MEN EN MACHINE
MENS
Mei scherpe sikkel snijden zij het graan, dat ruist van rijpheid in de zomerdagen. De rappe handen vingen d' arbeid aan, toen in de aar de korrel was voldragen.
toen in de aar de korrel was voldragen. Straks zien wij op het land de schoven sie.an, en rijdt in d' open schuur de volle wagen. De landman kan pas rustig slapen gaan, loanneer zijn koren weer ligt opgeslagen.
MACHINE
De grommende meieren ge.an gulzig dcor hei koren, dat wordt gekneusd, geplet. Het graan stroomt in de zakken; het stro, geperst tot pekken, wordt op hei veld gezet.
Geen sikkels zijn meer ncdlc, , de maaiers overbcdig, machines oogsten wel. Het ruisend lied van aren komt plotsling tot bedaren door messen scherp en fel.
Geen bundeling van schoven, geen uitzien meer naar boven, naar zon die d' aren rijpt. Geen wagens naar de schuren, Het zal maar even duren als de machine grijpt.
Hei oude gaat verloren nu wij machines horen, zwaar brommend op het land. Maar al wat wij gewinnen is niet door ons bezinnen, maar komt van God tot stand.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 november 1974
Daniel | 24 Pagina's