JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

MODERNE LITERATUUR

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MODERNE LITERATUUR

11 minuten leestijd

Nu het nieuwe cursusjaar voor de scholen weer begonnen is, lijkt het ons goed, ons met elkaar te bezinnen op de moderne literatuur. In de eerste plaats is deze bijdrage bedoeld voor al die middelbareschoolleerlingen die met de literatuur, dus ook de moderne, in aanraking komen. Maar ook voor de ouders van deze leerlingen kan het geen kwaad zich enigszins op de hoogte te stellen van de hier liggende problemen. Bij het schrijven wil ik vooral met deze twee groepen lezers — leerlingen én ouders — rekening houden'.

Bezinning noodzakelijk

Bezinning op de moderne literatuur is, ook in ónze kring, noodzakelijk. Met grote instemming verwijs ik dan ook naar het artikel in „De Saambinder" 51e jrg. nr. 16 van de heer E. Hofman uit Gouda, waarin hij kort op de vraag wat onze jongeren lezen, ingaat. Hieruit blijkt een zekere zorg van de ouderen voor de jeugd, die het in de confrontatie met de moderne cultuur zo moeilijk heeft. De werkzaamheden van de kommissie middelbare scholieren, uitgaande van de Bond van Jeugdverenigingen, mogen in dit verband ook niet vergeten worden. Op verschillende bijeenkomsten kwam ook de moderne literatuur ter sprake. Wat daar besproken werd moge hier in verkorte vorm volgen. Bezinning is nodig! Want als middelbare scholieren word je met moderne literatuur in aanraking gebracht, of je wil of niet. Zeker als je leraar voorliefde koestert voor de literatuur van na 1945. Ook de bloemlezingen tonen een duidelijke voorkeur voor het allermodernste, zeker in die bloemlezingen waarbij leerlingen mede de keus bepaald hebben, zoals tegenwoordig voorkomt. Een schokeffect blijft bij de confrontatie niet uit, zeker niet als je opvoeding zo geweest is, dat er met God en Zijn Woord rekening wordt gehouden. Je schrikt; < durft iemand zo over God, over alles wat je heilig is, te schrijven? Je zult de eerste niet zijn, die met schuldgevoelens rondloopt na het lezen van een dergelijk modern werk.

Het probleem wordt dan: Mag ik deze boeken lezen? Moet ik m'n leraar niet eerlijk opbiechten dat het zó niet langer kan, dat

er iets in me gaat schrijnen als de Heere smaadheid wordt aangedaan? Of ligt het misschien zo bij je, dat je de moderne literatuur graag leest, omdat je je ertoe aangetrokken voelt? De moderne schrijvers zijn uitnemende vertolkers van het huidige levensgevoel, van de moderne mentaliteit. Herken je dit levensgevoel ook bij jezelf? En heb je geen weerwoord vanuit de Schrift? Het lezen van de moderne literatuur kon het proces van vervreemding van je opvoeding dan wel eens bevorderen.

Hoe het ook zij, een bescheiden doorlichting van de moderne literatuur is hier op zijn plaats.

Literatuur als bedreiging

Voor de ouderen is misschien de literatuur op zichzelf nog wel een probleem, of — negatiever — iets wat gemeden moet worden, iets dat van deze zondige wereld is. Het wóórd roman staat dan al slecht aangeschreven. Tegenover het verschijnsel roman past alleen het diepste wantrouwen! En dit wantrouwen is er door wat men over de moderne literatuur heeft horen zeggen, alleen maar groter op geworden. Een' roman is niet echt gebeurd, dus waardeloos, zegt men dan. Ik geloof, dat we er met deze negatieve benadering van de zaak niet zijn. Fantasie is nog iets anders dan leugen. In een roman wordt een eigen werkelijkheid geschapen. Nu kan de kunstenaar zijn kunst, die een gave van God is, op twee manieren gebruiken: zijn „schepping" autonoom doen zijn, tégen Gods bedoeling in, of zijn „schepping" een na-stamelen doen zijn van de Schepper, zijn „schepping" gericht doen zijn op God, waarbij ondanks alle zonden die ook deze „schepping" aankleven tóch Gods eer bedoeld wordt. De literatuur als één van de scheppingsgaven Gods biedt zo een groot veld van gevaren, maar ook van mogelijkheden.

Christen en cultuur

Bij het overdenken' van deze dingen speelt de cultuurvraag op de achtergrond een belangrijke rol. De vraag naar onze houding tegenover de cultuur is nog niet zo vaak gesteld. Toch moeten we een antwoord op deze vraag hebben, als we ons willen bezig houden met onze houding tegenover (moderne) literatuur.

Ik dacht dat we in zoverre van Dr. Abr. Kuyper konden leren, dat we moeten oppassen voor een overijld cultuuroptimisme. Kuyper heeft zijn leer van de „Gemene Gratie" (Algemene genade) ontwikkeld op een wijze die de christen heel positief tegenover én in de wereld doet staan. De mens kan, als Kuyper gelijk heeft, nog erg veel, móet ook zoveel mogelijk tot stand brengen, hij moet de vooruitgang van de samenleving bevorderen.

