DE KERK IN DE VERDRUKKING
Ds. Wurmbrand, sinds 1966 in het vrije westen na veertien jaar gevangenis, is onder ons bekend door zijn reeds eerder verschenen boeken. Hij roept daarin op tot gebed en hulp voor de kerk in de vervolging achter het IJzeren Gordijn én wijst op de toenemende invloed van het kommunisme in de hele wereld en cle handen spandiensten die de Wereldraad van Kerken daarbij verricht.
Een aantal vragen
In de loop der jaren is er nog al wat rumoer rond Wurmbrand ontstaan. Ook in onze Gemeenten. Is het wel waar wat hij vertelt? Komt het geld wel op de goede plaats? Wie kontroleert dat? Is Wurmbrand in de leer wel betrouwbaar? Is hij niet teveel pro-Amerikaans? enz. Sommigen zien hem als een profeet; anderen beschouwen hem als een symbool van een tijd, die achter ons ligt: het zou nu veel beter zijn! En, dan zorgt Wurmbrand er maar voor, dat er een vertekend beeld ontstaat van de werkelijke toestand in Rusland en de Oosteuropese landen, die na 1945 door Rusland o.l.v. Stalin. zijn veroverd.
Enige tijd geleden verscheen een boek van de bekende publicist R. Valkenburg, getiteld: „Rumoer rond Wurmbrand" ') waarin op deze en andere vragen wordt ingegaan. De samensteller geeft geen konklusie, maar wil door dit boek gegevens en feiten aandragen tot een bredere oriëntaite en tot een goed verstaan van de feiten.
De verdienste van het boek van Valkenburg is, dat een aantal belangrijke artikelen uit kranten en tijdschriften, pro en contra Wurmbrand, uit de vergetelheid worden gehaald. Aan het slot van het boek staan twee interessante interviews. Een met Dr. J. H. Hebly, die door studie en reizen veel afweet van de kerkelijke verhoudingen achter het IJzeren Gordijn. Hij komt tot een andere konklusie dan Wurmbrand, met wie het tweede vraaggesprek is gevoerd, dat het goed verzorgde boek besluit.
De stem van het kerkvolk
In het boek van Valkenburg wordt duidelijk dat er een scherpe scheiding loopt tussen de kerkleiding, die de gevangene is van de staat, en de stem van de staat moet laten' horen, én het kerkvolk. Het kerkvolk voelt zich in de steek gelaten door de leiding! De terecht opnieuw afgedrukte Vastenbrief van Solzjenitsyn (april '72) geeft uiting aan. de gevoelens van de zwijgende meerderheid van de gelovigen. Die stem moeten we ter harte nemen! Dit boek maakt duidelijk dat het kommunisme de vrijheid van de kerk besnoeit en de kerk totaal wil vernietigen, maar dat de stroom van geloof daardoor sterker en dieper wordt! Veel getuigenissen in de artikelen maken jaloers. Zuster Slobocla werd veroordeeld, als straf voor het feit dat zij medegevangenen van Christus had verteld, tot een verblijf van twee maanden in een onverwarmde, geïsoleerde cel. Zij moest zonder matras de nacht op het ijskoude beton doorbrengen. Overdag werkte ze. Iedereen ver-baasde zich over haar uithoudingsvermogen.
Desgevraagd antwoordde ze: „Ik val in vertrouwen op God op de koude betonvloer in slaap en dan wordt het warm om me heen. Ik rust in Gods armen " De stem van het verdrukte Russische volk wordt ook gehoord in het zojuist verschenen boek van A. Solzjenitsyn, Goelag Archipel - ). In dit opzienbarende boek beschrijft Solzjenitsyn de geschiedenis van het spookachtige eilandenrijk van terreur en geweld. „Goelag" is de Russische benaming voor centrale administratie van strafkampen. Deze kampen liggen als een reusachtig archipel over de gehele Sovjetunie verspreid. Aleksandr Solzjenitsyn is elf jaar lang een van de ontelbare, naamloze bewoners ervan geweest. In
zijn boek vertelt Solzjenitsyn ondermeer de geschiedenis van Tania Hodkevitsch. Zij kreeg tien jaar gevangenisstraf, omdat zij d.e godsdienstige situatie onder het kommunistisch regiem beschreven had met de volgende woorden: „In Rusland is men vrij om te bidden, mits men ervoor zorgt dat alleen God het hoort". Als burger van de Sowjet Unie voelt Solzjenitsyn zich mede schuldig aan al het kwaad dat in zijn vaderland of door zijn volk bedreven wordt. Om niet nog groter „schuld" op zich te laden, heeft hij dit boek geschreven.
