VAN ARCHIMEDES TOT EINSTEIN
„Eureka: Eureka!”
„Ik heb het gevonden! Ik heb het gevonden!" Met deze uitroep sprong Archimedes uit zijn bad in de openbare badgelegenheid. Snel sloeg hij een handdoek cm en rende door de straten van Syracuse (op Sicilië) naar zijn huis.
Archimedes had zijn probleem opgelost. Koning Hiero had bij een goudsmid een prachtige kroon laten maken. De koning had hem hiervoor een klomp goud gegeven. Toen de kroon klaar was, verdacht Koning Hiero de goudsmid ervan niet al het goud te hebben gebruikt, maar ook zilver.
Natuurlijk had de goudsmid er wel voor gezorgd dat de kroon net zo zwaar was als de gegeven goudklomp.
Koning Hiero verzocht toen zijn hofgeleerde, Archimedes, achter de waarheid te komen. Archimedes wist dat alle metalen een eigen gewicht hebben. En dat een klompje goud zwaarder is dan een evengrcot klompje zilver. Hij zou dus de kroon kunnen smelten en tot een blokje persen en dan de grootte vergelijken met een even zwaar zuiver gouden kubus. Dan moest echter de kroon vernield worden.
Op de dag in het badhuis, toen hij in een vol bad stapte, zag hij het water over de rand stromen. Dat is de oplossing wist hij. Zo kon hij de inhoud van de kroon meten zender hem kapot te maken.
Het gevolg hiervan was de beroemde (voor sommigen beruchte) wet van Archimedes. Archimedes was de grootste wiskundige van zijn tijd. Zijn genie komt pas tot uiting door het feit dat toen in ongeveer 1300, dat is 1500 jaar na zijn dcorl, zijn geschriften ontdekt werden, niemand ze kon begrijpen, 't Was té moeilijk!
Archimedes was niet alleen de grootste geleerde van zijn tijd, maar ook de grootste technicus. Hij wilde namelijk zijn theorieën en berekeningen in de praktijk bewijzen. Zo heeft hij zijn berekeningen met katrollen in de praktijk toegepast. De legenden vertellen dat hij Koning Hiero een touw in handen gaf, waarmee cleze tot zijn onnoemelijke verbazing een schip uit het water trok. Met ditzelfde principe hielp Archimedes zijn stad toen het belegerd werd door de Romeinen. Hij liet reusachtige takels bouwen met grote haken. Als zo'n haak zich vastgreep aan een Romeins schip, was het een koud kunstje om de aanvaller uit het water te lichten en op de rotsen te pletter te laten vallen. Ook zou hij grote koperen brandspiegels geconstrueerd hebben, waarmee de Romeinse schepen in brand gestoken werden.
De Romeinen pasten ten einde raad cle uithongeringstaktiek toe. In 212 voor Chr. werd de stad eindelijk veroverd.
Archimedes zat op het marktplein, verdiept in een wiskundig probleem. In het zand had hij cirkels en lijnen getekend.
Een dronken Romein doodde hem, toen de geleerde hem bestrafte dat hij zijn cirkels door de war maakte.
De Middeleeuwen
Na de val van het Romeinse Rijk begint de Middeleeuwen. Veel kennis uit de Oudheid is toen verloren gegaan. Langzamerhand kwam er een herstel. Toch zijn de Middeleeuwen nooit zo ver gekomen als de Oudheid.
De grote oorzaak hiervan was de Middeleeuwse idee dat alle kennis eigenlijk al bekend was in de boeken uit de Oudheid.
De theorieën van Aristoteles en andere geleerden en Kerkvaders werden onfeilbaar geacht. De Middeleeuwse geleerde had zo geen aandacht voor de werkelijkheid. Proeven nemen om te kijken of een theorie klopte, kwam niet in hem op. Tegenspraak was overbodig. Liever discussieerden de hooggeleerde heren' over strijdvragen als: hoeveel engelen passen er op de punt van een naald. Zo'n discussie duurde dagen! Gelukkig waren er ook uitzonderingen.
