MISDAAD EN STRAF
IN DE BIJBELSE VERKONDIGING
Een artikeltje over misdaad en straf is wat da Fransen noemen een „zee om uit te drinken". Over dit onderwerp en over al wat ermee verwant is bestaat een uitgebreide literatuur. Wanneer ik niet misplaatst in deze contekst het woord criminaliteit laat vallen, kunnen wij zonder overdrijving vaststellen dat het publicaties regent. Met name over de kwestie wat wij behoren te doen om die criminaliteit te beteugelen. Zelfs romans zagen het licht over aangelegenheden als „Schuld en Boete”.
Een niet geringe beperking van het onderwerp is opgelegd, wanneer wij slechts, en dat uiteraard in hoofdlijnen, bezien wat over misdaad en straf in de bijbelse verkondiging aan de orde is. Tevens gaan wij ons concentreren op wat voor ons meest essentieel en fundamenteel is. Het hoeft natuurlijk niet. Iemand zou zijn taak kunnen opvatten als zuiver beschrijvend. Voor ons is evenwel de Heilige Schrift kanoniek, dat wil zeggen dat de Bijbel voor ons het laatste en beslissende woord sipreekt.
Nog is verschil mogelijk. Voor een aantal mensen is wat de Bijbel openoaart een fase in de evolutie, wat oetekent dat talloze voorschriften of verhalen, waarvan een verplichtend en voorbeeldig gezag uitgaat tijdgebonden zijn. Destijds waren de gelovigen gehouden zich daaraan te houden doch voor ons hoeft het niet meer. Uitgerekend voor een onderwerp als wat ons thans bezig houdt spelen deze dingen hevig. Laten wij afspreken dat wij conform onze belijdenis het erop houden dat de Bijbel Gods Wil volkomen vervat en dat de hele manier waarop wij God moeten dienen in het lange wordt beschreven. Dit houdt niet in dat alles zonder meer ongeacht hoe en waar op gelijke wijze verbindt. Immers het Einde van de Wet stelde de ceremoniële wetten buiten geldigheid, hoewel zij een regelende kracht hebben behouden. Bovendien hebben wij te bedenken dat de Schrift geen statuut is voor slaafde dienst, maar vermaning tot kinderlijke gehoorzaamheid.
Wanneer wij nadenken over de nauwe samenhang tussen misdaad en straf hebben wij te maken met een uiterst fundamentele notie. Dat brengt ons in conflict met de geest van onze tijd. Criminaliteit is zoiets als onvolwassenheid, ziekte of onvoldoende geïnformeerd zijn. Straf kan hoogstens correctie betekenen. Vanuit sociale optiek kan men bovendien nog denken aan bescherming van de samenleving voor herhaling van het misdrijf. De bedoeling van de straf is dan geen toebrenging van leed of vergelding, doch uitsluitend een ordemaatregel, waarvan de overtreder jammer genoeg het slachtoffer is.
In de bijbelse verkondiging is er een onverbrekelijke en van God gewilde samenhang tussen misdaad en straf. Tot die hoogte dat God zelf de wraak ter hand zal nemen, wanneer de verantwoordelijke autoriteiten te kort schieten in hun taak het kwaad rechtvaardig te bestraffen. In die kastijding zullen de nalatigen mede betrokken worden. Bovendien kunnen wij constateren dat dikwijls het kwaad zichzelf straft. Wanneer het onrecht welig tiert en vergelding uitblijft ontstaat een milieu waarin de samenleving zichzelf te gronde richt.
Over bijbelse verkondiging gesproken. Wanneer ik met volste recht misdaad tot de wortel namelijk tot zonde herleid en straf tot het veelomvattend begrip verzoening kan ik zonder de geringste overdrijving vaststellen dat daarmee in de meest beknopte hoofdsom de gehele bijbelse verkondiging is samengevat. Wet en Evangelie; zonde en genade. Immers genade kan volgens goddelijk recht slechts verleend worden, wanneer aan Gods gerechtigheid is genoeg gedaan.
De onverbrekelijke relatie tussen misdaad — als een bijzondere vorm van de zonde — en straf blijkt uit de Wet en het Evangelie. De Wet van de Tien Geboden immers zegt dat de Heere de misdaad bezoekt aan de kinderen aan het derde
en vierde lid. Het Evangelie verstrekt als kerngegeven de verrassende mededeling, dat de straf die ons de vrede brengt op Hem was. Op Hem, Die als het Godslam de zonde der w 7 ereld droeg. Dat heeft, dacht ik, verregaande consequenties voor de gehele rechtsbedeling tot vandaag aan de dag.
