JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

ROME EN DE REFORMATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ROME EN DE REFORMATIE

8 minuten leestijd

TOEN 31-10-1517

NU 31-10-1974

Het spreekt voor zichzelf, dat in Luthers dagen de roomse kerk bij hoog en bij laag beweerde, dat zij de oude kerk was, de voortzetting van de christengemeente uit de dagen der apostelen.

Trouwens, dat beweert de roomse kerk vandaag nog. Luther en de zijnen waren afgevallen van de oude kerk en hadden naast de oude, ware kerk een nieuwe, valse kerk gesticht.

Luther heeft in een uitvoerig geschrift hierop geantwoord. Het dateert uit 1541 (twee jaren voor Luthers overlijden) en draagt de merkwaardige titel: „Wider Hans Worst." Hans Worst was de weinig vleiende naam voor Heinrich vom Wolfenbüttel, die voortdurend — fel pausgezind als hij was — de degens kruiste met de Luthersgezinde keurvorst, Friedrich von Saksen.

Heinrich had Friedrich voor de zoveelste keer gruwelijk in het openbaar belasterd! Zelfs in een geschrift, dat alom werd verspreid.

Nu gevoelde Luther zich echt niet geroepen, de keurvorst te verdedigen.

Daar was het Saksische hof heus zelf wel toe in staat. Maar de felle en lasterlijke aanval in Heinrich's geschriften op Gods Woord, op de belijdenis van de kerk der Reformatie en tegen wie daartoe zich mochten rekenen, dat kon en mocht Luther niet nemen. Zonder zich te mengen in de felle polemiek tussen beide vorsten, nam Luther als dienstknecht des Heeren de verdediging van de Waarheid, die hem zo lief was, voor zijn rekening.

Het weinig bekende geschrift, „Hans Worst" is, uit theologisch en kerk-historisch oogpunt gezien, zeer belangrijk. Ook voor déze tijd.

Luther begint dit geschrift als volgt: Alle duivelen, katholieken (papisten) en hun aanhang antwoorden wij, zoals heel lang voor dezen de Heilige Geest ons allen heeft geantwoord: elijk een mus is tot wegzweven, gelijk een zwaluw tot vervliegen, alzo zal een vloek, die zender oorzaak is, niet komen." (Spr. 26 : 2). En Luther put in alle aantijgingen, die ook nu weer op hem en de

zijnen afkomen, troost uit de woorden van de Heere Jezus: Zalig zijt gij, als u de mensen smaden, en vervolgen, en liegende alle kwaad tegen u spreken, om Mijnentwil" (Matth. 5 : 11). En hij roept de lasteraars toe: Verschrikt en treurt, gij zijt lasteraars en leugenaars tegen Christus en tegen de Zijnen, uw verdoemenis in de hel is groot."

In het vervolg van dit geschrift, waarin het ons gaat om de vraag: welke is de oude kerk, welke de nieuwe, maar valse, geeft Luther in niet minder dan tien punten aan, dat de papisten geheel ten onrechte de kerk der Reformatie verketteren als iets nieuws, als een nieuwe, , valse kerk.

Zeer in het kort lopen we deze punten even na. tien

j I. Wij hebben de Doop, die Christus I heeft ingesteld, rein en zuiver gehandi haafd. Gij niet!

! Door deze Doop, geheel volgens de leer | van Christus en van Zijn apostelen, worden onze kinderen ingelijfd in de christelijke kerk, die wij dienen. Dit is die Doop, die „ene Doop", waarvan Paulus spreekt in Ef. 6 : 5, waarin wij één zijn met de eerste christengemeenten.

II. Wij bedienen in onze gemeenten het Heilig Avondmaal, zoals Christus dit sacrament heeft ingesteld en de apostelen en de oude christengemeenten dit hebben gevierd. Dat doet gij niet!

Wij eten en drinken als die éne Gemeente van Christus, waarmede wij verbonden zijn, allen het brood en drinken allen de wijn, die beide wijzen op de gemeentschap door het zaligmakend geloof met het lichaam en met het bloed van Christus. Alles naar 1 Cor. 10 : 17.

III. Zoals wij in de viering van het Heilig Avondmaal één zijn met de oude christengemeenten, zo is het ook, wanneer het gaat over de oude sleutelen des hemelrijks, welke de Heere Jezus, de Koning van Zijn Gmeente, haar heeft toebetrouwd. (Matth. 10 : 19; Joh. 20 : 23). Die sleutelen betreffen de zuivere prediking van het heilig Evangelie en de handhaving van de kerkelijke tucht. Wij hebben hieraan geen nieuwe sleutels toegevoegd, noch er nieuwe van gemaakt; wij hebben geen nieuwe wetten gemaakt, zoals gij hebt gedaan, met name ten aanzien van wereldlijke overheden, die niet naar u willen luisteren.

IV. Wij hebben het predikambt en Gods Woord rein gehouden; wij verkondigen dat Woord met vlijt, zonder enige toevoeging van nieuwe, eigen bedachte menselijke leer. Wij verzinnen niets nieuws, maar houden ons aan en blijven bij het oude Woord van God, zoals de oude kerk dat van de Heere heeft ontvangen. Ook daarin zijn wij één met cleze oude kerk. Wij zijn met de oude kerk énerlei kerk, verkondigen énerlei Woord en belijden énerlei geloof.

V. Niemand zal kunnen ontkennen, dat wij de oude Apostolische Geloofsbelijdenis in alle opzichten onveranderd hebben gelaten, haar zingen, belijden en geloven. We hebben niets nieuws daarin aangebracht en ook niets aan toegevoegd. Dat kunt u niet zeggen! Daarmede behoren wij bij de oude kerk en zijn wij één met haar.