De werkelijkheid van de zonde wordt op deze wijze echter min of meer veronachtzaamd. We zullen zeer kritisch moeten staan tegenover de achtergronden van de cultuur. Een man als Dr. W. Aalders (b.v. in zijn „Theologie der verontrusting") houdt ons dit krachtig voor. Anderzijds staan we in dit leven en in déze maatschappij. Er is een taak voor de christen' ook in de werkelijkheid van 1974. Wel in de wereld, maar niet van de wereld; dat is de spanning in deze situatie. Zo kun je je niet losmaken van de vraag omtrent de verhouding „christen en kunst". We mogen ons niet de houding aanmatigen: ik heb er niet mee te maken. Als middelbare scholier kun je dit trouwens niet eens. We mogen en moeten ons ermee bezighouden, als we de normen maar niet loslaten, als we maar niet los van het Woord leven. Daarom nu al de raad: lees niet neutraal. Je kunt ook hierbij het gebed niet missen. Laat de Bijbel hét Boek voor je mogen zijn, ga er dagelijks bidden mee om.

Mét Gods Woord kun je de cultuurvraag aan, is ook het je bezighouden met moderne literatuur een minder gevaarlijke zaak ge-

worden. De persoonlijke relatie tussen de Heere en jou is, zoals alle dingen, ook hier essentieel.

De concrete vragen

We zouden nu kunnen stoppen, we doen dit echter niet, want de concrete. vragen' blijven:

— moet ik dan maar „alles" lezen?

— of moet ik het zoeken in een alternatieve boekenlijst?

— of moet ik de „beste van de slechte" lezen?

— zijn er boeken die ik principieel niet mag en kan lezen, omdat ze mijn gevoelens voor de Heere en Zijn dienst kwetsen en bovenal Goeie beledigend zijn?

Dus: moet ik alles beproeven, en' het goede behouden? Of wil ik mij welbewust als christen-jongen of - meisje beperkingen opleggen? Dit is dé kernvraag in deze kwestie.

De term „moderne literatuur"

Deze term is erg vaag, na 1880 spreken we immers al van moderne letterkunde. Hier bedoelen we min of meer met het woord „modern" datgene wat na 1945 verschenen' is. Als we maar begrijpen dat met het woord „modern" een geestelijke realiteit wordt aangeduid, n.1. die van dit huidige levensbesef.

Als v/e de grens bij ± 1945 stellen, betekent dit niet dat de letterkunde vóór 1945 niet problematisch is voor ons. Het is niet juist om de beschuldigende vinger-alléén naar cle modernen uit te steken. In 1920 was Couperus modern met een roman als „De berg van Licht", een verheerlijking van het heidens ongebreidelde sexuele leven. In 1890 was Emants modern met zijn „Nagelaten bekentenis", een koud-cynische uiteenzetting van de gevoelens van de man tegenover zijn vrouw die hij tenslotte om het leven brengt. En wat te denken van de Tachtigers met hun schoonheidsverheerlijking enerzijds en hun naturalisme anderzijds?

Het valt dan ook op dat in de christelijke bezinning op de „moderne literatuur" bepaalde bijdragen hun actualiteit nog steeds niet verloren hebben. Ik denk hierbij aan een' boekje van Dr. C. Tazelaar over „Moderne Romankunst" uit 1925!

Dat we echter de volle nadruk leggen op de literatuur na 1945, vindt haar verklaring hierin dat juist déze literatuur — over 't algemeen — in aantrekkingskracht de oudere literatuur verre overtreft. Ongetwijfeld omdat deze literatuur cle uitdrukking is van een levensklimaat, waaraan we nu eenmaal allen deelhebben, waardoor we allen, min of meer, beïnvloed worden.

Motieven

Het is daarom goed een aantal motieven in de moderne literatuur op te sporen.

1. In de moderne literatuur is weinig of geen eerbied meer voor de traditie. Omdat de zekerheden wegvallen op godsdienstig, politiek en maatschappelijk vlak is er, nu veel ernstiger en vérstrekkender dan vroeger, een stellingname tegen elke gevestigde levenshouding.

De oorzaak moet hierin gezocht worden, dat God niets meer voor de moderne mens betekent. God is dood, zegt de moderne mens. Als God wegvalt, valt de zekerheid weg, vallen de normen weg en staat de mens alleen. Dat blijkt ondermeer uit het berucht geworden boek van G. K. van het Reve „Nader tot U", waarin homosexueel gedrag met een ezelgod wordt beschreven in bijbelse terminologie, waardoor cle heilige God gesmaad wordt op een vreselijke wijze. Dat blijkt ook naast vele, vele andere voorbeelden die te noemen zouden zijn uit een citaat van S. Vinkenoog: „Neem toch aan dat er bij ons op do plaats van „de ziel" een leegte is en dat het woord „God" behoort tot de andere narigheden waarvan wij nu toch wel de smaak verloren hebben. Want waar God was hebben wij nu een blindedarmontsteking, het vocht van de pleuritis, een uitgeschoten oog of een leegte in de maag: honger". Maatschappelijk uit deze instelling zich in een diep wantrouwen in de vertegenwoordigers van ons „waansysteem". Opvallend is het zich betrokken weten bij de dingen van de dag, van de moderne schrijvers. Een man als H. Mulisch vecht (b.v. in „Bericht aan een rattenkoning") met alle kracht tegen het establishment vanuit een sterk linksgericht denken.

