in Nederland, zelfs al stemmen op, die het hebben van meer dan twee kinderen strafbaar zouden willen stellen.

Nu wijst Nijkamp erop, dat het gevaar van overbevolking toch betrekkelijk is: China en Brazilië zijn ongeveer even groot, en Brazilië heeft zeker evenveel bodemschatten, maar terwijl China kans ziet 700 miljoen mensen te voeden, kan Brazilië ternauwernood aan de behoeften van 90 miljoen mensen voldoen. In elk geval is het moeilijk precies aan te geven, wat overbevolking is.

Twee dingen nog omtrent de voedselschaarste, die hiermee samenhangt: Wij, in de westerse wereld, eten niet alleen overdadig wat betreft de hoeveelheid, maar ook wat betreft de samenstelling. Hoeveel voedsel gaat niet verloren, bij de zogenaamde veredeling van ons voedsel. Ten tweede: er zijn nog vele mogelijkheden op het gebied van de verbetering van de landbouwmethoden. Er zijn dan ook deskundigen (o.a. van de FAO, de landbouworganisatie van de Verenigde Naties) die erop wijzen dat de wereld zeker in staat moet zijn 20 miljard mensen te voeden. Hoe dit ook zij, terecht zegt Nijkamp dat het hier gaat om een zaak, waarvoor slechts de ouders verantwoordelijk zijn, in gebondenheid aan de bijbelse normen.

Het milieu en de Bijbel

Prof. Douma geeft in een vrij kort hoofdstuk hierover een schat aan materiaal. Hij geeft niet alleen een grooi: aantal Schriftplaatsen, die betrekking hebben op het milieu, maar ook de visie van enkele theologen. O.a. die van Calvijn, Kuyper en Schilder.

Het blijkt duidelijk dat aandacht voor het milieu geen onverschillige zaak is. In de schepping komt Gods grootheid uit. Aantasting van de schepping is aantasting van de eer van God. Dat geldt niet alleen de dode natuur: ook de dieren worden in de Bijbel genoemd.

Opmerkelijk is b.v. dat bepaald is in het Oude Testament, dat een dorsende os niet gemuilband mocht worden. Het land mocht zes jaar bewerkt worden, maar daarna, in het sabbatsjaar, moest het braak blijven liggen. En ook: zes dagen van de week mocht er gewerkt worden, maar de zevende dag was een rustdag, niet alleen voor de mensen, maar ook voor de dieren!

Wij als moderne mensen zouden zeggen: wat een produktieverlies. Maar dat voortdurend jagen naar meer produktie is nu juist de oorzaak van zoveel milieuvervuiling. En ik dacht dat het bovenstaande ook nog wel iets te zeggen had over onze verhouding tot de dieren: het zijn niet alleen maar , .preduktiemiddelen", maar schepselen, medeschepselen Gods; die op grond van de Bijbel onze aandacht ten volle waard zijn.

Calvijn wijst erop, dat het leven hier slechts een toegang is tot het eeuwige leven. Of, zoals Calvijn in zijn institutie zegt: „Indien de hemel ons vaderland is, wat is dan de aarde anders dan een oord van ballingschap? "

Douma zegt dan: „Als alle aandacht geconcentreerd wordt op de hemel (en op de hel, denk aan oud-gereformeerde stromingen) wordt het dan niet gauw zo dat onze medeschepselen uit het gezichtsveld verdwijnen?

Als het tegenwoordige leven veracht zou moeten worden, maken we dan van de dingen om ons heen ook niet gemakkelijk wegwerpartikelen? "

We zouden hier veel over kunnen zeggen. Een paar opmerkingen slechts.

We kunnen het woord oud-gereformeerd wel gevoeglijk vervangen door „de rechterflank van de gereformeerde gezindte" waar wij dus ook toe behoren.

Aandacht voor de hemel en vooral voor de nel; ja die is er inderdaad, maar het is onwaar, en niet meer dan een karikatuur, om het op deze manier te zeggen. Juist hij, die leeft vanuit het besef van de eeuwigheid, vanuit het weten dat ons doen en laten in de tijd niet los staat van die eeuwigheid, zal de ernst inzien van het aantasten' van Gods schepping door de (en door zijn) zonde. Anderzijds, inderdaad, alleen wie „klaar" is in zijn antwoord op de vragen van de eeuwigheid, al is het per definitie, die kan zich volop en optimistisch inzetten voor een milieubeleid, en toekomstplannen ontwikkelen.

Kuyper en Schilder.

De visie van Kuyper en Schilder getuigen inderdaad van optimisme. Kuyper gaat wel heel ver. Hij ziet een direkte verbinding tussen de wonderen van Christus en de wonderen van de techniek. Ja, hi.i zegt zelfs, zich beroepend op Joh. 14 : 12 (, , en hij zal meer doen dan cieze") dat de mens groter wonderen zal doen dan Christus gedaan heeft. Schilder heeft het woord cultuurmandaat gebruikt, om (gegrond op Genesis 1 : 28). aan te geven dat de mens geroepen is uit de schepping te halen wat erin zit.

Dit echter ten dienste van de naaste, dichtbij maar ook veraf.

De techniek is inderdaad niet meer, dan het gebruik maken van dat wat in de schepping aan krachten aanwezig is. En ook al is de schepping aangetast door de zonde (Romeinen 8: het zuchten der schepping tot het einde toe) ze is zelf niet zondig. Dat is de mens, die deze dingen misbruikt.

