EEN BIJBELSE ROEPING
„GIJ ZULT MIJN GETUIGEN ZIJN” HANDELINGEN 1:8M.
Getuigen doet denken aan een rechtsgeding. Iemand wordt geroepen naar waarheid getuigenis te geven van hetgeen gehoord en/of gezien is.
Ook van een zedelijk inzicht kan men getuigen. Dit behoort wel uit overtuiging te zijn, die mede uit de gehele levenshouding moet blijken.
Bij het spreken der H. Schrift over „getuigen" is er altijd verband met recht en waarheid zoals deze voor God gelden. Hij heeft de mens in een rechtsverhouding tot Hem gesteld en mede de verhoudingen tussen mensen bepaald. Door de zonde is alles verstoord en verbroken en als gevolg zijn er de rechtsgedingen.
Allereerst tussen God en Zijn redelijk schepsel, dat schuldig is Hem liefde, gehoorzaamheid en toewijding te geven. God Zelf is daarbij de Waarachtige Getuige, Die Zijn recht handhaaft en dit allen voorhoudt.
Dit getuigenis komt met bijzondere nadruk tot hen, die Hij bevoorrecht heeft, door hen in een Verbondsverhoucling tot Hem te plaatsen. Zij dragen Zijn merk-en veldteken (art. 34 N.G.B ), waardoor zij voor Hem afgezonderd zijn, om geheel voor Hem te leven. Zijn rechten stelt Hij hen voor, zij hebben Zijn getuigenissen. Ps. 119.
Hij gaf aan Jakob Zijne wetten, Deed Isrel op Zijn woorden letten; Hij leerde z' in Zijn wegen wand'len, Zo wou Hij met geen volken hand'len; Die moesten Zijn getuigenissen En Zijn verbondsgeheimen missen. (Ps. 147 : 10).
In die verbondsgeheimen getuigt de Heere van Zijn liefde en toewijding tot Zijn volk. Hij houdt hen voor Zijn vrienden. Zij mogen Zijn heilgeheimen weten. Ps. 25 : 7.
Wat houden deze in? Dat Hij de God wil en kan zijn van een schuldig volk. Eigenlijk moet Hij hen om hun zonden straffen. Doch in Zijn getuigenissenwijst Hij heen naar het énige Offer, door Hemzelf gegeven, dat verzoening geeft. Naar het grote rechtsgeding, waarin de Heere Jezus als de Borg voor zondaren is schuldig verklaard.
Hij heeft der Waarheid getuigenis gegeven. Joh. 18 : 37. In Zijn spreken, dat Hij móést lijden en sterven om al de gegevenen Zijns Vaders te verlossen van zonde en clood, èn in Zijn daden, zoals Hij zich gewillig liet binden en heenleiden om gekruisigd te worden. In dat Offer is Gods recht voldaan en de waarheid van Zijn beloften, aan Zijn volk gedaan, gebleken.
Maar dan heeft Hij recht op wederkerige liefde en toewijding. Dat het door Hem afgezonderde volk, voor het oog van allen die hen omringen, hun Gocl eer geeft. Opkomt voor het recht des Heeren. Belijdt in woord en daad
dat Hij alléén de ware God is, die door allen geëerd en gevreesd moet worden. Uit hun gehele levenshouding dient te blijken: Welgelukzalig zijn zij, die Zijn getuigenissen onderhouden, die Hem van ganser harte zoeken". Ps. 119 : 2.
Daartoe riep God Israël. Om temidden van de heidenvolken, die van hun afgoden getuigden, een heerlijk getuigenis te geven van Israëls God, als de énig Ware. Jes. 43 : 9-13 en 44 : 7-11. Opdat cle heidenen, beschaamd over hun afgoden, zich tot de Heere zouden wenden. Voorbeelden von zulk een getuigen vinden wij in cle schuldige Naomi, die terugkeerde uit Moab, en door haar getuigenis van Israëls God het hart van Ruth aftrok van de afgoden om de keuze te doen, die nooit berouwt. En in het meisje, geroofd door de Syriërs, dat in Naaman's huis een heerlijk getuigenis mocht geven. Waardoor haar meester naar Samaria toog en daar tot de Heere bekeerd werd.
Werd Israël daarentegen ontrouw aan haar heilige roeping, dan ging de Heere Zich met haar in recht begeven. Micha G : 2-3. „Betuig tegen Mij".