Misdaad als gezegd is een verbijzondering van de zonde speciaal in een maatschappelijke samenhang. Alhoewel wij een onderscheiding aanbrengen tussen vergrijp tegen het eerste en grote gebod en tegen het tweede, moeten wij wel degelijk bedenken dat die discriminatie erg betrekkelijk is. Een misdrijf als moord is een overtreding van de tweede tafel, niettemin is het ook een vergrijp tegen God, omdat de mens als schepsel naar het beeld Gods is geformeerd. Juist om die reden is door de Bijbel de sanctie van de doodstraf gesteld. Bij de bepaling van de straf moeten wij de misdaad als zonde tegen God en de naaste verdisconteren. Niet zonder reden is ook sprake van het tweede gebod als aan het eerste gelijk.
Met name heeft de Heere de Overheden verordend om de kwaden te straffen. Niet elke overtreding, niet ieder kwaad, want de Overheid is geen kenner van het hart. De straf strekt zich uit over vergrijp tegen de rechtsorde. Uit de catechismus blijkt dat wij niet met statische dingen te maken hebben'. Ik denk aan het antwoord op vraag 110: God straft niet alleen stelen en roven wat de Overheid straft maar ook boze stukken en aanslagen als vals gewicht, el, maat enzovoort. Naar huidige bepalingen zijn deze laatste dingen wel degelijk strafbaar voor de aardse rechter. Er is derhalve sprake van een ontwikkeling.
Op diezelfde manier zijn er ook wel strafbepalingen in de loop van de geschiedenis vervallen', omdat zij minder dan voorheen als schadelijk of als bedreiging worden ervaren. Begrijpelijk wil dit niet vaststellen dat de huidige toestand voor ons zonder meer ook de juiste is. Wij geloven dat er een aantal vergrijpen te noemen zijn, waartegen de Overheid wel degelijk met strafsankties zou moeten optreden. Dat is ook de reden dat gelovigen zich verantwoordelijk moeten weten voor het politieke bedrijf in het algemeen en bij de wetgevende arbeid in het bijzonder.
Een andere vraag is de juiste toemeting van de straf. Ook dit is een aangelegenheid die aan wisselingen onderhevig is. Het geringste is de constatering, dat geldboeten tengevolge van de inflatie, als straf belangrijk inboeten wanneer wij dezelfde bedragen zouden aanhouden. Doch dit probleem is nog gemakkelijk op te lossen, wanneer wij de trend zouden volgen. Doch het is zeer wel in te denken dat bepaalde straffen, die voorheen als zeer vernederend en pijnlijk werden ervaren, dat thans in het minst niet meer zijn. Bovendien kunnen straffen van gelijke omvang individueel zeer afwijkend overkomen. Een gevangenisstraf van idem zoveel maanden zal voor iemand, wiens zaak gevaar loopt ongemeen zwaarder aankomen dan voor iemand die bijvoorbeeld helemaal geen werk heeft. Voor sommigen is een bijkomend gevolg dat zij door de straf hun betrekking dreigen' te verliezen. Naarmate de samenleving gecompliceerder wordt is dit een ingrijpend vraagstuk. Wanneer de Bijbel spreekt over een rechtvaardig oordeel, meen ik dat die uitdrukking insluit ook een rechtvaardige veroordeling en een billijke straftoemeting. Ik meen dat wij in de eerste verzen van psalm 58 — berijmd en onberijmd — voldoende aantreffen ter overweging over dit onderwerp.
Tenslotte willen wij er goed op letten' dat straf kastijding behoort te zijn in de zin van Hebr. 12. Ik heb duidelijk aangegeven dat de straf vergelding behoort te zijn en niet uitsluitend opvoeding, correctie of bescherming van de samenleving. Echter behoeven wij deze aspecten anderzijds van 'de weeromstuit niet uit te sluiten. Zo eenzijdig of polariserend behoeven wij ons tegenover de tijdgeest niet op te stellen. Het gaat er evenwel om dat wij het zwaarst laten wegen wat het zwaarst behoort te zijn naar de eis van Gods Getuigenis. Al met al is het een heel belangrijk onderwerp dat ons bezig hield. Noemt de Schrift rechters niet goden? Dat zegt veel en het geeft nog meer te denken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 januari 1975
Daniel | 24 Pagina's