Galileo Galileï
Op de scheve toren van Pisa staan op zekere dag een aantal geleerde professoren. Een ervan is Galileï. Hij heeft in zijn handen twee kanonskogels. Een van 10 pond en een van 1 pond.
Galileï heeft de euvele moed gehad om een eeuwenoude stelling van Aristoteles tegen te spreken. Volgens Galileï is het niet waar dat een zwaarder voorwerp sneller valt dan een lichter voorwerp. Om zijn medeprofessoren te overtuigen zal hij een demonstratie geven.
Vol belangstelling kijken zijn collega's toe. Tot ieders verbazing raken de beide kogels gelijktijdig de grond. Toch verklaren ze na afloop van de proef dat Aristoteles gelijk heeft. Ze eisen zelfs Galileï's ontslag als professor.
Vrienden zorgen dan voor een betrekking in Padua.
Hier hoorde hij in 1609 dat in Holland een wonderlijke uitvinding was gedaan. Het was een buis met twee lenzen erin en als je door die buis keek leken de dingen veel groter en dichterbij.
Galileï bouwde toen zelf ook een telescoop. Steeds beter leerde hij zijn lenzen te slijpen. Zo ontstond een telescoop die 33 maal vergrootte.
Direct richtte Galileï zijn toestel naar de hemel ert ontdekte dat de theorie van Aristoteles volkomen fout was. De maan was volgens Aristoteles een volmaakte cirkel. Dit klopte niet vond Galileï, want op de maan zag hij bergen en kraters. De maan was dus evenals de aarde een planeet. Hij meende ook, dat niet de aarde, maar de zon het middelpunt van het heelal was.
Tot grote verontwaardiging van de kerk verklaarde Galileï toen dat Copernicus, die zo'n 100 jaar eerder hetzelfde beweerde, gelijk had.
Aristoteles betekende voor de kerk toen nog meer dan een oudvader in onze kringen. Bedreigd met de dood herriep Galileï toen voor Paus Paulus V zijn ideeën, 't Is opmerkelijk te lezen hoe Galileï zelf over zijn prestaties dacht. Hij schrijft in het boek over zijn ontdekkingen': „Hoe dankbaar ben ik dat God mij de ontdekking van zulke wonderen heeft toegestaan.”
Newton, „het grootste genie aller tijden”
Heb je je wel eens afgevraagd, waarom een appel naar beneden valt en niet naar boven? Isaac Newton stelde zich deze vraag wel, toen hij onder een appelboom zat en bijna een appel op zijn hoofd kreeg. Zo ontstond zijn ontdekking van de zwaartekracht en daarmee samenhangend zijn drie Wetten over beweging. De gevolgen waren' enorm. Alle bewegingen in het heelal konden verklaard en berekend worden.
De eenvoudige formules voor zijn wereldomvattende berekeningen verbaasden een ieder. Het optimisme over het menselijk kunnen werd door deze ontdekking zeer gestimuleerd, 't Was het begin van het 'tijdperk van de verlichting. Mensen als Voltaire en' Rousseau bejubelden het menselijk verstand. De Rede werd haast tot Godheid verheven. God werd nog niet dood verklaard, maar Zijn rol werd wel beperkt tot Schepper. De nieuwe Godsdienst van die tijd, het Deïsme, verlaagde God tot een klokkenmaker die zijn werkstuk alleen maar gemaakt heeft en daarna zich er niet meer mee bemoeit.
De Industriële Revolutie
De uitvinding die misschien wel het meest het leven van de mens heeft veranderd, was die van de stoommachine. De man die het meest bijdroeg aan deze uitvinding was James Watt.
De stoommachine veroorzaakte een werkelijke revolutie. Het vereiste investeringen en daardoor vielen al gauw kleine zelfstandigen af. Ook ontstonden
er nu steeds grotere fabrieken. Tot fabrieks-complexen toe.
Mechanisering van de landbouw en behoefte aan arbeiders veroorzaakten een verhuizing op grote schaal van het platteland naar de stad. Oude vertrouwde leefpatronen werden doorbroken. Sociale en zedelijke misstanden waren het gevolg. Vrouwen en kinderen maakten werkdagen van 16 uur en langer. Het ziekte-en sterfte-cijfer onder de arbeidende bevolking was ontzaglijk hoog. Protesten tegen kinderarbeid werden bijna niet gehoord.