2. L. P. Boon eindigt zijn boek „Mijn kleine oorlog" met de kreet in hoofdletters: „Wat heeft het alles voor zin? "

Deze zinloosheid hangt samen met de afwezigheid van God. „Voor wie niet aan een hiernamaals gelooft en alleen leeft wegens de ingeschapen doodsangst... is alles wat er op aankomt: zich er zo goed mogelijk doorheenslaan", zegt W. F. Hermans. Bij hem is de zinloosheid van het bestaan wel het hoofdthema van al zijn boeken. De werkelijkheid wordt door de chaos beheerst; de overzichtelijkheid, de vaste greep op het leven ontbreekt (b.v. heel sterk in „De donkere kamer van Damocles"). Deze chaotische gesteldheid blijkt dikwijls ook al in de vorm van de nieuwe roman. De traditionele roman-compositie wordt doorbroken. Bijvoorbeeld: Hugo Raes, De vadsige koningen.

3. Met de twee genoemde achtergronden hangt een derde samen: de menselijke eenzaamheid. In een boek als „De Avonden" van G. K. van het Reve wordt deze op klemmende wijze opgeroepen. De hoofdpersoon Frits houdt tenslotte alleen het speelgoedkonijntje over. Contacten met ouders en' vrienden worden alle zinloos. Communicatie blijkt niet mogelijk. Hetzelfde zien we b.v. in „Kort Amerikaans" van Jan Wolkers, waarin Erik van Poelgeest steeds meer de uitgestotene wordt, om tenslotte door de Binnenlandse Strijdkrachten doodgeschoten te worden.

4. In direct verband hiermee staat de angst voor de dood. Van het Reve bekent angst te hebben voor de eenzaamheid, de ouderdom en de dood. Deze doodsangst zien we ook al heel sterk bij de dichter Marsman (zie de boekbespreking ..Een lied"). Juist de moderne „mondige" mens is zo bang voor de dood. Dit thema is bij bijna alle moderne schrijvers te vinden, verhuld of onverhuld. Seks, drank en dood, deze drie; maar de meeste van deze is „de Dood", durft van het Reve een bekende bijbeltekst te persifleren.

5. Geen wonder dat vluchtpogingen gedaan worden om aan de eenzaamheid, de (doods)angst, de zinloosheid te ontkomen. Eén van de belangrijkste is wel: het zich storten in erotiek en sexualiteit. Ten' dele zal zich hier wel een reactie openbaren op een al te 19e eeuwse preutsheid en schijnheiligheid. Maar nu worden alle remmen losgegooid. Er is geen enkele terughouding meer, er wordt niet meer teruggedeinsd voor het schokkende detail, er is een openlijk etaleren van schuttingwoorden (b.v. „Ik Jan Cremer"). Het gaat ook inderdaad om een schokeffect, zegt Hugo Raes: „De lezer moet worden' beledigd, aangegrepen, geprikkeld, dooreen geschud". Jan Wolkers kan alinea's lang beschrijven hoe iemand in een van zijn boeken een lijk in repen snijdt. Ook de onbeschaamdheid van Van het Reve ten opzichte van zijn homosexueel gedrag is tekenend. Ook in deze verhouding wordt niets meer verzwegen. In plaats van de vreze des Iieeren is een mystiek van het bloed gekomen, gepaard met de onweerstaanbare drang tot opbiechten, zegt Rijnsdorp. Tal van citaten zouden' genoemd kunnen worden, maar daar is hier de plaats niet voor. Soms dient een verhaal zich ook heel verleidelijk aan. In een bloemlezing voor de middelbare school (Pondje proza) las ik pas nog een verhaal van A. Morriën „Een oud gebruik". Géén vloeken, geen vieze woorden, geen schokkende beschrijvingen, maar verleidend tot en met. Ernstige verontrusting is echt wel geboden, want vele moderne schrijvers hebben geen moraal meer.

6. Een' tweede vluchtmiddel uit de barre werkelijkheid is tenslotte de ivrange humor. De humor is altijd vluchtmiddel geweest uit de werkelijkheid, maar de humor in onze tijd is opmerkelijk zwart, wrang en tragisch. Deze humor is juist niet mild, relativerend, maar agressief. Zo zouden we weer kunnen aansluiten bij onze' eerste motief.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1974

Daniel | 22 Pagina's

MODERNE LITERATUUR

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1974

Daniel | 22 Pagina's