Baten alle pleidooien van Gods zijde niet, gaat Israël dóór met haar God onrecht te doen, Zijn eer te onthouden, dan toont de Heere, dat Hij de God der Waarheid is, óók in Zijn bedreigingen'. Dan zendt Hij in ballingschap.
En tóch ' zijn zij ontrouw, Hij blijft getrouw. Zijn genadewerk gaat dóór, zoals blijkt uit Daniël en zijn vrienden, de getuigen voor Gods eer en recht in Babel. Éérst tijdens hun studie, daarna in hun levenshouding op de plaatsen waar zij gesteld waren. Al werden zij gedreigd met leeuwenkuil of vurige oven. Gods Naam verkreeg er éér door onder cle heidenen.
Deze allen hadden de Belofte niet verkregen', doch slechts van verre gezien, geloofd en omhelsd. Zij leefden vóór de komst van de Messias.
Hoeveel temeer worden dan zij, die onder veel uitnemender bediening leven, geroepen om te getuigen. Als degenen, die het heerlijk getuigenis hoorden dat God getuigd heeft van Zijn Zoon. Die Christus' woorden vernemen, die Hij van Zichzelven getuigd heeft. En Zijn getuigenis is waarachtig.
Die ook het getuigenis mogen vernemen van de H. Geest, die Christus zond van de Vader. Als de Geest der Waarheid, die overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel. Maar die óók Christus verheerlijkt, als Degene, die aan Gods recht voldoening gaf en' alzo voor schuldige zondaren verzoening en leven verwierf. Hem doet kennen als de Weg, de Waarheid en het Leven, zonder Wien niemand tot de Vader komen kan.
De Heere Jezus heeft tot Zijn discipelen gezegd: Die zal van Mij getuigen, en gij zult ook getuigen, want gij zijt van de beginne met Mij geweest" Joh. 15 : 2G-27. Het getuigenis des Geestes is éérst, daar het getuigen der discipelen slechts kan dóór cle kracht des H. Geestes, die over hen komen zou.
Voorheen vergaten zij veel, verstonden niet recht en misten de vrijmoedigheid. Zij méénden soms wel veel te zijn, te weten en te kunnen. Maar door pijnlijke lessen moesten zij leren, dat zij in zichzelf geheel onnut waren om getuigen van Jezus te zijn. Zij konden nog niet één uur met Hem waken, veel minder nog met Hem lijden. De vrijmoedigste onder hen was nog wel bekwaam om iemands oor af te hakken, maar niet om het oor de klanken van het Evangelie recht te doen horen.
Maar als de kracht des H. Geestes over hen komt, dan getuigen zij met een heilige vrijmoedigheid. Dan schamen zij zich het Evangelie van Christus niet. Dat niet zwijgt van het recht Gods, doch juist spreekt van genade dóór recht. Dat is cle heerlijkheid en cle vastheid van het Evangelie Gods, dat Sion door recht verlost is.
Het leven van Christus en de prediking van Hem zijn beide een lied tot Gods eer, zoals de oude Kerk gezongen heeft:
'k Zal van de deugd der milde goedheid zingen Van 't heilig recht der strenge rechtsgedingen; Een psalmgezang, o hooggeduchte Heer, Uw Naam ter eer.
De Heere Jezus heeft getuigd van de liefde Gods, die in ontferming neerbuigt orn in Zijn Zoon het verlorene te zoeken en' zalig te maken, daartoe Zijn Zoon gééft. En als de H. Geest de woorden van Christus indachtig maakt, getuigt Petrus: „Deze, door de bepaalde Raad en voorkennis Gods overgegeven zijnde, hebt gij genomen en door de handen der onrechtvaardige!! aan het kruis gehecht en gedocd". En Paulus, door dezelfde Geest onderwezen, schrijft: „Welken God voorgesteld heeft
tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid." Rom. 3 : 25.
Zó heilig, zó rechtvaardig is God en tegelijk zó vol genade en barmhartigheid, dat Hij, eer Hij de zonde ongestraft liet blijven, ze gestraft heeft aan Zijn lieve Zoon. Dat is de rijkdom en de volheid van de Waarheid Gods, zoals deze in Jezus is. En zoals zij door het geloof gekend wordt.
De H. Geest, die het geloof werkt, is naar het woord van de Heere Jezus de Geest die overtuigt, getuigt en doet getuigen. Dat is een heilige volgorde in Zijn werk. Hij overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel, zodat mensen met een heilig en rechtvaardig God te doen krijgen en een in zichzelf veroordeeld zondaar worden.
