JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

BACH IS VOOR MIJ NOG STEEDS HET SUMMUM

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BACH IS VOOR MIJ NOG STEEDS HET SUMMUM

7 minuten leestijd

Meneer Beekman, kunt u ons enige gegevens over uzelf verstrekken?

Ik ben geboren in Vlissingen, in 1949. Op negenjarige leeftijd kreeg ik de eerste orgellessen van een oom. De liefde voor het orgel heb ik wel van huis uit meegekregen, m'n vader was namelijk ook organist. Tot in de laatste klas van de H.B.S. wist ik nog niet of ik in de muziek verder wilde. Toen ik in 1986 het Nationale Orgelconcours in Den Bosch won, was dat de stimulans om verder te gaan. In datzelfde jaar ben ik naar het conservatorium in Tilburg gegaan. Daar haalde ik in 1971 het solistendiploma orgel en het diploma schoolmuziek. Daarna heb ik nog een jaar les gehad van Anton Heiier in Wenen. Binnenkort hoop ik m'n Prix d' excellense te behalen.

Bespee\lt u ook andere instrumenten?

Ja, clavecimbel en ook piano.

Welke werkkring hebt u tegenwoordig?

M'n belangrijkste werkkring is de school. Ik geef 28 uur muziekles op een Christelijke Scholengemeenschap.

Er is ook wel eens een van u verschenen, dacht ik? grammofoonplaat

Ja, inderdaad, een jeugdzonde van me.

Een jeugdzonde? Floezo?

Ik sta niet meer achter de manier waarop ik toen speelde. Het is echt een beetje te vroeg geweest.

Speelt u ook wel eens voor de radio?

Ja, dat heb ik vrij veel gedaan, maar de laatste tijd, nadat ik in Wenen geweest ben, niet meer.

Voor dit themanummer leek het ons aardig de lezers kennis te laten maken met een organist, een man, die in het muzikale gedeelte van onze eredienst een grote plaats inneemt. We gingen voor dit interview naar de heer Bram Beekman te Middelburg, een van de weinige organisten uit onze kring met een conservatoriumopleiding.

Geeft u ook concerten?

Ja, heel wat, vooral tijdens de vakanties. Met name in Zeeland en (merkwaardigerwijs) in Groningen, en ook veel in het buitenland: België, Duitsland en Zwitserland.

Naar welke stroming binnen de orgelliteratuur gaat uw voorkeur uit?

Naar de barok, en daarbij met name naar Bach. Bach is voor mij nog steeds het summum.

Maar u speelt ook wel vaak moderne Fransen, zoals Messiaen en Dupré?

Ja, dat is zo. Vooral wat harmonie en klankkleur betreft, vind ik deze componisten geweldig goed.

De meeste nieuwe orgels die de laatste tijd in Nederland gebouwd worden, hebben overwegend een barok karakter. Is het niet moeilijk om daarop de muziek van de moderne Fransen tot z'n recht te laten komen?

Ja, dat geeft inderdaad wel eens moeilijkheden. Vaak klinken deze orgels te hard.

In onze kring is de muziek van Jan Zwart en Feike Asma nogal geliefd, Hoe denkt u daarover?

Dat vele mensen deze muziek mooi vinden, is voor mij een heel begrijpelijke zaak. Toen ik negen jaar was, nam m'n vader me ook mee naar concerten van Feike Asma, en door hem ben ik eigenlijk tot de imuziek gekomen. Tegenwoordig waardeer ik z'n muziek minder, ik kan niet begrijpen dat hij zo speelt. Waarschijnlijk alleen vanwege het bereiken van de massa; in feite blijft hij stilstaan op een vrij lage trap van een bepaalde muzikale ontwikkeling. Het is wel begrijpelijk, dat hij de massa boeit, z'n muziek ligt makkelijk in het gehoor, en hij speelt bekende melodieën. Het is ook zonder meer de verdienste van z'n leermeester Jan Zwart geweest, het orgel in Nederland populair te maken.

Elke luisteraar, die zich wat meer verdiept in het echt beluisteren van orgelliterauur (door b.v. verschillende interpretaties te vergelijken), komt al snel tot een wat betere smaak en leert inzien, dat wat Asma doet niets anders is dan, enerzijds pompeus en bombastisch, anderzijds oversentimenteel, de orgelliteratuur van al z'n schoonheid te ontdoen.

Aan de andere kant ben ik blij dat hij, al is het dan op zijn manier, velen tot het orgel brengt. Als het publiek dan ook maar verder gaat en hier niet stil blijft staan.

Speelt u ook tijdens kerkdiensten?

Ja, ik ben mede-organist van de Gereformeerde Gemeente van Middelburg.

Improviseert u veel tijdens kerkdiensten. of speelt u hoofdzakelijk bladmuziek?

