JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

ONS VERVOLGVERHAAL (4)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONS VERVOLGVERHAAL (4)

6 minuten leestijd

„Ik heb meneer Bos één keer gezien, maar niet gesproken."

„Wanneer? "

„Gisteravond. Ik kwam 'm tegen op de „Hoe laat was dat? " trap."

„Iets over vijf, tien over vijf ongeveer."

De agent steekt een sigaar op. Dan zegt hij: „Ja, je zult wel denken, Maarten, wat heb ik daar allemaal mee te maken, maar we zijn namelijk het doen en laten van alle personeelsleden aan 't nagaan. Een routine-onderzoek, snap je."

Maarten knikt. Maar hij is toch niet gerustgesteld. Hier klopt iets niet voelt hij. Moet Gerts vader zó zorgvuldig worden gecontroleerd, dat zelfs hij er aan te pas moet komen?

„Kom je daar vaak, Maarten? "

„De laatste week ben ik er iedere dag geweest, omdat Gert ziek is. Ik ga dan huiswerk brengen." „Zo. En vind je 't gezellig daar? "

Maarten weifelt. Gekke vraag. Wat zit daar nou w r eer achter? Hij schuift rusteloos op z'n stoel heen en weer en probeert in snel tempo te denken. Is Gerts vader een dief? Dat zal toch niet. Ja, maar die stereo-installatie dan! bedenkt hij rnet schrik. O! En die opmerking over die sleutels

„Nou eh 't gaat wel. Niet zo erg, meneer. Gert heeft geen moeder meer, " antwoordt hij dan.

Terwijl de agent doorgaat met vragen, combineert Maarten al die kleine dingen' en schuift ze als stukjes van een legpuzzel op hun plaats. O. verschrikkelijk! Wat moet hij nu

„Heb je wel eens iets bijzonders gemerkt daar? Iets dat zou kunnen wijzen in die richting?

„Nee-ee " aarzelt Maarten. Z : n hart bonkt in z'n lijf. Moet hij dat nu zeggen van die sleutels? Maar Gert dan? Gert is toch z'n vriend? En vrienden verraad je toch niet?

„Nee? " vraagt de agent, scherper nu. „Nee, meneer Pietersen."

„Ze hebben een stereo-installatie? Hoe lang al? " „Ik weet 't echt niet."

„Weet je hoe ze aan 't geld komen „Nee. Gespaard denk ik." Maarten zelf. 't Kan toch ook best? daarvoor? " gelooft het

De agent noteert nauwkeurig ieder antwoord. De direkteur en meneer Derks zitten er zwijgend bij.

„Hoe zag Bos er uit gisteren?

Goed? Flink? Twijfelachtig? Moe? "

Maarten haalt z'n schouders op. „ Gewoon", zegt hij. , , 'k "Weet 't niet zo goed "

Maar hij weet 't wel. 't Is of die vermoeide blauw-grijze ogen hem recht aan kijken. Hij krijgt het er benauwd van. „Zo, " zegt de agent dan langzaam. Hij legt z'n vingertoppen tegen elkaar en tuit nadenkend z'n lippen. Hij is een niet meer zo jonge man met veel mensenkennis. Duidelijk heeft hij de aarzeling gezien in Maartens optreden.

„Ga maar eens even naar de gang, " zegt hij op zijn rustige manier. „Ik laat je zo weer roepen "

Op de gang probeert Maarten vertwijfeld de juiste houding te vinden. Wat, o, wat moet hij doen? Van achter de deur klinken gedempte stemmen. Verstaan kan hij niets. Hij weet niet, dat meneer Derks binnen 't een' en ander aan de agent vertelt. Meneer Derks was er ook bij geroepen, omdat de direkteur wist dat hij zo 't een en ander van Maartens achtergronden wist. De agent luistert aandachtig, ook als meneer Derks hem een voorstel doet. Dan knikt hij zelfs goedkeurend en zegt: „Juist. Ja, ja. Zo zal ik 't aanpakken. Laat 'm dan maar komen."

Weer zitten ze tegenover elkaar, de agent en' Maarten.

