JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

EEN SPONTAAN GESPREK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN SPONTAAN GESPREK

12 minuten leestijd

Toen ik dominee Poort opbelde om een afspraak met hem te maken voor een interview, waren er twee dingen die opvielen: Dominee Poort wilde liever niet vooraf ingelicht worden over de aard en de richting van het vraaggesprek én besloot het telefoongesprek met de woorden: „de koffie zal bruin zijn". De sfeer tijdens ons bezoek aan Oisterwijk werd hiermee juist getypeerd; een hartelijke ontvangst, een zich spontaan ontwikkelend gesprek

Dominee, ik meen dat U tweemaal legerpredikant bent geweest. Klopt dat?

Geweest? Ik ben het één keer inderdaad geweest, van '56 tot '64. De tweede keer is nog niet geweest, maar die is nog steeds aan de gang, vanaf '68 tot heden dus.

Kunt U een korte omschrijving geven van uw taak in het leger?

Een omschrijving van de taak? Ja, de taak van een legerpredikant is natuurlijk al c.p allerlei mogelijke officiële manieren gegeven. Die zal wel in de wet precies omschreven zijn en in je kerkelijke bevestiging, als zodanig. En daar wordt nog steeds aan gedokterd ook. Wat verwacht men van een geestelijk verzorger in het leger? Persoonlijk zou ik het in alle eenvoud, maar ook in alle volledigheid willen zeggen als: Dienaar des Woords in het midden van de militaire wereld.

Ligt het accent in dit geval niet meer op het pastorale werk dan op de Woordverkondiging?

Ongetwijfeld! Vooral omdat bijvoorbeeld in mijn onderdeel de soldaten elke zondag weg zijn, dus preekdiensten worden daar niet verricht. Alle accent komt te liggen op het werk door de week én dat is duidelijk pastoraal, óók evangeliserend, 'k Bedoel pastoraal natuurlijk t.o.v. de jongens die in meer of mindere mate geloven, evangeliserend t.o.v. de jongens die niet geloven.

Nu ben ik wel benieuwd of er nog duidelijk aanwijsbare verschillen zijn aan te geven ten aanzien van de uitoefening van uw ambt in beide perioden?

Ja, heel sterk! Dat heb ik drastisch ervaren toen ik weer terugkwam in het leger. Natuurlijk was er in het leger al van alles gebeurd. Veel meer inspraak en dergelijke. Dat heeft zijn sporen wel nagelaten! De wijziging zou ik hierin voor mezelf willen formuleren, dat juist het preken tot de jongens in je lessen „geestelijke verzorging" veel meer gesprek moest worden.

Kenmerkend daarvoor is, dat je niet meer staat — niet meer kunt staan — vandcMei een lessenaar om de jongens toe te spreken, veertig minuten en daarna vijf minuten vracen stenen, maar dat de

jongens eenvoudig binnenkomen met hun vragen: „Hallo Doom, mot U es hore!" Je zit nu ook in een kring, dus echt in de gespreksvorm .Dat is niet een uitwendige onbelangrijkheid, maar het is typerend voor een innerlijke wijziging in de mentaliteit van hen én in kontakt hebben van jouw kant, die zich eenvoudig — misschien in de geest des tijds — voltrekt.

Is dat in feite geen verschuiving in de richting van het evangeliserend bezig zijn? U kunt zo immers niet in vaste leerstellingen uw uitgangspunt nemen, maar meer in problemen waar deze jongens op dat moment mee zitten, om vandaar uit nog een invalshoek te hebben?

