JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

ABIMELECH

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ABIMELECH

6 minuten leestijd

Abimelech, de zoon van Gideon

Aan Gideon, da richter, werd door het volk het koningsschap aangeboden. Maar hij antwoordt: k zal over u niet heersen, ook zal mijn zoon over u niet heersen; de HEERE zal over u heersen (8 : 23).

Helaas is dit besef van ootmoed jegens de HEERE niet gebleven. Gideon trekt een deel van de priesterdienst tot zich (v. 27), neemt zich vele vrouwen en gewon 70 prinsen. Hij gaat zich toch een beetje koning gevoelen. Als hij bij een slavin uit de stam van Efraïm nog een zoon krijgt, noemt hij hem Abimelecht, dat is: mijn vader is koning.

Ook Gideon is alleen uit genade zalig geworden.

Na zijn dood vervalt het volk weer tot afgoderij en schandelijke verbondsbreuk.

Abimelech blijkt bij het opgroeien zeer eerzuchtig te zijn, en begeert de plaats van z'n vader Gideon te vervullen. Ja meer, hij wil koning zijn. Daar was geen aanleiding toe en geen plaats voor. De HEERE was Israëls koning. Maar Abimelech, door eerzucht gedreven (de oude paradijszonde), zoekt zichzelf. Hij zoekt niet het behoud en het voordeel van het volk. En hij heeft geen goddelijke roeping.

Abimelech verlaat zijn broers en gaat naar de familie van zijn moeder te Sichem en roept hen bijeen. Daar cloet hij het voorkomen of de zonen van Gideon (uit de stam van Manasse) willen heersen over de stam van Efraïm: „Wat is u beter, dat zeventig mannen, als zonen van Jerubbaal (= Gideon) over u heersen, of dat één man over u heerse? Gedenkt ook dat ik uw been en uw vlees ben”.

Abimelech maakt anderen verdacht om zichzelf te kunnen presenteren. Hij verbergt eigen eerzucht en boosheid door er anderen van te verdenken. Een kwaad wat helaas nog zo vaak voorkomt

De mannen van Efraïm voelen er wel wat voor om Abimelech koning te maken. De inwoners van Sichem voelen zich gestreeld. Stel je voor, de eerste koning van Israël zal uit hun stam zijn en Sichem zai de hoofdstad van het land zijn! En hun hart neigde zich tot Abimelech (9 : 1-3).

Zij geven hem geld voor zijn actie. Uit het huis van Baal-Berith, de afgocl. Dat geld moest geluk aanbrengen.......

De macht der duisternis weet altijd wel fondsen te vinden of revolutionaire-en terroristische activiteiten financieel te steunen. Al moest het dan zijn met het geld van de godsdienst.

Abimelech huurt voor dit geld het grootste gespuis.

Dan volgt een afschuwelijke broedermoord. Op één na, Jotharn, doodt Abimelech al zijn broers.

De eerzucht kan de mens in een beest deen veranderen. Door de zondeval is alles mogelijk geworden. Wreedheid en martelingen komen nog altijd voor. Tevergeefs tracht men een vrede op aarde te krijgen.

Na deze broedermoord maakt men Abimelech koning. Efraïm verwerpt de HEERE en een goddeloos en eerzuchtig man wordt koning. Een koninkrijk gevestigd op moord

en doodslag. En het kwaad zal zichzelf straffen, of beter gezegd: de HEERE zal het kwaad straffen.

Bezien wij de plaats waar Abimelech tot koning uitgeroepen wordt, dan is deze daad des te schandelijker. In het 6e vers lezen wij: bij de hoge eik, die bij Sichem is. Dat is blijkens Jozua 24 een zeer bijzondere plaats. Daar beloofde het volk: Wij zullen de HEERE, onze God dienen, en wij zullen Zijn stem gehoorzamen.