De Nobelprijswinnaar wist dat dit boek over zijn verdere leven zou beslissen. De inmiddels verbannen auteur heeft desondanks publikatie van zijn boek in het westen gewenst. Opdat wij gedenken! „En wie het vergeet, ziet tenslotte helemaal niets meer!”
Tragedie der Bulgaarse Christenen
Over het lot van de christenen in een ander land achter het IJzeren Gordijn schrijft ds. Mitko Matheeff in zijn boek: Terreur in het Rode Paradijs" : ! ). Ds. Matheeff schrijft: „Eind december 1960 werd ik voortijdig vrijgelaten. Van de twaalf jaar, die er sinds mijn arrestatie in 1948 waren verstreken, heb ik er tien in gevangenissen, folterkamers en concentratiekampen doorgebracht. Met Gods hulp heb ik al die verschrikkingen overleefd. Een aantal lichamelijke gebreken zullen mij tot aan mijn levenseinde blijven herinneren aan de hel, die ik heb doorgemaakt. Ik heb deze levensperiode als een goddelijke beproeving doorgemaakt (—) Tussen 1961 en mijn vlucht naar het westen in de zomer van 1971 werkte ik als arbeider op een irrigatie-installatie, als tuinman in openbare parken, als sneeuwruimer, als portier in een restaurant en als kassier op een parkeerterrein. En in het verborgene als geestelijk leider van een ondergrondse gemeente, (blz. 97).
Ds. Matheeff, predikant van de baptisten gemeente in Sofia, de hoofdstad van Bulgarije, geeft in dit boek een beschrijving van de toestand waaronder de christenen moeten leven in zijn land. Naast een overzicht van het ontstaan van de protestantse kerken in Bulgarije vertelt ds. Matheeff in de hoofdstukken drie t.m. zes vreselijke dingen over de gevoerde processen tegen predikanten. Door middel van een hersenspoeling werden ze tot bekentenissen gedwongen'. Men sloeg tanden uit, stak gloeiende draadjes tussen de nagels (44), liet hongerige ratten (84) en honden (87) los op de gevangenen of liet ze over aan de muggen. Over de nieuwste foltermethoden vertelt de schrijver op blz. 121: „De verdachte wordt opgesloten in een eenmanscel van 70 x 80 cm. Uit de vier wanden steken tien centimeter lange spijkers die de huid bloedig openrijten zodra men zich beweegt." Op alle mogelijke manieren worden pogingen gedaan om de kerk(en) uit te roeien. Alles wordt gekontroleerd.
„Ik verzoek alle goedgelovige mensen in het Vrije Westen zich steeds voor ogen te houden: partij, kerkelijk bureau en geheime politie dirigeren en schaduwen alle reizen', kontakten en verklaringen van Bulgaarse geestelijken in het buitenland; " (pag. 113). De bepalingen zijn zo, dat de jongeren zich niet bij de kerk kunnen voegen en de ouderen enkel door een sterk geloof staande kunnen blijven. De toestand van de christen achter het IJzeren Gordijn, waarvan we al veel weten door ds. Wurmbrand e.a. wordt in dit boek nog eens bevestigd. Bijzonder die in Bulgarije, waar duizenden uit ons land aan de Zwarte Zee hun vakantie ook dit jaar weer doorgebracht hebben, moeten we ter harte nemen door het lezen van dit beek. Prof. Dr. G. Quispel schrijft in een voorwoord in dit boek: „Boeken als dit zijn nodig om de gemeente te alarmeren en wakker te schudden uit d.e doodslaap waarin zij is gebracht." Het kommunisme is op de uitroeiing van de kerk uit. De leiders van de kerk, o.a. verenigd in de Wereldraad van Kerken, misschien ons en zullen de feiten in dit boek wel weer tegenspreken.
In dit boek spreekt een kind van God,
een kruisdrager in navolging van de Grote Kruisdrager, die met zware last zijn land verlaten heeft, omdat hij door voortdurende kontrole niet meer in staat was om zijn werk als geestelijk leider te doen. Hij waarschuwt ons. Laten we zijn boodschap ter harte nemen!
