ORGEL MET GEMEENTEZANG
Door dode pijpen dringt de wind, tot leven: een kleine vingerdruk op blank klavier, en hout en tin beginnen stil te beven. De rappe vingers tasten ginds en hier, de voeten voelen mee naar vast gegeven. De donk're toon, als van een grommend dier, en fijne klanken van een lichte lier, ontwaken, door onzichtbre wind gedreven.
Nu wast als in de zee een klankenvloed. Het kerkgebouw wordt vc\l van blijde tonen. De zang zwelt aan, zo liefelijk en zoet, van mannen, vrouwen, dochters en van zonen; een zang van bee en dank, van eeuwig goed. De Heere wil bij Sions lofzang wonen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 september 1974
Daniel | 24 Pagina's