ALARM OP EN OM DE BOERDERIJ - 2
Mieke knielt, voor ze gaat slapen bij haar bed. Ze vraagt om bewaring in de nacht. En zij, een kind van het oude verbondsvolk, dat zijn Messias eens verwierp, besluit haar gebed met: „Om Jezus' wil, Amen.”
Daar heb je ze weer.
Vrouw Versteeg stapt net in bed, als de boer, zoals iedere avond een ronde om de boerderij maakt. De heldere maan beschijnt de velden en de donkere bomen rondom het huis. Het is zo stil buiten. Net is Versteeg aan de achterkant van zijn huis gekomen, als hij luisterend blijft staan. Dacht hij het niet? Daar heb je ze weer! Nou zullen ze zo wel beginnen. Ja, tien, twintig zoeklichten priemen het donker in, het afweergeschut begint te blaffen en daar tussendoor klinkt het geronk van zware vliegtuigmotoren. „Bommenwerpers", zegt Versteeg in zichzelf. Hij loopt naar het open veld en kijkt omhoog. Hoewel het een heldere lucht is, kan hij de toestellen niet ontdekken, 't Is geen grote groep, een stuk of acht, negen schat hij. Het afweergeschut doet de op grote hoogte vliegende toestellen geen kwaad en er stijgt geen enkele nachtjager op om de bommenwerpers achterna te zitten. Versteeg zucht. Wanneer zullen we weer eens vrij zijn? God alleen weet het. Maar 't kan nooit lang meer duren. Overmorgen is het Kerstfeest, voor de vierde keer in bezet Nederland. Toen de Heere Jezus in Bethlehem geboren werd, was het een donkere tijd. Israël zuchtte onder het juk van de Romeinse overheersing, onder de willekeur van een keizer Augustus, die de gehele wereld liet beschrijven. En nu? Och, Nederland zucht onder het juk van een man, die de gehele wereld aan zich denkt te onderwerpen. Hoe lang nog?
Luchtalarm.
Op het vliegveld, enkele tientallen kilometers ten oosten van de boerderij rinkelt de telefoon. Enkele minuten later klimt de enige nachtjager, die op de basis aanwezig is, de lucht in. De sirenes loeien over het slapende stadje, dat vlak bij het vliegveld ligt. De Duitse soldaten nemen hun plaatsen in bij het afweergeschut.
Door de donkere lucht, die vol met jagende sneeuwwolken is, zoekt de Duitse piloot zijn weg. Die wolken onderscheppen telkens het heldere licht van de maan. Er keert een groep van acht bommenwerpers terug van een raid op Essen. Hij moet ze onderscheppen en proberen de vijand zoveel mogelijk schade te doen. Speurend tuurt hij de nacht in. De heldere vrieshemel is bedekt met dikke wolken. 's Zal een tref zijn als hij iets ontdekt van de Engelse vliegtuigen.
Getroffen.
In de terugkerende bombenwerpers heerst een opgewekte stemming. Het bombardement op Essen is achter de rug, de opdracht is uitgevoerd. Eén van de toestellen zal nooit op zijn basis terugkeren. Voor de aanval op de grote industriestad was begonnen, had de vijand het al te pakken. Als een grote vuurbal stortte de bommenwerper naar beneden, zijn bommenlast nog aan boord. Eén parachute hadden ze gezien. Eén van de vier. De anderen hadden hun aanval doorgezet en waren veilig uit het afweervuur gekomen. Het was net alsof alle luchtdoelgeschut, dat de Duitsers hadden hier was neergezet. Nu zijn ze op weg naar huis. Nog een goede anderhalf uur. Ze vliegen, nu ze geen bommen meer aan boord hebben, heel wat sneller dan op de heenreis. Jammer, dat het weer zo veranderd is. Of misschien wel gelukkig, nu zijn ze heel moeilijk te vinden door de vijand.
Jack heeft het zich zo gemakkelijk mogelijk gemaakt in de staart. Hij
heeft niet veel munitie meer over. Gruwelijk, wat hadden ze er van gelusten vannacht. Eenmaal volop in de strijd, was dat nare gevoel in zijn maag gezakt. Hij had tenminste één Duitse jager beschadigd, dat weet hij zeker. Nu hoopt hij Plotseling hagelen er kogels in de staart van de bommenwerper. Het toestel maakt een zijwaartse beweging en een stem klinkt door de boordradio: „A-lemensen, zo'n ellendige nachtjager. Geef hem van katoen Jack!" Jack is opgeschokt. Verbeten tuurt hij rond. Daar, ja, daar gaat ie. In een gat in de wolken, is de Duitse jager even zichtbaar. Jack richt en schiet. Zijn kogels kletteren tegen de romp van de jager. Net voor ze in een dikke wolk verdwijnen, schiet de Duitser terug. Een scheurend geluid aan bakboord, de bommenwerper steigert als een wild paard, een vlam, een dikke rooksliert. De linkervleugel staat in lichtelaaie.