VI. Wij hebben als de oude kerk hetzelfde gebed, hetzelfde Onze Vader. Niets nieuws, niets anders verzinnen we er bij. Wij zingen dezelfde psalmen, wij loven en danken met mond en hart de Heere, zoals Christus het geleerd heeft en zoals het bij de apostelen en in de oude kerk steeds het gebruik is geweest. Wij volgen getrouw haar voorbeeld.

VII. Wij hebben, als de oude kerk, steeds voor ogen, wat Christus ons geleerd heeft: at wij de wereldlijke overheid moeten eren en niemand moeten dwingen, de voeten van de paus of van wie dan ook te kussen. Met Petrus vervloeken wij, wie anders leert (2 Petr. 2 : 10). Wij houden ons aan Rom. 13 : 1 en vervolgens.

Wij hebben steeds geleerd, onze overheid te allen tijde gehoorzaam te zijn. We hebben dat ook in praktijk gebracht en hartelijk voor de keizer en de vorsten gebeden.

Ook in dit opzicht behoren wij (en niet gij!) als rechte kinderen tot de oude, heilige, apostolische kerk.

VIII. Wij loven en prijzen het huwelijk als een Goddelijke, gezegende en Gode welgevallige schepping en instelling; tot tucht over ons lichaam en tot het weren van vleselijke ontucht. Wij zijn in dezelfde regel en in dezelfde ordonnantie Gods voortgegaan, zoals de Heere deze van den beginne ingesteld, en zoals Christus deze bevestigd en de oude kerk steeds geëerd en geleerd heeft! Hoe is dat bij u?

IX. Wij verdragen hetzelfde lijden, met Petrus, „wetende, dat hetzelfde lijden aan onze broederschap, die in de wereld is, volbracht wordt." Leest u maar 1 Petr. 5 : 9.

In deze wereld worden ook wij op alle plaatsen gewurgd, verdronken, opgehangen; men plaagt ons allerwege om der wille van het Woord Gods. Zo was het ook gesteld met de oude kerk.

Ook in dit opzicht zijn wij de oude kerk, of toch tenminste haar mede-genoten en metgezellen in het lijden om Christus' wil.

Nóg staan voor het kruis Annas en Kajafas, samen met de priesters. Zij lasteren Christus. Ja, boven dit alles, zij hebben Christus gekruisigd! Zó hebben de paus, de kardinalen en de monniken ons veroordeeld, verdoemd, vermoord; zij hebben ons bloed vergoten; zij lasteren ons.

Daar staan ook de soldaten, een deel van de krijgsmacht. Ook zij lasteren ons. Zelfs de schalk, de moordenaar aan de linkerzijde, is er nog: Heinz Wolfenbüttel met de zijnen, die de Heere reeds veroordeeld en in banden der hel geslagen heeft. Ook hij moet zijn laster er nog aan toe doen. Zo ging het in de oude kerk; zo vergaat het ook ons.

X. Men zal, omgekeerd, toe moeten geven, dat wij geen bloed vergieten, niemand ophangen, geen wraak nemen. Dat hadden we wel kunnen doen. En wij kunnen dat nóg wel. Maar als Christus, de apostelen èn de oude kerk verdragen wij; wij vermanen; wij bidden voor die ons geweld aan doen.

Conclusie:

Omdat nu de katholieken weten, dat wij in al deze en zovele andere dingen de oude kerk gelijk zijn en in der waarheid de oude kerk genaamd kunnen worden, moet het ons toch wel in hoge mate verbazen, dat men ons zo onbeschaamd durft te beliegen en durft te verdoemen, alsof wij van de kerk afgevallen waren en een nieuwe, valse kerk gesticht zouden hebben.

In hef Boek Daniël (7 : 9) lezen we, dat de vijandige kleine hoorn is uitgeroeid. Dan zet de Oude van dagen Zich en de boeken worden geopend.

Zo zal het gaan. De vroegere, oude kerk licht weer op, zoals de zon, lange tijd verborgen achter zware wolken, haar stralen weer uitgiet over het veld.

De hoorn van de laster zal ten ondergaan; alles zal een einde nemen, wat zich kant tegen Christus en Zijn Gemeente. De uitwerking hiervan vertoont zich thans, in onze dagen. (Aldus Luther in 1541).

Luther vervolgt zijn geschrift dan met het opsommen van de pauselijke nieuwigheden, die zo van lieverlede zijn ingevoerd. Hij noemt er twaalf. (De pauselijke mis, het vagevuur, enz.).

Hij voegt daar dan aan toe: „Als zulke nieuwigheden van het pausdom gewoon waren, zouden we dat misschien kunnen verdragen, zoals we het ook verdragen, wanneer we een nieuw costuum aantrekken, dat geheel van het oude afwijkt. Maar aan deze nieuwigheden kleeft zóveel duivels vergif en zóveel helse moord, omdat die nieuwigheden geboden van de kerk worden, godsdienst, goed leven, geestelijk wezen, waaraan bij gehoorzaamheid aan wat nieuw werd verzonnen genade en leven hangt en, bij ongehoorzaamheid, toorn en de dood. Zo maakt men uit de leugen waarheid, uit de duivel God, uit de hel hemel en omgekeerd. Daarom is de pauselijke kerk vol leugen, duivel, afgoderij, hel, moord, en allerlei ongeluk; het wemelt er van. Het is hoog tijd, de stem van de engel te gehoorzamen: „Gaat uit van haar, Mijn volk, opdat gij aan haar zonden geen gemeenschap hebt, en opdat gij van haar plagen niet ontvangt" (Openb. 18 vers 4).

F. Kuijt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 juli 1974

Daniel | 16 Pagina's

ROME EN DE REFORMATIE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 juli 1974

Daniel | 16 Pagina's