Met alle heiligen....
Aïda Skripnikova, Iwan Moisejew, Georgej Shimanov, Georgi Vins en zovele anderen uit Roemenië, Rusland, Bulgarije zijn er om ons wakker te schudden en om ons op te roepen tot gebed. In het boekje Martelares uit Leningrad ') lezen we dat de vervolgde christenen in en buiten de gevangenis en ondanks gevaar voor eigen leven getuigen van de rijkdom die in Christus is. Een beschamend voorbeeld voor ons. We weten van Aïda dat ze eens bij de gevangenisdirecteur werd geroepen. De tafel in zijn kamer lag vol met meer dan vijftig pakjes met versnaperingen bestemd voor Aïda en afkomstig uit Canada, Nieuw-Zeeland, Holland en Duitsland. De direkteur zei: „Niets zul je ervan krijgen, hoor je, niets!”
Ze ging echter blij terug naar haar cel. Die chocolade maakte niets uit, maar te weten dat ze niet vergeten was, een groter geschenk was nauwelijks mogelijk. Het belijden betekent voor de ondergrondse kerk vaak: lijden. Het is nodig dat we ons op de hoogte blijven stellen van de situatie van christenen die om hun geloof vervolgd worden. Zij vragen om ons gebed en onze hulp. Lijden op zich maakt niet zalig, maar van hen die om hun geloof vervolgd worden zegt Christus: „Dezen zijn het, die uit de grote verdrukking komen; en zij hebben' hun lange klederen gewassen, en hebben hun lange klederen wit gemaakt in het bloed des Lams.”
Nogmaals Wurmbrand
Tot op de dag van vandaag maken vele vijanden het werk van ds. Wurmbrand verdacht. In het Reformatorisch Dagblad leverde prof. Kamphuis, hoogleraar aan de theologische hogeschool van de Geref. Kerken (vrijgemaakt) te Kampen eveneens ernstige kritiek op de werkmehoden van ds. Wurmbrand. In „Trouw" (12 en 13 juli 1974) sprak Aldert Schippers de feiten betreffende de persoon en het werk van ds. Wurmbrand tegen.
Laten we echter bedenken dat ds. Wurmbrand geen Calvinist is en ook nooit naar voren geschoven is als dé Calvinist of Lutheraan bij uitstek. Hij heeft ons echter door zijn boeken veel laten zien van de strijd en de vervolging achter het IJzeren Gordijn. Ook hij is vervolgd en heeft geleden om Christus' wil. En velen met hem. Dat zijn getuigenis waar is blijkt ook uit de boeken die in dit artikel besproken zijn. Dat moet voorzichtig maken. Dat doet ons gedempt vragen stellen. Ds. Wurmbrand zegt er zelf van: „Men mag op mijn optreden kritiek hebben, mits men maar toont, dat men op een andere wijze de ondergrondse kerk daadwerkelijk steunt.!”
Laten wij de vreugde voor de vrijheid waarin wij (nog) mogen leven tot uitdrukking brengen in ons gebed en in onze gave voor het werk voor „de Ondergrondse Kerk". Wil je op de hoogte blijven' van het werk achter het IJzeren Gordijn neemt dan een abonnement op „Getrouw" 5 ). Financiële bijdragen kunnen gestort worden op giro 249300 t.n.v. „De Ondergrondse Kerk", Frederiksplein 24, Amsterdam. Laten we onze plicht verstaan!
1) R. Valkenburg, Rumoer rond Wurmbrand. Uitg. J. H. Kok B.V., 116 blz., prijs ƒ 8, 95.
2) A. Solzjenitsyn, De Goelag Archipel. Uitg. De Boekerij, 516 blz., prijs ƒ 17, 50.
3) M. Matheeff, Terreur in het Rode Paradijs. B.V. Uitg. „De Banier", 176 blz., prijs ƒ 11, 90.
4) A. Skripnikova, Martelares uit Leningrad. Uitg. Gideon, Hoornaar, 57 blz., ƒ 3, 00.
5) „Getrouw", verschijnt maandelijks, abonnementsprijs ƒ 15, 00 per jaar.
Bestellen: Frederiksplein 24, Amsterdam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 oktober 1974
Daniel | 24 Pagina's