UIT HET HART GEGREPEN
Ds. J. J. Poort, legerpredikant, heeft in het Reformatorisch Dagblad van 7 juni j.l. een aantal behartenswaardige woorden geschreven voor iedere jongen die in militaire dienst is of geweest is. Als je geen dienstplicht moet vervullen is het lezen van dit artikel toch de moeite waard.
om staande te kunnen blijven
„Een vraag die ik altijd weer hoor als het gaat over soldaten en over militaire dienst is: „stompt de dienst je geestelijk niet af" en „word je in dienst niet een stuk onverschilliger" en „maakt de dienst een' knaap niet slecht en grof? ".
En met deze zorg laten heel wat vaders en moeders hun zoon dan tenslotte de dienst in gaan, om van de verloofdes nog niet eens te spreken. We weten wel, zeggen ze dan, hoe hij er in is gegaan, maar we moeten nog maar afwachten hoe hij er uit zal komen
er is meer . . . .
Natuurlijk is dat waar. Maar ik geloof, dat we dat niet op zo'n lijdelijke, en eigenlijk wat neerslachtige en wanhopige toon moeten zeggen en verzuchten. Want er mag dan heel wat zijn aan gevaren die ons in militaire dienst belagen, heel wat gevaren die onze morele en geestelijke ondergang bedoelen, aan de andere kant zijn er toch ook een aantal steunpunten en hulpmiddelen om staande te blijven waar we de ogen beslist niet voor mogen sluiten. Er is genoeg, meer dan genoeg, om over te klagen, maar er is ook wel een en ander om dankbaar voor te mogen zijn en het dankbaar als middel aan te grijpen om staande te kunnen blijven. En het is misschien niet overbodig die steunpunten hier eens op een rijtje te zetten.
Allereerst is daar dan een hulpmiddel voor de besteding van de (vele) vrije tijd. Ledigheid, zegt de volksmond, is des duivels oorkussen, en dat blijkt nogal eens waar te zijn. De verveling is een groot kwaad. In de kazerne waar ik zelf werk, vallen al in de eerste weken „douwen" wegens dronken en' te laat 's avonds binnen komen. En dat zullen je maten op de kamer maar zijn! Weinig plezierig is dat, om als je slaapt wakker te worden door „kameraden" die te laat binnen komen met alle rumoer en ellende van te veel gedronken te hebben in de stad. En dan rijst de vraag: is dat nu nodig? Natuurlijk is het helemaal niet nodig. Het is totaal niet nodig om met zulke kamergenoten 's avonds uit te gaan.
dan dat
Er is maar een heel klein beetje wilskracht voor nodig om tegen zulk soort uitnodigingen „nee" te zeggen. En er is maar een heel klein beetje fantasie voor nodig om een paar kerels uit te zoeken die wat andere ambities hebben. Het is misschien niet overbodig om dat een's heel duidelijk te stellen: geen enkele soldaat is, van wie dan ook, verplicht om zich 's avonds vol te laten lopen met bier en daar handen vol geld aan uit te geven en geen enkele soldaat is verplicht, van wie dan ook, om 's avonds met of zonder verlovingsring achter de rokken aan te jagen en van café tot café en van danstent tot danstent te gaan en uiteindelijk als een baal meel door bedenkelijke kameraden de kazernepoort binnengezeuld te worden. Dat is totaal niet nodig. En als dat gebeurt moet men niet de „dienst" of het „leger" daarvan de schuld geven, maar alleen en uitsluitend zichzelf. Dat men zelf te zwak en te bang was om „nee" te zeggen. En „ja" te zeggen tegen al die andere mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding, die er toch ook zijn. Om maar iets te noemen: in vrijwel iedere garnizoensplaats en bij vrijwel elke kazerne is een Protestants Militair Tehuis (PMT, in de wandeling genoemd). Alle mogelijke vormen (geen on-mogelijke) van ontspanning zijn daar
aanwezig. Ook studie-en leeszalen, waar men op z'n gemak een brief kan schrijven of een boek kan lezen of een studie kan voortzetten waar men aan bezig is. De prijzen zijn er redelijk en de sfeer is er goed. Die tehuizen (in Duitsland „clubhuizen" genaamd) zijn er niet voor niets. Ze zijn er speciaal voor de jonge, dienstplichtige militair.
vandaar
Oók is daar de „Welzijnszorg", een speciale dienst in de krijgsmacht. In elke kazerne is een bureau Welzijnszorg aanwezig. En daar (maar men moet er wel even naar toe gaan natuurlijk) kan iedere militair zowel de mogelijkheden voor zijn ontspanning als zijn inspanning vinden.
