WAT DOE JE OP EEN REFORMATORISCH VORMINGSINSTITUUT
Partiële leerplicht en een vormingsinstituut worden vaak in één adem genoemd. Wat is nu partiële leerplicht en wat is een vormingsinstituut?
Partiële leerplicht:
Als je 9 jaar volledig onderwijs hebt genoten en ie bent gaan werken, dan moet je nog 2 dagen in de week onderwijs volgen. Heb je 10 jaar volledig dagonderwijs genoten en je bent gaan werken, dan moet je nog 1 dag in de week onderwijs volgen. Veronderstel, dat iemand één keer is blij\ r en zitten op de basisschool en 3 jaar voortgezet onderwijs heeft gevolgd, dan moet die zij of hij nog 1 dag in de week naar een school, want 7 jaar basisonderwijs en 3 jaar voortgezet onderwijs is samen' 10 jaar volledig dagonderwijs. Dit noemt men de partiële leerplicht. Maar genoeg hierover. Wil je meer weten, dan ku.n je inlichtingen inwinnen bij cle afdeling leerplicht, die meestal gevestigd is in het gemeentehuis van je woonplaats. Een van de mogelijkheden om aan de partiële leerplicht te voldoen is een kursus te gaan volgen aan een vormingsinstituut.
Veranderingen in de maatschappij en in de bedrijven:
Er wordt weieeens gezegd, dat een vormingsinstituut de werkende jongeren helpt om de overgang van school naar bedrijf zo soepel mogelijk te laten verlopen-
Ja, zo zou je het heel eenvoudig kunnen zeggen. Er zijn echter veel diepere achtergronden. Jullie (hiermee bedoel ik de werkende jongeren) worden geplaatst in een samenleving, die steeds gekompliceercler wordt. Op maatschappelijk en sociaal gebied vinden veel veranderingen plaats. Normen zijn niet meer waardevast, maar aan veranderingen onderhevig. Technische ontwikkelingen leiden tot specialisatie van de beroepen. Gevestigde beroepen verdwijnen en nieuwe komen daarvoor in de plaats. Door nieuwsmedia worden een menigte van nieuwe indrukken op jullie overgebracht. Hoe vaak komen jullie niet voor cle vraag te staan: „Wat moet ik daarmee? " Je bent genoodzaakt cle waarde van het één en ander te bepalen.
Ook de situatie binnen de bedrijven is zich aan het wijzigen'. Steeds meer wordt overgegaan van de bevelshouding naar het overleg tussen werkgever en werknemer. Ze noemen dat democratisering van de bedrijven. Dit vereist van jou een duidelijke aanpassing. Je zult je plaats moeten weten in dit spel van overleg. Maar je zult tevens kennis van zaken moeten hebben en bovendien' over voldoende uitdrukkingsvaardigheid moeten beschikken. Ook het team-work komt er steeds meer in. Hiermee bedoel ik het samen iets maken. Dit vereist, dat je goed moet kunnen werken, anders ga je op in cle massa en beslist een ander wel voor jou. Je zult je in het bedrijf „waar" moeten maken'. Dat kan heel moeilijk zijn. Vandaar dat mijn standpunt is, dat je als werkende jongere begeleiding nodig hebt op weg naar cle volwassenheid, waarbij gelet cliënt te worden op die problemen, die zich aan je voordoen, zowel vanuit de arbeidssituatie als daarbuiten. Dat je geholpen moet worden bij al je moeilijkheden, maar dan zo, dat je bij je denken en handelen, ook bij je vrijetijdsbesteding van een' norm moet uitgaan. Die norm is te vinden in de bijbel.
Die bijbel, als zijncle Gods Woord, moet je uitgangspunt zijn bij al je doen en laten. Om je te helpen bij al deze moeilijkheden, staat een vormingsinstituut met zijn staf je ten dienste. Een vormingsinstituut meet je clan ook niet vergelijken met een school. Bij het onderwijs is immers het eerste, het belangrijkste, het bijbrengen van kennis. Het vormingswerk richt zich op de ontwikkeling van algemene persoons-
eigenschappen en op de kennismaking mei en de juiste verwerking van allerlei levensaspecten. Een school heeft een leerdoel b.v. een diploma behalen van of voor iets. Een vormingsinstituut vormt, helpt en begeleidt.
Wij zullen in een vormingsinstituut direkter met onze levensovertuiging voor de dag moeten komen. Want het: hoe we tegenover een ander staan, hoe we levensvragen proberen op te lessen, hoe we samenwerken, hoe we tegenover de maatschappij staan, enz. zal niet gaan buiten onze levensbeschouwing om. Vandaar dat in een vormingsinstituut de bijbel bij de hand moet liggen, want onze levensbeschouwing moet gegrond zijn op Gods Woord.
In een vormingsinstituut kun je een prachtige leerzame tijd doorbrengen, waar je later veel aan zult hebben, al krijg je dan niet direkt diploma's. Ik wil het nogmaals benadrukken, dat een staf in een vormingsinstituut je wil helpen bij al je moeilijkheden, die er liggen tussen school en werk, maar ook je verder wil helpen.
Dit gebeurt niet in een schoolse sfeer. Er zal gedaan worden aan gespreksgroepen, diskussie en individuele begeleiding. Je krijgt je vorming in een groep van ongeveer 15 jongeren. We noemen deze groep een stamgroep. In zo'n stamgroep kunnen allerlei onderwerpen aan de orcle komen. Dus niet zo maar lukraak praten!!!, zoals er zo vaak gezegd wordt, maar een bepaald onderwerp wordt in een projektvorm verwerkt. Om je een indruk te geven van die projekten, noem ik er hier enkelen: gezag en groepsverhoudingen; mensen van verre; zending; ontwikkelingshulp; anders clan anderen; zelf kleding maken; taalgebruik; levensovertuiging; mode-hoe zie ik eruit; politie en justitie; militaire dienst; mijn werk; vrije tijd; het gezin; ons onderwijs; communicatiemiddelen'; onze gemeente; industrialisatie; verkeer en ons gedrag; enz. Je kunt het zelf uitbreiden.
