EEN LOFZANG IN DE NACHT
En omtrent de middernacht baden Paulus en Silas en zongen Gode 'lofzangen, en de gevangenen hoorden naar hen. (Hand. 16 : 22).
Er staat niets in de bijbel of de Heere heeft er Zijn bedoeling mee. Dat bemerken we ook hier weer. Paulus en Silas zijn in de gevangenis gesmeten om de Naam en de zaak des Hoeren. Ze hebben heel wat meer te doorstaan gehad dan wij, ook al denken we soms dat we het maar heel moeilijk hebben.
Hebben wij er vandaag al een zuur gezicht voor over gehad, als de Naam des Heeren werd gelasterd, of Jezus' naam werd ontheiligd? Paulus en Silas zaten in een donker kerkerhol, in benarde omstandigheden. En wat deden ze? Ze baden. En dwars door de dikke kerkermuren heen is dat gebed gegaan naar Hem, die naar al Zijn ellendigen hoort. Ze zijn door Hem getroost én gaan zingen! Zingen, lofzangen Israëls. Zingen tot eer van hun Koning, die voor hen in veel groter nood was geweest. Dat gezang is in de hemel gehoord. In dat gezang hebben ook de engelen zich verblijd. Zing jij nog weieens? Geen straatliedjes, popsongs, maar psalmen tot Gods eer? Maar er staat wat achter: en de gevangenen hoorden naar hen. Daar zaten rovers, moordenaars en bandieten; out-casts van de maatschappij. Mensen, die wij misschien maar scheef zouden aankijken. Een Goddelijk wonder: Zij hebben naar dat zingen van Paulus en Silas geluisterd. Die twee mensen hadden in de gevangenis zingend gepreekt van het heil door God verworven.
Zij hebben gejubeld van de zaligheid Gods, bewezen aan doemwaardige zondaren. De gevangenen hebben hun oren niet dichtgedaan. Ze hebben geluisterd.
Dacht je nu, dat de Heere dat voor niets had laten cpechrijven? Zou de Heere dat niet hebben kunnen gebruiken? Ongetwijfeld! Wellicht zijn er straks naar het schavot gegaan vanwege hun misdragingen, maar die door het gezongen Evangelie nog bekeerd zijn gewerden. Zou het ons niet betamen om meer de eer des Heeren te verkondigen? Zou het niet een wonder voor ons moeten zijn dat de Heere met ons te doen wilde hebben? En zo je Hem niet kent, och, wordt dan toch eens jaloers, opdat je nog horen mocht, hetzij gesproken, gelezen of gezongen, het Woord van de Koning. Dan zou het ook nu nog gelden: En de gevangenen hoorden naar HEM.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 september 1974
Daniel | 24 Pagina's