Zij gaan hun zonden voor God belijden en betuigen dat zij niet bestaan kunnen, zo Hij met hen in 't recht zou treden. Zij worden schuldige zondaren en arme smekelingen. Aan zulken behaagt het God Zijn Zoon te openbaren. De H. Geest geeft een heerlijk getuigenis var. Christus, als Hij de Schriften opent, die van Hem getuigen als het énig en volmaakte Offerlam. Die volkomen kan zaligmaker) ai degenen, die door Hem tot God gaan. Maar dan kunnen zij er ook niet van zwijgen, dan mogen zij dóór dezelfde Geest getuigen van de Naam tot zaligheid.
Als de discipelen in al hun wijsheid, kracht en trouw beschaamd waren en geleerd hadden, dat alléén Christus' volharden in Zijn liefde tot het einde de verzoening en het leven bracht, hebben zij door de H. Geest met kracht mogen getuigen: „en de zaligheid is in geen' anderen".
Worden zij dan gedreigd, dan is hun antwoord: „Wij kunnen niet laten te spreken, hetgeen wij gehoord en gezien hebben." Dan kennen de anderen hen, dat zij met Jezus geweest waren. In hun getuigenis geven in woord èn in de gehele levenshouding. Om mede in zelfverloochening werkzaam te zijn tot behoud van degenen, die nog vreemdeling zijn van recht en genade.
Alzo is het ook met hen, die door hun woord in Christus geloven. Van wie sommigen geroepen worden tot een bijzonder ambt. Efeze 4 : 11. Doch allen krachtens het ambt aller gelovigen. Het ware geloof is onmisbaar om getuige te kunnen zijn. Anders zijn we hoogstens een mondchristen'.
Degenen, die waarlijk Christus door het geloof zijn ingelijfd, hebben de zalvingdes Geestes. Zondag 12 H.C. Die is een Geest, die levend maakt en die alles leert, in al de waarheid leidt. Die als een schuldige onder God doet buigen en tot Christus vluchten.
Zie dit bij de moordenaar aan het kruis. De overtuiging van zonde blijkt uit zijn hartelijk belijden van strafwaardigheid. Maar ook het getuigen dóór d.e Geest. Veel ruimte heeft hij daartoe niet, gebonden als hij is aan de kruispaal. Maar er is een medemcordenaar. Deze spreekt hij aan en getuigt van Gods recht. „Vreest gij ook Gcd niet, daar gij in hetzelfde oordeel zijt. En wij toch rechtvaardig." Maar hij mag hem óók de weg des be'nouds wijzen. Hij getuigt van Christus als de Rechtvaardige en geeft het voorbeeld om de behoudenis alléén bij 'Hem te zoeken.
Daarin wordt ons aangewezen, waar de plaats is om te getuigen. Waar het beginnen moet. Onder degenen, met welke voorheen geleefd is in zonde of eigengerechtigheid. In het eigen gezin, op het werk, in de vriendenkring. Dat is het moeilijkste, omdat zij ons kennen. Daarom is ook de nieuwe levenshouding' zo onmisbaar. Waaruit de waarheid der bekering blijken moet.
Dan is altijd de oproep tot bekering éérst. Om recht voor God te komen in belijden, als een schuldige. Maar dan mag ook de rijkdom van Gods liefde en barmhartigheid worden genoemd, zoals deze in Christus uitblinkt. Om nu het verzondigde leven in Zijn Hand te brengen door het geloof en deel te ontvangen aan Zijn heilig, Godegewijd leven.
Om dan steeds te blijven belijden een arme zondaar te zijn en dit te bevestigen door een ootmoedige wandel voor God. Steeds naar Zijn rechten te vragen en Zijn getuigenissen dierbaar te achten. Anderen door woorden er op te wijzen en door voorbeelden er toe te trekken, hen tot zegen te zijn.
Hoe is het, jonge vriend vriendin? Mag er door genade zo'n plaats ingenomen worden in het rechtsgeding, dat God met de inwoners der wereld heeft? Opkomen voor Gods eer en zaak kan niet buiten het kennen in eigen hart en leven van recht en genade, van schuldbelijden en Christusgetuigen als de énige Naam tot zaligheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 juni 1974
Daniel | 22 Pagina's