Onze houding: die van een rentmeester.

Een rentmeester is aangesteld om b.v. een landgoed te beheren voor de heer van dat land. Hij is dus niet de eigenaar. Hij moet handelen naar de gegeven instrukties.

Zo zou de houding van de christen ten opzichte van de aarde moeten zijn.

Hij zal rekenschap moeten afleggen van wat hij met de aarde gedaan heeft.

Leven wij ook zo? Als we wat zelfkennis hebben, moeten we die vraag ontkennend beantwoorden. We doen net of we eigenaar zijn. Alsof alles alleen voor ons is. Alsof het erom gaat, zo veel mogelijk welvaart te verwerven.

Nu weet ik wel, dat hier veel problemen liggen. We leven in deze wereld, in deze maatschappij. Je kunt als christenondernemer wel proberen een schone fabriek te bouwen. Maar de produkten moeten toch verkocht worden. Dus moeten ze niet te duur worden. En het leven in een bepaalde cultuur brengt een bepaalde manier van kleden en leven met zich mee. Maar: is onze houding niet vaak, zo. dat we alles maar zo vanzelfsprekend vinden. Dat we het zo heel gewoon vinden, elke keer wat meer in het, loonzakje of op de giro te krijgen? Leven we niet allen, min of moer bewust. vanuit het geloof dat alles vooruit gaat? Dat alles steeds beter gaat worden?

Maar voor wie wat verder kijkt, is het duidelijk dat achter deze schoon lijkende gevel een grote angst schuilgaat.

Angst voor het leven, angst voor de dood.

Kritiek op de konsumptiemaatschappij.

Dat valt ook niet-christenen op. We hoeven maar naar bepaalde radiouitzendingen te luisteren, bepaalde kranten of weekbladen te lezen, of de maatschappijkritiek komt op ons af. Kunnen wij daarmee instemmen?

Ook al zal er in sommige gevallen waarheid schuilen in wat gezegd of geschreven wordt, het is duidelijk dat dit een dimensie mist. Men heeft kritiek op de macht van de reklame, maar men wil er weer een andere macht voor teruggeven. Dat kan dan die van de staat zijn, of wat dan ook (al naar gelang de politieke kleur, van waaruit deze kritiek op d.t konsumptiemaatschappij komt) maar het blijft alles horizontaal gericht. Vrij van de macht van de reklame, van de macht van het geld, wordt slechts hij die de ware vrijheid kent, die van Christus.

De praktijk van de milieubescherming.

De vraag moet gesteld worden, wat het dan praktisch inhoudt, zich als christen ook ten opzichte van het milieu te gedragen. We komen, als staatsburger ook in de politiek, immers voor bepaalde beslissingen te staan. Natuurlijk allereerst, dat er studie wordt gemaakt van de problemen, die zich hier voordoen, en een gezamenlijk proberen vanuit bijbelse normen deze aan te pakken.

Ik wil graag iets uit het boek van Nijkamp en Douma, uit het laatste hoofdstuk, hierover doorgeven.

Wat het landschap betreft, pleiten de schrijvers voor de vermindering of afschaffing van het gebruik van fosfaathoudende wasmiddelen (die, zoals bekend uiteindelijk een funeste uitwerking hebben op het oppervlakte-water) en van plastic in allerlei verpakkingen.

Veel meer dan vroeger het geval was, zal in de afweging bij allerlei beslissingen de milieufaktoren een belangrijke rol gegeven moeten worden. De naam Oosterschelde moet hier genoemd worden, maar ook de Waddenzee, en de waddeneilanden.

De aanleg van wegen zal zoveel mogelijk beperkt moeten worden. Wat hebben we toch vaak weinig oog gehad,

voor wat vernietigd werd aan natuurschoon als er een nieuwe weg werd aangelegd!

Waar mogelijk, en nodig zullen er zuiveringsinstallaties gebouwd moeten worden. Ook hier gaat de kost voor de baat uit. Ook al is die baat dan niet direkc in geld uit te drukken. Veel meer dan vroeger, zal ook geprobeerd moeten worden oude materialen weer opnieuw te gebruiken. Te denken valt hier onder meer aan de herinvoering van het statiegeld op lege flessen en potten. En: onze arbeid zou minder op produktie, en meer op dienstverlening aan de naaste gericht moeten zijn.

Slotopmerkingen.

Hoe nuttig en nodig bovenstaande dingen ook zijn, ze zullen nooit de oplossing brengen. Het is al meerdere malen gezegd, maar het is goed ons dit steeds voor te houden. Hoezeer zijn ook wij steeds weer geneigd de oplossing van al de menselijke problemen te zoeken in ons eigen handelen.

Al deze maatregelen zijn niet meer dan pogingen, wat van de gevolgen van de zonde weg te nemen. In die zin eindigen we dan ook minder optimistisch dan het boek van Douma en Nijkamp.

Tenslotte nog een opmerking over het boek , .Bouwen en bewaren". Dit gaat vooral in op allerlei praktische problemen, en geeft ook een schat van literatuuropgaven. Ter bestudering na het meer principieel gerichte boek van Douma en Nijkamp ook van harte aanbevolen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 februari 1975

Daniel | 20 Pagina's

MILIEUBEHEER

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 februari 1975

Daniel | 20 Pagina's