Ik improviseer alles. Hier in Middelburg mogen voor en na de dienst alleen psalmen gespeeld worden, en clan word je wel gedwongen om te improviseren, doordat er zo bitter weinig goede bladmuziek over psalmen bestaat. Alleen psalmen spelen vind ik enerzijds niet erg, er zijn zoveel mooie psalmmelodieën, waar je schitterend over kan improviseren, anderzijds zou ik na de dienst ook wel eens een gezang willen spelen, dat goed bij de preek past.

Ik heb wel eens het idee, clat veel organisten, die geen gedegen opleiding hebben, wel eens te vlug hun boeken wegleggen en gaan improviseren.

Dit komt zeker vaak voor, maar dit komt gedeeltelijk ook wel doordat er, zoals ik zojuist reeds zei, zo weinig goede bladmuziek over de psalmmelodieën in omloop is.

Wordt naar uw mening een kerkorganist wel gewaardeerd?

Ik heb het idee, dat veel mensen' niet echt naar het orgelspel luisteren. Ze horen het alleen als het te hard gaat, en dan gaat er soms een brief naar de kerkeraad. Wanneer het maar zachtjes is, zouden velen het niet eens horen, wanneer je een gezang zou spelen. Maar ik krijg tegenwoordig gelukkig hier uit de gemeente ook wel reakties van mensen, die het echt mooi vinden', die het niet alleen ondergaan als een onderbreking van de dienst, maar als ondersteuning en verrijking ervan.

Welke eisen stelt u aan een goede kerkorganist?

Ik vind het belangrijk dat een kerkorganist in ieder geval een beetje kan improviseren, zodat het niet een wachten wordt op het seintje, dat de dienst begint. Dat hoor je helaas nogal vaak.

Vindt u dat er tijdens de eredienst in onze gemeenten genoeg aandacht aan de zang wordt geschonken?

Over het algemeen is die aandacht wel vrij beperkt, vind ik, hoewel dit van kerk tot kerk verschillen kan. Ik dacht dat het op z'n plaats zou zijn om gewoon vaker te zingen.

Bereidt u zich ook voor op het spelen van een kerkdienst?

Nee, als ik op het orgel kom, ligt het psalmbriefje daar gereed. Op de eerste psalm ga ik dan improviseren. Dus geen voorbereiding; dat is ook juist het boeiende van een improvisatie. Improvisatie moet rechtstreeks komen: je ziet iets, en je gaat gelijk spelen. Van jongsaf heb ik me hierop al toegelegd.

Vindt u het niet jammer, dat er zoveel psalmen nooit gezongen worden tijdens de kerkdienst?

Ja, dat is zeker jammer. Het zijn stuk voor stuk pracht melodieën. We hebben echt geen gebrek aan een nieuw Liedboek voor de kerken, want we kennen onze eigen psalmen nog niet. Afgezien van het feit dat in het nieuwe Liedboek de tekst vaak onverantwoord is.

Zou u de voorkeur geven aan ritmisch zin geil?

Ja, muzikaal gezien is ritmisch gezang vanzelfsprekend beter, maar ook wordt hiermee de psalmtekst verrijkt. Het niet-ritmisch zingen is alleen historisch te verklaren; toen het orgel tijdens Calvijn verboden werd en men zich met een voorzanger moest behelpen, werd het ritmisch zingen moeilijk en ging men er geleidelijk toe over om maar op hele noten te zingen. Zo is het gebleven, clus louter gebaseerd op traditie en gewoonte. Natuurlijk is haastig ritmisch gezang even misplaatst als langzaam galmen.

Let u bij het harmoniseren van een koraal ook op de woorden die door de gemeente gezongen worden?

Jazeker, ik vind het gewoon nodig dat Je er op let wat er staat, en dat je ook de registratie aanpast bij de tekst. Wanneer er bijvoorbeeld staat „Zingt God op verhoogde tonen", dan ga ik een halve toon hoger. De gemeente wordt op zo'n manier stil gezet bij de woorden die ze zingt. Het is niet zo, dat ik bij een komma midden in de regel uitgebreid wacht; dat maakt het gezang alleen maar stotend. Maar het letten op de tekst onder het spelen vind ik wel noodzakelijk.

Hebt u nog een laatste opmerking?

Tot nu toe wordt het zingen vaak als een minder belangrijk onderdeel van de kerkdienst beschouwd, vooral binnen de Gereformeerde Gemeenten. Ook de muziek op zich is iets dat op de achtergrond staat. In de tijd van Luther was dit duidelijk niet het geval. Het zou goed zijn om Luthers opvattingen over Muziek en Eredienst weer eens voor de dag te halen. En dat niet terwille van de muziek zelf!

We willen de heer Beekman hartelijk bedanken voor zijn medewerking, die hij verleend heeft in het toestaan van dit interview, en wensen hem veel succes toe in zijn carrière als organist.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 september 1974

Daniel | 24 Pagina's

BACH IS VOOR MIJ NOG STEEDS HET SUMMUM

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 september 1974

Daniel | 24 Pagina's