Ja, dat laatste erken ik helemaal. Wat U zegt! Er is vrijwel geen jongen, noch van kerkelijke noch van onkerkelijke huize, die belangstellend is naar de leerstellingen van een dominee. Daar is geen belangstelling voor. Totaal niet! Waar wel belangstelling voor is, dat is of deze man een open oor heeft voor de menselijke problemen, die deze knaap met zich meedraagt. Als men in de gaten heeft dat deze dominee aandacht, een hart, een oor en tijd heeft, en offerbereidheid heeft om te luisteren naar zijn menselijke problemen in de militaire dienst, dan spreekt hij en dan is hij ook ontvankelijk en bereid om een antwoord van deze legerpredikant te ontvangen, ook al is dat een' antwoord vanuit leerstellingen die de zijne niet zijn. En dat vind ik een mogelijkheid om het Evangelie over te laten komen bij die knaap. Als een soldaat bij je komt met een brief van z'n meisje, waarin zij het uitmaakt, is het een offer daarover een uur te praten, zodat je je een uur lang afvraagt: Ben ik wel dominee?

Daar ga je zelf aan twijfelen, maar als je dat offer brengt en je wint zijn hart doordat jij hart voor hem hebt, dan is er ruimte om — ook al is het pas na dagen — het Evangelie te laten doorklinken. Daar is ruimte voor geschapen.

Een andere vraag dominee. Mag ik de conclusie trekken dat uit uw legerpredikantschap blijkt dat U achter de dienstplicht, ook in Navoverband, staat?

Daar hebt U gelijk in.

Aangezien uw visie op het probleem van oorlog en vrede uw standpunt t.a.v. de dienstplicht zal bepalen, wil ik u vragen dat standpunt kort weer te geven.

Ik geloof dat er pas vrede zal zijn bij de wederkomst van Christus, en geen moment eerder. Dat geloof ik op grond van de Bijbel en ook op grond van de praktijk van dit leven'. We moeten dus rekening houden met het kwaad van ieder mens, die geneigd ds zowel God als zijn naaste te haten. Dat is een feit, Zolang er ook oorlog zijn. Ik meen echter dat wij geen Ministerie van Oorlog hebben in Nederland, maar een Ministerie van Defensie, om de oorlog tegen te houden, om te bewaren en te bewaken wat wij nog als goed in dit land hebben. Om maar enkele dingen te noemen: De vrijheid van christelijke godsdienst, de vrijheid van meningsuiting en dergelijke goederen. Ik dacht dat dat zaken waren, die het verdedigen waard zijn en dat het daarom eenvoudig een plicht is om die met man en macht, in de vorm van defensie, te verdedigen. Daarmee rechtvaardig ik een oorlog niet, maar daarmee rechtvaardig ik een defensie.

Met ayidere woorden, een verdedigingsoorlog?

Eventueel een verdedigingsoorlog. Vaak hoor je van soldaten de kreet: „Ik wordt hier opgeleid tot moordenaar!" Dat is onjuist. Men wordt opgeleid tot verdediger en de vraag is of degenen die uit geloofs-of gewetensbezwaren een beroep doen op de Wet Gewetensbezwaren, zich niet veel meer daaraan schuldig maken, dat zij moordenaars zijn, doordat ze de moordenaar — de eventuele moordenaar — de vrije kans geven.

In uw artikel „50 jaar Wet op de gewetensbezwaren" in het Reformatorisch Dagblad van 8 juli noemt U drie groepen gewetensbezwaren:

1. De konsekwente pacifisten (zijn tegen elke vorm van oorlog voeren)

2. De zgn. atoompacifisten (zijn tegen een atoomoorlog)

3. De politiek bezwaarden (zijn tegen de Navo)

Wilt U dat misschien wat verduidelijken?

Ja, er is dus een sterk groeiende groep

jongelui, die om geloofs-of gewetensbezwaren eenvoudig elks vorm van defensie de rug toe wenst te keren. Persoonlijk meen ik dat er weinig geloofsbezwaarden zijn. Ik heb er zelf in al die dienstjaren eigenlijk maar één meegemaakt, die dat meende om Christus-wil niet te kunnen doen. Wat niet wegneemt, dat er natuurlijk velen zijn, die al voordat ze in dienst gaan om deze redenen weigeren.