En Jozua plaatste een grote steen bij de hoge eik te Sichem als een getuigenis. Welnu, op deze heilige plaats verwerpt men de HEERE en kiest men voor Abimelech. Indien ons leven niet in overeenstemming is met onze belijdenis, eens voor Gods aangezicht uitgesproken, zijn wij dan beter?

Abimelech, de doornbos

Na enige tijd staat op de hoge berg Gerizim, op korte afstand van Sichem, Jotham, de jongste zoon van Gideon, die aan de doodslag ontkomen was. Hoewel dit levensgevaarlijk voor hem was, verstout hij zich om de burgers van Sichem aan te roepen.

Door middel van een gelijkenis brengt hij zijn gedachten over. De bomen zeiden eens tot de olijfboom: Wees gij koning over ons. Maar de olijfboom bedankt voor de eer. Hij is op zijn plaats nuttig en voelt niets voor alle moeiten en zorgen, die aan het koningsschap verbonden zijn. „Waarom zou ik zweven over de bomen? ”

Dan vragen de bomen het aan de vijgebcom en de wijnstok. Maar zij bedanken ook. Vaak is het zo dat bekwame mensen, die voor een hoge post aangezocht worden, voorzichtig zijn en aarzelend om die post te aanvaarden. Vaak bedanken zij ervoor. Zij zien n.1. scherp alle zorgen en moeiten.

Dan gaan de bomen tot de doornbos. Dat is een waardeloze, stekelige struik; in tegenstelling tot de olijfboom, de vijgeboom en de wijnstok. Die doornbos kan niemand tot nut zijn.

Juist die neemt het aanzoek onmiddellijk aan, verleid door eerzucht en domheid. Hoor hem hoogmoedig zeggen: Indien gij mij in der waarheid tot een koning over u zalft, zo komt, vertrouwt u onder mijn schaduw; maar indien niet, zo ga vuur uit het doornbos en vertere de cederen des Libanons!

Wat een grootspraak. De doornbos schaduw? En de cederen, dikke bomen, door vuur verteerd worden? De doornstruik zal eerder vlam vatten dan de cederboom en hij is in een oogwenk verteerd.

Nu komt Jotham tot de toepassing. Hij brengt hen de ondankbaarheid jegens Gideon in herinnering en stelt hen verantwoordelijk voor de afschuwelijke moord. Hij zegt: Sichem luistert; Abimelech vergelijk ik met die doornbos. Als hij nu op eerlijke wijze uw koning geworden is, wel dan gun ik u uw welvaart. Wees dan vrolijk met elkaar (v. 19).

Maar zo niet (en het is zo ) wel dan zal een onderlinge twist u verteren. Dan zal er inderdaad vuur uitgaan van Abimelech, in plaats van zegen, en hij zal u (de bomen) aansteken en verteren. En andersom. U zult door onderlinge twist te gronde gaan!

Dan maakt Jotham dat hij wegkomt.

Deze woorden zullen uitkomen. Een koninkrijk dat tegen zichzelf verdeeld is zal niet bestaan. Wat door moord, geweld en eerzucht tot stand gekomen is, zal door diezelfde zonden ineen storten.

Ook hier was weer broederbloed gevloeid, net als tussen Kaïn en Abel. Dat bloed roept om wraak.

Maar het bloed van Jezus spreekt van betere dingen. Zijn koninkrijk is gegrond in het recht. Hij vergroot Zijn eigen bloed. Hierdoor kwam vrede. Hij zocht geen eigen eer of voordeel, maar Hij zocht de eer van Zijn Vader en het behoud van zondaren. Hij roept in waarheid tot arme, vermoeide, schuldige en hulpeloze zondaren: Vertrouwt u onder Mijn schaduw! En wie door de Heilige Geest als een groot beest (zo boos als Abimelech) aan Zijn voeten komen mag, die mag gaan zeggen: ik heb grote lust in Zijn schaduw.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 oktober 1974

Daniel | 24 Pagina's

ABIMELECH

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 oktober 1974

Daniel | 24 Pagina's