Aan deze onderwerpen wordt maar een bepaalde tijd besteed. De bedoeling is, dat bij de introduktieperiode, dat zijn de eerste weken, die je in een vormingsinstituut doorbrengt, de staf, de leiding dus, allerlei problemen, die je hebt opschrijft en indien van belang voor de gehele groep, er een programmavoorstel van maakt. Bijvoorbeeld in de stamgroep is de eerste dag een gesprek geweest en daarbij is gebleken, dat er nogal wat problemen zijn met: „Wat moet je nu precies weten als je gaat werken". De leiding komt dan met een programmavoorstel over dit onderwerp. Je moet dit dus zien als — zo zou het kunnen zijn — want er kunnen wel andere problemen bij jullie leven.
Het doel van het programmavoorstel: Mijn werk! Werksituatie! is:
— jullie meer inzicht te geven in eigen werksituatie en je te helpen bij de problemen van je werk.
— Een oriëntatie inzake mogelijkheden van een beroepskeuze, b.v. wat betreft kursussen en studiemogelijkheden.
— Jullie een goede indruk te geven van de plaats en de betekenis van de arbeid in onze bestaanswijze. Arbeid is een zegen of een vloek!
PROGRAMMA VOORSTEL: MIJN WERK: WERKSITUATIE!
Een gesprek: Wat zegt de bijbel van arbeid.
Wat zeg jij van het gezegde: „Mijn werk is mijn lust en mij leven".
Waar en waarom ben je gaan werken?
Wat voor soort werk doe je?
Verschil school werk.
Wat weet je van jouw bedrijf?
Wat moet je weten als je gaat werken?
— sollicitatie
— wat is een arbeidsovereenkomst?
— wat moet je doen bij ziekte en ongeval?
— snipper-en vakantiedagen
— verdiensten-ontslag-c.a.o.
— met welke instanties heb je te maken als je gaat werken?
— moet je lid worden van een organisatie?
Wat zijn:
— werknemersorganisaties?
— werkgeversorganisaties?
— ondernemersraden?
Hoe moet je houding zijn t.o.v.:
— collega's; chefs
Wat zou je doen bij:
— stakingen?
— bedrijfsbezettingen?
— Wat leert ons cle bijbel hierover?
Verantwoordelijkheid t.o.v.:
— samenwerking in groepsverband — je werk
Samenwerken is heel moeilijk. Hoe kun je dit aanleren? Hoe moet je leren zelfstandig te zijn? Als het werk, clat je nu doet je niet ligt, zijn er dan ook mogelijkheden van omscholing?
Wat is:
— Brutoloon - inhoudingen - premies - belastingen etc.
— A.O.W.
— nettoloon, enz.
Sparen:
Als je gaat sparen is sparen ook belangrijk; vandaar:
— besteding van je loon
— voorlichting van de spaarbank
— jeugdspaarregeling
— een excursie maken naar een spaarbank, etc.
Je ziet wel, dat zo'n onderwerp, als je er over nadenkt, onuitputtelijk is. Om dit alles zo goed mogelijk tot zijn recht te laten komen, worden er in het instituut gastdocenten (mensen met een speciale deskundigheid) uitgenodigd. Bijvoorbeeld:
— voor beroepenoriëntatie, werkeloosheid, enz., cle direkteur van een arbeidsbureau.
— om de werkgever beter te kunnen begrijpen, laten we een bepaalde werkgever in het instituut eens iets vertellen over zijn bedrijf.
— een kursusleider komt iets vertellen over studiemogelijkheden.
Of je mag zelf een interview afgaan nemen van een direkteur van een bedrijf. Hiervoor zijn cassetterecorders in het instituut.
Er worden ook met een stamgroep excursies gemaakt naar: bedrijven-arbeidsbureau's etc.
De bedoeling van dit alles is dus, dat er in de stamgroepen onderwerpen aan de orde komen, die nodig zijn voor een goede funktionering in onze maatschappij en op ons werk. Onze „blik" te verruimen. Hieraan wordt ongeveer 2 uur van de dag besteed.
Keuzeprogramma's:
Een vormingsinstituut biedt verder een „Keuzepakket" aan d.w.z. de stamgroepen vallen uiteen in groepjes van jongeren, die gekozen hebben voor een bepaald keuze-programma.
Wat voor programma's zijn dat?
Handenarbeid: tekenen, schilderen; houtbewerking; metaalbewerking; emailleren; mozaïek; boetseren; glazuren; linosnede; beeldhouwen ; enz.
Koken: „De fijne keuken".
Naaien: Zelf kleding maken.
Fotografie: Ontwikkeling; vergroten; enz. (Er is een doka, een zgn. donkere kamer in het instituut).
E.H.B.O.: Junioren. Hiervoor kan een diploma behaald worden.
Typen: Een' diploma is te behalen. Bloemschikken.
Studiebegeleiding via I.V.O. / L.O.I. / E.C.A.B.O. / Engels.
Een jongen moet voor zijn werk veel rapporten op maken. Hij is erg zwak in cle Nederlandse taal. Dan kan hij bij het keuzeprogramma een kursus Ne-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 september 1974
Daniel | 24 Pagina's