ALARM OP EN OM DE BOERDERIJ
Afweervuur langs do kust
Op een vliegveld, ergens in het zuiden van Engeland, staan negen vliegtuigen klaar om op te stijgen. De startbanen zijn met een dun laagje sneeuw bedekt. Het vriest enkele graden en een vriendelijke ronde maan kijkt nieuwsgierig naar de drukte daar beneden hem. Met ronkende motoren staan de toestellen te wachten. Vlugge handen rapen de blokken bij de wielen weg, de piloten verrichten automatisch de handelingen, die nodig zijn cm straks weg te taxiën, de rest van de bemanning heeft zijn plaats ingenomen.
De navigator legt zijn kaarten voor de zoveelste maal op volgorde, de b ommenrichter laat zijn ogen nog eens gaan over de dood-en verderfzaaiende projectielen die nu vredig naast elkaar in het bommenrek liggen. De staartschutter is op zijn plaatsje gekropen en bekijkt nadenkend de banden met patronen, die naast zijn mitrailleur liggen opgestapeld. De hoeveelste vlucht is het nu? Hij weet het niet goed meer. Maar de allereerste zal hij nooit vergeten. Dat was november 1942. Wat een wonder dat hij nog leeft. Het is nu december 1943. De oorlog is al meer dan drie jaar aan de gang. Zal er ooit een eind aan komen? Vannacht staat Essen op het programma, 't Zal wel weer raak worden. De Duitsers zetten alles op alles om te winnen. De staartschutter gaat wat verzitten en kijkt naar het lampje aan de zoldering van 'net vliegtuig. Het brandt heel flauw, je kunt maar net de naaste omgeving onderscheiden.
Nog één minuut, dan zullen ze starten. Ze zijn de laatste van de negen. Hoor, daar vertrekt met brullende motoren nummer acht. Nog even ja!
Drie minuten later vliegen de toestellen in formatie en vijf minuten nadien glinstert onder hen het water van de Noordzee. Er heerst een absolute radiostilte tussen de vliegtuigen onderling. Er is afgesproken zo laag mogelijk te vliegen over zee. Hoe lager, zoveel te later pikt de Duitse radar hen op bij de Nederlandse kust. Ze zullen over de Zuidhollandse en Zeeuwse eilanden via Brabant hun weg zoeken.
Vlak bij de kust klinkt kort de stem van de gezagvoerder: , , Jack, we zijn er." De staartschutter, z'n mitrailleur naar beneden gericht, voelt zich een beetje misselijk worden. Dat heeft hij altijd vlak voor het treffen met de vijand.
Dan één twee tien zoeklichten flitsen aan. Rode en gele balletjes spuiten omhoog, maar de negen toestellen zijn al over de Duitse afweerposten heen, voor de lichtspoormunitie van de vijand hen' bereikt heeft. Ze waren net iets te laat cpgemerkt. Nu wordt het echter dubbel opletten. Nu zijn overal de vijandelijke posten gewaarschuwd, daar kunnen ze op rekenen. Ronkend klimmen de machines naar een grotere hoogte. De navigator legt de kaarten van de Nederlandse kust helemaal onderop.
Jack ontspant zich even. Gelukkig, die post zijn ze voorbij, nu de volgende. De Zeeuwse-en Zuidhollandse eilanden staan vol geschut en de Duitsers zijn op hun hoede.
Om Jezus wil.
Enkele kilometers ten zuiden van een grote stad in Noord Brabant staat een boerderij. Verscholen tussen hoge bomen staat de grote hofstede stilletjes te dromen in het heldere maanlicht. Een brede oprijlaan, omzoomd door populieren leidt naar een - kronkelige landweg. Deze weg loopt langs nu nog kale velden en verdwijnt een goede kilometer verder in het donkere bos. De weiden en velden liggen verlaten. Onder de donkere aarde, waarop hier en daar wat sneeuw ligt, liggen de korenkorrels te wachten op het voorjaar. Het gras van het weiland, waarop zomers de koeien grazen, ziet wit van de kou en over de sloten die de akkers en weilanden doorkruisen ligt een heel dun laagje ijs. Vanuit de boerderij straalt
geen sprietje licht. De blinden zijn gesloten en de kleine hartjes, , die in de houten luiken zijn uitgespaard, zijn dichtgemaakt. De boer heeft er plankjes voor gespijkerd. Voor de raampjes van de stal zit zwart papier. De buitenlamp boven de brede voordeur en de stallantaarn naast de achterdeur branden al lang niet meer. 't Is immers oorlog! Ieder moet verduisteren.