Na enkele seconden heeft de piloot het toestel v/eer in zijn macht. Hij waarschuwt dat hij gaat duiken, misschien zal die snelle duik de vlammen doven, 't Zou de eerste keer niet zijn, dat dat gebeurde. Maar als hij het toestel weer optrekt, zijn de vlammen niet gedoofd en loeien ze met verdubbelde kracht. De radioverbinding is nog intakt en de piloot raadt de bemanning aan te springen. Hij zal het toestel zolang mogelijk recht zien te houden. Jack springt het eerst, dan volgen de navigator en de bc-mmenrichter. De piloot verlaat als laatste het ten ondergang gedoemde vliegtuig. Net als zijn parachute zich ontplooid heeft, neemt de gehavende bommenwerper een duik naar de aarde. Het toestel richt zich niet meer op en slaat met een dreunende klap tegen de grond. Alles in de wijde omtrek wordt verlicht door de sissende vlammen, die het toestel in enkele minuten' overspoeld hebben.
En de wind, die een uurtje geleden is opgestoken, speelt met vier parachutes en smakt die neer waar hij ze hebben wil. Drie komen er vlak bij het vliegveld terecht, één landt in de toppen van de bomen van het donkere bos, even ten Zuiden van de hofstee van boer Versteeg.
„Bent u nooit eens bang vader? ”
Het is halfzeven in de morgen. Boer Versteeg zit al onder de koeien. Hij heeft zijn beide onderduikers gezegd niet naar beneden te komen, voor hij het veilig acht. Zijn vrouw heeft een flinke stapel boterhammen klaargemaakt en een thermosfles met koffie. Dit alles heeft hij in de goed verborgen schuilplaats gebracht. Voor de glazen dakpan is zwart papier geplakt. Een stallantaarn geeft voldoende licht om wat te lezen.
Ze hebben allen het luchtgevecht gehoord en ook de dreunende klap, waarmee het vliegtuig tegen de grond sloeg. Om zes uur rinkelde de telefoon op de boerderij. Toen Versteeg zich meldde, vertelde een stem aan de andere kant van de lijn, dat er een Engels vliegtuig was neergestort. „Zodra het dag wordt", tfing de stem verder, „zullen de Duitsers koortsachtig naar de bemanning van het neergehaalde vliegtuig gaan zoeken. Ze hebben, " vervolgde de stem, „het toestel helemaal laten uitbranden en toen onderzocht of er mensen in hadden gezeten. Er waren geen' verkoolde lichamen gevonden en de vijand heeft de conclusie getrokken, dat de bemanning eruit is gesprongen, voor he\ vliegtuig de grond raakte.”
„Dank je” had Versteeg gezegd.
Zo, dat was dat! Dan maar alleen koeien melken en Arie en Henk laten' waar ze zijn. Het staat als een paal boven water, dat zijn boerderij zeker doorzocht zal worden. Of de Duitsers zouden de Tommies eerder moeten vinden, . En hoewel de beide „duikboten" een prima persoonsbewijs hebben, hij loopt toch liever geen risico. Mieke kan gewoon haar werk blijven' doen, zoals altijd. De vijand heeft nu edeler wild op het oog.
„Vader, zal ik meehelpen? ”
„Ha Rien, ook al wakker? Geschrokken vannacht? " Lachend kijkt boer Versteeg zijn zoon aan. Rien schudt het hoofd. „Nee hoor, het gevecht was ver bij ons vandaan. Alleen die klap vader, dat was heel erg. Zouden er nog mensen in gezeten hebben? Was het een Engels toestel? ”
„Ja jongen, het was een Engelsman. Maar de bemanning was er al uit hoor, voor het vliegtuig de grond raakte." „Hoe weet u dat vader? ”
„Je moet niet zoveel vragen kerel, dat is gevaarlijk in deze tijd. Hier heb je een emmer. Neem jij Nelly maar.”
(Wordt vervolgd)
Mej. J. W. v. d. Berg.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 november 1974
Daniel | 24 Pagina's