ELIJA, de drummer
„Jack! Daar!" schreeuwde opening in het bos". Bob. „Rechts is een
De piloot had het ook al gezien. Hij liet het vliegtuig zwenken. Langzaam drukte hij de stuurknuppel naar voren. De aarde kantelde en cle bomen schoten op hem af.
Hij ging te snel. Jack trok de knuppel weer naar zich toe. Het vliegtuig schokte. Het stak even de neus omhoog. Plotseling begon het achteruit te vallen, meegezogen door een onverwachte luchtstroom. Ze raakten de toppen van de bomen. Een vleugel knapte af. Er volgde een slag
Er was iets. Dat geluid. Het was een trom, een tam-tam. Hij was nog heel klein toen hij dat geluid meer had gehoord. Vader zei clan dat een dorp zich klaar maakte voor de strijd tegen een ander dorp. Het was altijd ver weg geweest. Maar nu was het dichtbij. Het was vlak bij zijn oor. Bob sloeg zijn armen om zich heen om dat geluid weg te dringen, maar een paar sterke armen grepen hem vast. Een stem zei iets, maar hij verstond het niet. Hij lag in een' kleine hut. Boven zijn hoofd zag hij een plafond van takken
Opeens wist hij weer wat er gebeurd was. Het vliegtuig, de klap. De schemer van de hut werd nog dieper toen een man door de nauwe deuropening binnenkwam.
„Ik heet Elija", ze.i ae man. „Hoe heet jij eigenlijk en waar woon je? "
„Ik ben Bob, ik kom uit Mbala. Vader is daar dokter".
Elija vertelde hoe ze hem, hangend in zijn stoel boven in een boom, gevonden hadden. Jack bleek meegenomen te zijn door groep soldaten. Hem hadden ze niet gezien. „Maar hoe moet ik clan ooit thuis komen? " vroeg Bob angstig. „Dat zien we nog wel. Eerst gaan we je ouders vertellen dat je leeft". Ze vertellen dat hij leeft hoe kon dat? Er was hier toch geen telefoon? Even later hoorde hij weer dat indringende, bevelende geluid van cle tam-tam. Plotseling zweeg het, maar ver weg werd het overgenomen. Even later nog verder weg door een andere tam-tam
De volgende dag was het zondag. Bob werd zonder hoofdpijn wakker. Hongerig at hij het droge voedsel op. Toen zijn gastheer zag dat het hem goed smaakte, zei hij: „Het is zondag. Wij gaan altijd naar de kerk. Ga je mee? " Naar de kerk? Was er dan een kerk in dit dichte oerwoud? Nieuwsgierig volgde hij zijn gids over het smalle pad. Ze kwamen bij een open plek. Daar zaten al honderden mensen rustig te wachten. „Dit is onze kerk", zei Elija. „En dit is ons orgel". Hij wees op een grote trom die door een jongen werd aangedragen, Elija ging op de grcncl zitten, klemde de trom tussen zijn benen en begon er op te slaan. Een oude dominee preekte in de stamtaal en Elija begeleidde d.e zang op cle trom
Het werd een lange moeilijke tocht. Soms kon Bob niet meer. Dan nam Elija hem op cle rug. In het donkerste deel van de nacht trokken' ze over de grens naar het land waar Bob's ouders woonden. Toen ze bij het eerste dorp aankwamen stond er reeds een jeep van het ziekenhuis klaar. De boodschap van de tam-tam was goed overgekomen
Het was een blijde dag toen Bob en Elija in Mbala aankwamen. Even na zes uur verdween de zon achter cle verre horizon van Oeganda. En Bobs ogen vielen dicht. Moeder hielp hem in bed. Hij had zich nog nooit zo moe gevoeld. Hij lag stil tussen de frisse lakens. Opeens hoorde hij de tam-tam weer. Deze keer wist hij wat Elija zijn verre vrienden te zeggen had: Bob is veilig thuis en ik kom terugmet medicijnen. „Elija, de drummer van God", zei Bob en toen viel hij in slaap.
(Vrij naverteld uit Zendingsjeugdkrant '71. Uitg. G.Z.B.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 september 1974
Daniel | 24 Pagina's