Maar in de boerderij is het licht. Licht en warmte. De grote lamp boven de tafel laat haar heldere schijnsel vallen over vijf mensen. Het glimmend gepoetste fornuis verwarmt snorrend het grote vertrek. De boer zit met zijn kousenvoeten geleurd op de stang en der aan het fornuis, zijn krantje te lezen. De boerin heeft een mand vol wollen sokken naast zich staan. Haar linkerhand tot een vuist gebald, heeft ze in een sok gestoken. In haar andere hand houdt ze een stopnaald, die ze handig en snel op en neer beweegt. Het gat, dat ze aan het stoppen is wordt al kleiner. Af en toe zucht ze. Daarnet was haar vuist veel te klein voor het gat dat gedicht moest worden. De wol om de sokken te herstellen is van een oude trui van de boer, die hem te klein is geworden. De trui is donkerbruin, de sokken zijn zwart en blauw. Maar dat geeft niets, als ze maar dicht komen.
Naast haar zit een meisje van een jaar of zestien. Gezellig tikkelen haar breinaalden tegen elkaar. Ze is aan een kous bezig, een' kniekous. Ze breit er dikke kabels in. Twee steken afhalen, twee steken breien, dan de afgehaalde steken voor de gebreide weer op de naald zetten. De kous, waar ze zo ijverig aan bezig is, is voor Ric, het zoontje van boer Versteeg. Hij ligt allang op bed en slaapt heerlijk. Het worden fijne kousen. De boerin heeft er eerst een sprei voor uitgetrokken.
Tegenover de boerin en het breiende meisje ziten twee jongemannen. De één leest in een dik boek: „Hogere wiskunde", de ander maakt op een velletje papier aantekeningen uit een boek, getiteld: „Interne geneeskunde”.
Die lezende boer, die kousenstoppende boerin, dat breiende meisje, dat is heel gewoon op een boerderij. Maar die twee mannen? Zijn dat geen veel te geleerde boeken in deze eenvoudige boerenkeuken?
De grote Friese staartklok laat tien heldere slagen horen. De boerin bergt haar sokken weg en zet een grote pan karnemelkse pap op het fornuis. Mieke rolt haar breiwerk ineen en zet vijf diepe borden op het gebloemde tafelzeiltje. Naast elk bordt; legt ze een lepel. De mannen bergen hun lektuur wegen schikken aan. Ieder smult van de warme pap. Als de borden leeg zijn, neemt de boer de Bijbel en leest het hoofdstuk, dat aan de beurt is. Na een' kort dankgebed, waarin hij om bewaring in de nacht vraagt en om verlossing uit de macht van de vijand, zoeken allen hun slaapplaats op. Mieke zet de borden ineen op de aanrecht, zegt welterusten en verdwijnt in een klein opkamertje naast de keuken. Ze is nu al zo lang bij boer Versteeg in huis, dat ze niet meer boven op de zolder in de verborgen schuilplaats behoeft te slapen. Niemand weet dat ze een Jodinnetje is. Geen Duitser heeft haar ooit' lastig gevallen, nooit hebben ze hier naar haar gezocht. De trein waarin ze naar Duitsland vervoerd zou worden, is zonder haar weggereden. Op wonderlijke wijze is ze bij deze vriendelijke mensen gekomen. Hier is ze veilig, dat voelt ze. Ook nu er al een jaar twee onderduikers zijn. Die slapen in haar schuilplaats. Boven op zolder staat een grote linnenkast. Een stuk van de achterwand kan weggeschoven worden. Achter die wand is een ruimte waar twee, desnoods drie mensen kunnen slapen.
Ze weet precies wat Arie en Henk nu doen. Ze heeft zelf al zo vaak die. handeling verricht. Ze doen de kastdeur open en stappen naar binnen. Ze schuiven het stuk achterwand weg, stappen erdoor en komen' zo in hun „slaapkamer". Door een glazen dakpan valt bij heldere maan voldoende licht. Trouwens, als het geen volle maan is, moet het uitkleden op de tast gebeuren. Er mag immers geen spiertje licht naar buiten vallen. Zo, de wand weer op zijn plaats — twee grendels zorgen ervoor dat van binnenuit die achterwand niet te verschuiven is — en de beide onderduikers kunnen rustig' gaan slapen.
Naast de kast staan wat planken, een stapel borden en kopjes, wat oude bussen en doosjes, een stuk of wat tijdschriften en een doos vol met boeken'. In geval van nocd worden die planken in de kast gelegd en alle spullen ér opgestapeld. Zo wordt de schuilplaats nog veiliger.
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 november 1974
Daniel | 20 Pagina's