HOE EN WANNEER? (7)
De hoge vlucht, die het zondagsschoolwerk in Engeland nam, is ook voor Nederland niet zonder betekenis geweest. Vóórdat het tot daadwerkelijk handelen kwam, was er al wel eens een stem in die richting opgegaan. Zo is bekend, dat omstreeks het jaar 1625 een ouderling in Utrecht voor zijn kerkeraad een pleidooi hield voor oprichting van „eenige sonnendaechse scholen".
Hij wilde er zelfs op aandringen, dat de overheid de stichting ervan op zich nam, niet uitsluitend met de bedoeling „onderwezen te worden in de fondamenten onses christelichen geloofs", maar niet minder om „sonder costen te leeren lesen en scrijven" wat voor de meesten praktisch alleen maar 's zondags mogelijk was. Hoewel deze vooruitstrevende en vooruitziende man de waarde van de godsdienstige opvoeding van het kind in staat, maatschappij en kerk bijzonder goed inzag, heeft toch zijn stem blijkbaar toentertijd niet voldoende weerklank gevonden, want het zou nog tot 1803 duren eer er iets daadwerkelijks tot stand kwam. In dat jaar n.1., waarin in Londen de oprichting van „The Sunday School Union" een feit werd, werd in Rotterdam door zekere Ds. Broer een zondagsschool opgericht met als oogmerk „het opkomend geslacht van minvermogenden tot kennis van het evangelie en een christelijke wandel op te leiden".
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 september 1974
Daniel | 24 Pagina's