Ik meen verder dat er onder de gewetensbezwaarden heel veel verkapt politiek bezwaarden schuilen. Ik zie dat verschil dat door de wet gemaakt wordt tussen gewetens-en politiek bezwaarden niet liggen. Dat ligt althans zeer vaag.

Hoe staat U tegenover de konsekwente pacifisten?

Daar heb ik respect voor en ik ben ook blij, dat er in de wet voorzien is, dat deze mensen niet tenonder gaan aan hun eigen gewetensnood, maar dat ze een uitweg kunnen krijgen; zij het met het brengen van enige offers, omdat ze dan langer burgerdienstplicht moeten doen.

Mag ik hier nog wat aan toe voegen? Er wordt wel heel veel aandacht geschonken aan de groepen dienstweigeraars, maar er wordt veel minder aandacht geschonken aan de grote, grote meerderheid die geen bezwaren kenbaar maakt. Zij moeten gemotiveerd worden (weten waarom doe ik dat? ) om te dienen en dat gebeurt door niemand. Zij moeten gemotiveerd worden: Waarom moet jij dienen? Zelfs; waarom zul je eventueel je leven moeten geven voor deze werkgever? In de dienst wordt ook hoogst zelden motivatie gegeven. En dat kweekt voor een heel groot deel de , , balen"-mentaliteit, van „nog zoveel dagen" en proberen zich te drukken voor de dienst. Dat vind ik een uithollingsproces, dat ik bepaald angstwekkend vind.

Als ik U goed begrijp, is er dus een grote groep die ongemotiveerd in dienst gaat, ongemotiveerd blijft en zo ook geen werkelijke kracht heeft. Daar zal een wel gemotiveerd groepje politiek bezwaarden misbruik van kunnen maken om de krijgsmacht uit te hollen.

Ja.

Gaat dat niet veel via de V.V.D.M. (Vereniging voor Dienstplichtige Militairen)?

Door machtsconcentraties.

Nu zult U ongetwijfeld in dienst praktijk-gevallen hebben meegemaakt vam jongens, die uit politiek onbehagen lijdelijk verzet plegen?

Niet zo bar veel, omdat ik niet bij een paraat onderdeel zit, maar bij een opleidingscentrum en ze hoogstens acht weken meemaak, de eerste acht weken. Maar mijn indruk, en ook mijn ervaring is, dat dergelijke de dienst verlaten, niet door zelf een request (verzoekschrift) te schrijven, maar via de districts-psychiater, waar ze een S-5 oplopen (onvoldoende voor stabiliteit), of via Nieuwersluis, waar ze meestal

alsnog een S-5 oplopen en wegens psychische ongeschiktheid de dienst uit worden gestuurd. Dit werkt erg demoraliserend op onderofficieren en officieren, omdat men zegt: Ja, een tuchtmiddel is haast niet meer mogelijk. Wil een jongen de dienst uit, dan kan dat door zich eenvoudig afwijkend te gedragen. De zorg voor de knaap zelf is, dat hij met een S-5 vaak in de burgermaatschappij moeilijkheden oploopt, omdat in het algemeen rijks-en gemeenteinstellingen geen' knapen in dienst nemen, die getekend zijn door een S-5. Dat beseft menige knaap niet, totdat hij de schrijnende ervaringen aan den lijve voelt.

Zijn er ook wel jongens, die met dergelijke problemen naar U toekomen?

Veel! Vrijwel alle jongens die de kamer van de dominee in de kazerne binnenkomen hebben niet-godsdienstige problemen. Men komt met huiselijke problemen. En heel vaak ook met problemen betreffende de innerlijke onmacht, onlust, onwil om deze zestien maanden zo te besteden als de overheid van hen vraagt.

Ik neem aan dat daar ook bezwaren tegen de dienstplicht als zodanig bij zijn?

Ja.

Hoe ligt dat nu in de praktijk: Komen ze met een vooropgezette mening, zodat alle praten bijvoorbaat zinloos is, of kan er door een verstandige begeleiding nog wel wat aan gedaan worden?