Om maar wat te noemen: hij kan er intekenen voor tien-en nog eens tientallen kursussen, tegen naar ik meen soms 40 % korting, om diploma's te halen die hem straks te pas zullen komen bij zijn burgerbaan. Ook de ontspanning: allerlei hobbykursussen en ontspanningsavonden worden door deze dienst georganiseerd.
Een derde steunpunt vormen de kerken. Althans sommige kerken. Met name wil ik hier noemen de Gereformeerde Gemeenten, die vanuit hun Deputaten in alle garnizoensplaatsen ontmoetingsavonden organiseren voor de jongens van de gehele Gereformeerde Gezindte. Dat gebeurt dan via de legerpredikant die hierover vertelt op het uur Geestelijke Verzorging en via een wijkgebouw in de stad waar die avond de jongens worden verwacht.
vragen maar
Ook zelf kan men toch wat verzinnen. Elke lichting opnieuw zijn er knapen die vragen waar ze in de stad de catechisatie van hun kerkgenootschap kunnen volgen. (Maar clan moet je wel even vragen natuurlijk!) Ik maak jongens mee, die ik in kontakt breng met organisten (waar zou ik 's avonds orgel kunnen spelen? ) Ook heb ik verschillende keren een musicus onder de soldaten gehad die me vroeg waar hij in de kazerne viool zou kunnen spelen. En heel wat avonden heeft hij op mijn eigen bureau doorgebracht, als ik er zelf niet was, om daar in alle stilte zijn toonladders te kunnen produceren.
Werkelijk, er is ontzaggelijk veel mogelijkheid om de vele vrije tijd zinvol te kunnen besteden, maar er is moed voor nodig „nee" te zeggen tegen allerlei andere mogelijkheden en er is wat doorzettingsvermogen voor nodig andere mogelijkheden te onderzoeken. Maar dat kunnen dan ook net de steunpunten worden die je nodig hebt om het hoofd in dienst boven water te houden (ook al dien je niet bij de Marine). De steunpunten ook die je weer goed en wel de burgermaatschappij in brengen straks, zodat je daar niet afgestompt en verruwd en vergrofd en uitgeblust in terugkeert. Nogmaals: dat is namelijk niet nodig.
kracht in Hem
En als vijfde en laatste steunpunt zou ik willen noemen: je Bijbel, je geloof, je gebed. Is dat dan geen werkelijk steunpunt? Meer nog: een punt tot opstanding en leven? Maar ook daarvoor geldt: je bent misschien een eenling. Je bent misschien de enige die 's avonds bidt voor het slapen gaan en voor en na je maaltijd. Maar als je het doet ben je wellicht juist daardoor een ander, die twijfelt en die wankelt, tot een steun en tot een zegen! En anderen lezen dan misschien alleen maar boekjes van het allerminst allooi zou dat reden moeten zijn waarom jij het boek niet leest van het allerhoogste niveau?
„Blijft in deze Mijn liefde" dat heeft de Heere Christus toch niet voor niets gezegd! En: „houd wat gij hebt". In de kerk of thuis zingen we het zovaak: „Laat Uw geboön op reis mij niet ontbreken!" Laten ze dan ook in je weekendtas en in de kast op je soldatenkamer niet ontbreken. Je ouders misschien ook niet: die hebben de Bijbel nog in je koffertje gestopt. Maar jij zelf, die dienstplichtige soldaat: laat jij dat sterkste steunpunt, die meest verheffende en verhogende kracht dan ook zelf „niet ontbreken".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juli 1974
Daniel | 20 Pagina's