„Zo Maarten, ben je daar weer? Je moet eens goed luisteren. Ik heb alles opgeschreven wat je me verteld hebt. Durf je nu straks voor de rechtbank te zweren dat het niets anders dan de waarheid is? "

Maarten schrikt hevig. Zweren? Maar hij hééft de waarheid niet gesproken, 't Was maar een halve waarheid.

De agent wacht. Hij ziet de jongen vechten met zichzelf. Een eed, denkt Maarten. Twee vingers omhoog. Voor God en de Koning

„Je kunt het beter zeggen, jongen", komt opeens scherp de stem van agent Pietersen. „Wat jij hier zit te doen is de boel verdraaien. Dat is lang niet in de haak, daar kun je zelf ook nog last mee krijgen, 't Recht moet z'n loop hebben. We hebben bovendien een duidelijke aanwijzing dat Bos betrokken' is bij deze diefstal. Alleen de bewijzen ontbreken nog. Waaróm zeg je 't niet? "

„Om Gért, " zegt Maarten met een snik. „Gert is m'n vriend " Meteen beseft hij dat hij zich nu versproken heeft. Maar 't moet wel. Hij vecht tegen z'n tranen. Niet huilen, niet huilen nu, hij is geen kleine jongen meer.

Meneer Derks ziet z'n ontreddering en geeft hem een pepermuntje en een knipoog.

En dan vertelt Maarten.

Het is bijna één uur als Maarten buiten komt. Bij de deur zitten nog de jongens uit zijn klas. Er zijn ook een paar meisjes bij gekomen. Niemand zegt iets. Misschien is er wel iets ergs gebeurd!

Ze verwachten een verklaring van me, begrijpt Maarten. Hij zoekt wanhopig naar een bevredigende uitvlucht.

Henk helpt hem. „Moest je op het matje komen? " bromt hij goedig.

Maarten' probeert te lachen, maar wordt een vreemde grimas. het

„Niet zo mooi voor een domineeszoontje" zegt een meisje achter hem. Een jongen grinnikt. Een paar meisjes giechelen.

Maarten draait zich om. Het is Ingrid. Nog steeds heeft hij niets gezegd. Maar nu voelt hij de oude woede weer in zich opkomen en bijt haar toe: „Hou je mond, meid!"

Ingrid voelt dat ze de aandacht heeft. Nu doorgaan, denkt ze.

„Vergeet 't niet aan je vader te vertellen. Kan hij zondag een kwartier langer bidden in de kerk "

Maarten wordt spierwit. Hij denkt aan vaders bidden. Wat eentonig soms, maar echt gemeend. Wel eens wat ouderwetse woorden, maar altijd diep-bewogen, smekend om het zielsbehoud van zijn gemeente, zijn kudde. Hij zoekt naar woorden om haar te kwetsen, maar vindt ze niet.

Ingrid voelt zich in het middelpunt staan. Ze had gelach verwacht, spot en plezier. Maar alleen Jan Breedveld heeft even geglimlacht. Dat maakt haar venijnig.

„Hij kan mooi bidden, dominee Van Kampen. Nietwaar Maarten? Zo van: „Och en och en nog eens och " En clan begint ze opeens Maartens vader te imiteren met grote gebaren. Kijk, nu lachen er toch een paar.

Maarten wordt van spierwit hoogrood. Vader! Ze sleurt zijn vader door de modder! Hij voelt een sidderende drift in zich oplaaien.

„Meid! Gemene meid!" gooit hij er uit. „Blijf van m'n vader af!" En meteen schiet z'n vuist al uit. Hij is buiten zichzelf van drift en stompt haar waar hij raken kan. „Lelijke lelijke " stottert hij en geeft haar een harde duw om langs haar heen naar binnen te vluchten.

Maar dat gaat mis. Ingrid, die te verbijsterd was om te gillen, is hierop niet berekend. Ze wankelt en valt. Haar hoofd bonst op de stoeprand. Een dun straaltje bloed sijpelt over de tegels.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 juni 1974

Daniel | 22 Pagina's

ONS VERVOLGVERHAAL (4)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 juni 1974

Daniel | 22 Pagina's