Ja, er zijn verschillende wegen. Een weg is voor mij te bemiddelen tussen die jongen en zijn kommandant, vooral wat betreft zijn aanstaande functie. En natuurlijk zijn aanstaande plaatsing. Ik heb heel vaak meegemaakt, dat ik voor zo'n jongen ging pleiten bij zijn kommandant: Als die jongen nu eens dicht bij huis wordt geplaatst, dan zal zijn werk veel beter kunnen lukken. Als die jongen nu eens een andere functie kreeg, dat hij — om eens een absurd voorbeeld te geven — geen kanonpoetser wordt, maar in een officiersmess komt, dan haalt hij het wel. Ik heb ook wel eens een kerkelijke knaap drastisch gewezen op Jezus Christus, Die 33 jaar lang een opdracht vervult heeft van Zijn Hemelse Vader en Die gehoorzaamheid betracht heeft tot het uiterste. Hoewel ook Hij in Gethsemané op de knieën kroop en gesmeekt heeft: Mag deze drinkbeker aan Mij voorbij gaan, en Die heeft gezegd ook tot deze jongen: Volg Mij! In het doen van dingen, die je niet graag wilt, maar je zijn opgedragen van hogerhand. Is dat enigszins een antwoord?

Ja, aan de ene kant wel, maar uw antwoord gaat hoofdzakelijk in de richting van — wat U noemde — de „balen"-mentaliteit. Toch heb ik uit uw artikel in het R.D. wel begrepen dat de groep politiek bezwaarden groeit. Hebt U daar dan helemaal niet mee te maken?

Het kan hiermee samenhangen, dat de jongens op het uur geestelijke verzorging kunnen kiezen tussen drie lokalen: dat van de dominee, van de aalmoezenier, of dat van de humanistische raadsman. En het ligt — dacht ik — voor de hand, dat politiek bezwaarden het meest aangetroffen zullen worden in het lesuur van de humanistische raadsman.

Dominee, misschien wilt u dan tot slot nog een bijdrage leveren aan de motivering van de Daniëllezers, die eventueel in dienst moeten, of in dienst zitten?

Ik wil graag zeggen dat elke jongen het eenvoudig aan zichzelf, maar ook aan de betalende gemeenschap, verplicht is zich er van te vergewissen of hij uit overtuiging de dienst ingaat: ja of nee! Dat is hij aan God verplicht, niet in de laatste plaats. In de tweede plaats zou ik willen zeggen, dat ik er persoonlijk van overtuigd ben, dat hij in dienst zinvol aanwezig kan zijn. Dat het nooit verloren tijd hoeft te zijn om meer dan één reden. Ten eerste vanwege zijn eigen, zij het nog zo kleine bijdrage in het defensieapparaat, om eventueel te verdedigen of om het machtsevenwicht te handhaven, tot behoud van geestelijke, historische, morele kerkelijke en democratische waarden, die wij hebben. In de tweede plaats ook om als christenjongeren als zoutend zout aanwezig te zijn, daar op de soldatenkamer en daar in die gemeenschap. Menige onkerkelijke jongen heeft

een waardevolle diensttijd gehad door de ontmoeting met een christen. Vergeet dat niet! Daar bestaan geen statistieken over, dat zal de Heere dan bijhouden, maar laten we dat niet veronachtzamen.

In de derde plaats zou ik willen wijzen op zijn vrije tijd. Duizenden militairen kunnen via de Dienst Welzijnzorg met een diploma de dienst verlaten. Dus ook de vrije tijd kan uitgebuit worden, ten bate van zichzelf en hun gezin! aanstaand

Ik hoop dat ik hiermee toch enkele dingen heb gezegd die van waarde kunnen' zijn?

Inderdaad, dominee. Ik wil U hartelijk danken voor uw heldere en leerzame beantwoording van de vragen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1974

Daniel | 22 Pagina's

EEN SPONTAAN GESPREK

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1974

Daniel | 22 Pagina's