JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

BE TEKENEN ZIEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BE TEKENEN ZIEN

5 minuten leestijd

„Toen nu de bruidegom vertoefde, werden zij allen sluimerig en vielen in slaap”.

Ik maakte onlangs een vergadering mee, waar door één van de aanwezigen werd gezegd, dat de jongelui uit onze kringen zo weinig betrokken zijn op het gebeuren van onze eigen tijd. Hij merkte dat aan de gretigheid waarmee door havo-5 leerlingen gegrepen werd naar vrijblijvende, „neutrale" onderwerpen voor het schrijven van een opstel. De mééste onderwerpen van de examenprogramma's der laatste jnren zijn weliswaar maatschappij-kritisch ingesteld, maar daar wordt niets mee gedaan: er wordt niets: tegenin gebracht, maar men verklaart zich er ook niet solidair mee. De jongelui laten de hele eigentijdse problematiek die uit de opsteltitels blijkt, gewoon liggen, en schrijven — zoals gezegd — een verhaal, meer of minder leuk, meer of minder leuterend. Tot zover de klacht.

Daar ga je dan over nadenken: is dat zo? Eigen schoolervaringen bevestigen het bovenstaande voor een groot gedeelte, maar er is toch ook een groep, zo leert de opstelervaring mij, die wél kritisch nadenkt, wél zich positief opstelt als de ethische problemen van onze tijd besproken moeten worden. In dit verband mag misschien ook gewezen worden op het feit dat men op de jeugdverenigingen naast bijbelse juist ook actuele onderwerpen wil behandeld zien.

Er is echter óók een mentaliteit aanwezig van: het zal mijn tijd wel duren. Als dit denken óók bij ons aanwezig is, dit welvaartsdenken, dit zich alleen maar genoegelijk laten aanleunen van de zegeningen der twintigste eeuw, dan wordt het tijd dat we elkaar toeroepen: Wordt wakker, want het gaat niet goed in en met deze wereld. „Toen nu de bruidegom vertoefde”!

Israël

Eén van de tekenen der tijden is ongetwijfeld Israël. Ook zonder me op het gladde ijs van de internationale politiek te begeven, zie ik hoe deze staat sinds de oktobercorlog van 1973 mét de daarmee in verband staande oliecrisis, meer en meer alleen komt te staan. Israël werd onlangs nog uit de UNESCO (de culturele organisatie van de Verenigde Naties) gestoten, terwijl Arafat als één der belangrijkste leiders van de Palestijnen met applaus werd begroet in de vergadering van de zelfde Verenigde Naties. De olie is een machtsmiddel van de eerste orde gebleken. De Arabische landen hebben' de zwakke plek van het Westen ontdekt: de economische afhankelijkheid van het „Arabisch goud”, de olie.

De houding van ons eigen land tegenover Israël is illustratief. Aanvankelijk hoorden we heftige veroordelingen van een Arabisch imperialisme bij monde van onze Minister van Buitenlandse Zaken, nü lezen we over belangrijke ontwikkelingshulp aan Egypte, de erfvijand van Israël.

We kunnen ons over deze ontwikkeling verontwaardigd betonen. Terecht! Als we óók maar inzien, dat het volgens de Bijbel is, wat zich met Israël afspeelt. Laten we ervoor bewaard mogen' worden, de actuele gebeurtenissen lós te zien van het Woord des Heeren. Zoals het oudtestamentische Israël alléén moest staan temidden van de volkeren, zo wil de Heere Zijn volk ook nu weer alléén hebben. Ik durf het niet aan, om zoals Hal Lindsay doet in zijn boek „De planeet die aarde heet", allerlei teksten te annexeren in verband met een bepaalde Israël-theologie. Maar één ding mag toch voor ons vast staan: God heeft nog een bedoeling met Zijn oude Verbonds-volk. Dat

wordt door de reformatorische christenen in ons land gelukkig verstaan. Daarom ben ik erg blij met de aktie zoals die in het RD gevoerd is de laatste weken. Alleen heeft Israël ook nog een plaats in je gebedsleven?

Misdaad en straf

We hebben in het vorige nummer van ons blad een bijlage over dit thema kunnen aantreffen. Een bezorgde toon over de ontwikkeling in ons strafrecht klinkt hierin door. Volkomen terecht. Uit „Onderling Kontakt" (1917 — no. 5) noteerde ik: „In een land waar niet meer de bijbelse normen worden erkend en nageleefd en de misdaad gezien wordt als een gevolg van een verkeerde opvoeding, een ontwrichte jeugd, een onevenwichtig karakter of een psychische storing, is het ook niet te verwachten dat er rechtgesproken zal worden naar christelijke maatstaven". Ik geloof dat achter dit alles een groot brok optimistisch denken over de mens schuilgaat. De gevangene is een ontspoorde; over zondigen tegen God en de naaste wordt niet gerept. In dit kader kan er gestreefd worden naar een nieuwe verhouding tussen gevangene en bewakers: de gevangene dient met „meneer" te worden aangesproken. Ook de cel moet zo weinig mogelijk frustrerend werken op de gedetineerde; daarom vooral een gezéllige aankleding. Natuurlijk worden er gespreksgroepen met b.v. studenten georganiseerd en natuurlijk vinden er regelmatig toneelvoorstellingen plaats. Zó wordt een sfeer gekweekt waarin schuld géén schuld en straf géén straf meer is. Onze welwillende psychologen, psychiaters en sociologen zouden hier ernstiger rekening mee moeten houden. Zonde en schuld spelen geen rol meer. Als er nog schuld is, dan ligt die bij de maatschappij, bij de structuren, bij de handhavers van de maatschappelijke orde. Met dit denkklimaat kan de misdaad, de wetteloosheid alleen nog maar toenemen.

Ik kan me niet aan de gedachte onttrekken dat ook in de reclassering grondige wijzigingen zich aan het voltrekken zijn. Wat te denken van de uitspraak van Mr. H. Kuyper, voorzitter van de Stichting Samenwex-kende Reclasseringsinrichtingen: „Het is onjuist en onrechtvaardig het gevoel van bedreiging weg te compenseren door zwarte schapen te maken, te stigmatiseren, uit te stoten" en: „De veiligheid die wij begeren, is eigenlijk vreemd aan het menselijk bestaan". Met andere woorden: vragen jullie nu niet om teveel veiligheid, en wees een beetje soepel tegenover de misdadiger. Een commentaar in „Koers" noemt 'dit de dingen op zijn kop zetten. Vermoedt de heer Kuyper óók dat de misdaad zal toenemen, en wil hij ons op deze wijze alvast waarschuwen?

Tekenen

Onze tijd is vol tekenen. We hebben er een tweetal onder ogen kunnen zien. Geve de Heere, dat je ze mag zien in het licht van het Woord, dat Hij ons geopenbaard heeft. Opdat we niet slapende gevonden worden, zoals de dwaze maagden, wanneer Hij — de Bruidegom — komt!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 januari 1975

Daniel | 20 Pagina's

BE TEKENEN ZIEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 januari 1975

Daniel | 20 Pagina's