’t Was toch zeker positief dat ze al vroeg leerden werken?
Slechts één voorbeeld: In 1841 brengen burgemeesters en wethouders van Dordrecht een bezoek aan een pennenfabriek. In hun rapport staat dat er in die fabriek weliswaar 16 uur gewerkt wordt, maar met een rusttijd van wel drie uur! Daarom geven zij als hun mening „dat er voor de kinderen in die fabriek eene betamelijke tijd van rusten overblijft en alzoo voor derzelver gezondheid geen schadelijke gevolgen kan hebben”.
Zo bracht de tijd van ongeveer 1780— 1880 aan de ene kant een schitterende technische vooruitgang. Aan de andere kant een schaamteloze uitbuiting met ergerlijke toestanden.
’t Was deze tijd die Karl Marx diepgaand bestudeerde en tot grondslag van zijn theorieën maakte.
Albert Einstein, begin van het atoomtijdperk
Werkelijke genieën zijn er niet veel, maar Albert Einstein was het!
Als kind vertoonde hij echter geen tekenen dat hij nog eens een wetenschappelijk genie zou worden. Hij leerde pas heel laat spreken en op school hielden zijn onderwijzers hem voor „dom en achterlijk". Toch vergisten deze braven mensen zich. Als met zoveel genieën was Einstein zeer eenzijdig begaafd. Hij had een uitgesproken aanleg voor wiskunde. Reeds op twaalfjarige leeftijd had hij zichzelf meetkunde en differentiaal rekenen geleerd. Formules en berekeningen', ze waren niet uit zijn leven weg te denken. Altijd had hij papier en potlood bij zich. Altijd schreef hij ze vol met symbolen en cijfers.
Enkele van zijn theorieën waren zijn tijd ver vooruit. Zover, dat ze pas jaren later bewezen konden worden.
Zo beweerde hij, dat ergens in het heelal zich een ster moest bevinden', hoewel niemand die nog gezien had. Een andere theorie beweerde dat een atoom niet het kleinste deeltje was, maar dat een atoom ook uit deeltjes bestond. Volgens alle geleerden van zijn tijd kon een atoom (materie) niet vernietigd of geschapen worden. Maar Einstein beweerde, dat materie veranderd kon worden in energie en energie ook weer in materie. Hij gaf hiervoor zelfs een zeer simpele formule: E = M.C-(E = energie, M = massa of materie, C = snelheid van het licht).
Zo veroorzaakte Einstein een volkomen' omwenteling in het denken der geleerden. Zijn theorieën leidden tot het ontstaan van de atoombom, waarbij immers massa omgezet wordt in energie.
Het mense1ijk getal 666
De ontwikkeling van techniek en wetenschap is een voortgaand proces. De menselijke geest staat niet stil. Steeds probeert zij de natuur nieuwe geheimen te ontfutselen. De uitvindingen lijken misschien' steeds spectaculairder, maar zijn dat toch niet. Alles bouwt voort op vorig eontdekkingen en is zonder deze niet mogelijk.
Velen worden door de „grootheid" van de menselijke prestaties verblind. Zij wanen de mens een god te zijn. De nieuwe „theologie" werkt er zelfs aan mee. De mens zal zelf het Koninkrijk Gods op aarde vestigen.
Wat de toekomst ons nog brengen zal, weten we niet. Welke prestaties er nog zullen volgen? Hoever de mens zal komen? Ongetwijfeld heel ver!
Maar toch niet verder dan dat wat God de mens gesteld heeft. Het getal van de mens is 666. 't Blijft onder het Goddelijk getal 7. Hoogmoed past de mens dan ook beslist niet. 't Is God Die al die mogelijkheden in de Schepping legde. Alleen Hem komt de lof en de eer toe: Heilig, heilig is de Heere der Heerscharen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 november 1974
Daniel | 24 Pagina's