HOE GETUIG JIJ?
Hoe getuig jij?
Toen de redaktie van „Daniël" mij vroeg dit artikel te schrijven was mijn eerste reaktie: oet ik dat doen? Schrijven over getuigen terwijl ik zelf zoveel hierin tekort schiet? Maar als je leest wat de Heere Jezus zegt: Gij zijt het zout der aarde; indien nu het zout smakeloos wordt, waarmede zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer toe, dan om buiten geworpen en van de mensen vertreden te worden" (Matt. 5 : 13), wie voelt zich dan niet aangesproken en beseft niet hoeveel hij tekort schiet? Misschien kan jullie dan toch wel helpen wat mij geholpen heeft.
Kees vertelde: „Ik weet dat ik op mijn werk een getuige van de Heere zou moeten zijn en dat ik met anderen zou moeten praten over cle noodzaak van bekering, maar ik doe het niet. Ik zou wel willen, maar ik weet niet hoe ik erover moet beginnen en ik ben bang dat ze het gek zullen vinden. Als ik er nu pas kwam werken zou het misschien' veel gemakkelijker zijn. Maar ik werk er al een paar jaar en ze zullen wel zeggen: Wat ben jij vroom geworden! Vroeger was je ook niet zo!" Dit is, denk ik, de strijd waar velen van ons mee zitten. En je wordt er moedeloos onder of gespannen en opgejaagd.
In de eerste plaats geldt voor zulke situaties: oe zoals je bent. Ook al weet je niet hoe iets te zeggen, huichel niet in je daden. Pas je niet aan als er iets niet goed is, sta dan liever alleen. Denk bijv. aan bidden en danken in het schaftuur, aan de kantjes eraf lopen in het werk (Spr. 18 : 9), aan iets oneerlijks doen enz. Hans wist niet hoe hij er iets van moest zeggen wanneer er in dienst onfrisse moppen verteld werden en daarom ging hij op zulke momenten weg. (2 Cor. 6 : 17). Op deze manier ben je ook een zoutend zout.
Je bent door je gedrag bederfwerend, net als zout. Ook al weet je niet hoe iets te zeggen, als je in je gedrag „anders" bent wordt dat wel gezien. En het zal dieper doordringen dan wanneer je iemand verwijt iets verkeerd te doen.
Maar we weten dat onze roeping en ons verlangen verder gaat dan dit. We zouden juist graag met anderen willen praten, tegenover hen getuigen van de rijkdom die er bij Gocl is. Wat zou het fijn zijn als je met iemand kon praten die echt open stond voor het Evangelie! Maar de meeste mensen staan niet zo open, of misschien zijn er wel, maar wij merken het niet en wij weten niet hoe te beginnen en wat te zeggen. Zou je wel graag willen?
Onze voorbereiding
Wat wij nodig hebben om een getuige te zijn is in de eerste plaats een leven met het Woord, iedere dag. Hoe kun je tegen een ander zeggen dat de Bijbel Gods Woord is, terwijl je in je leven laat zien, dat het desondanks niet cle moeite waard is er dagelijks in te lezen? Hoe kan er verlangen zijn om de rijkdom van de Bijbel cioor te geven, als de Bijbel voor jou niet iets betekent? In de tweede plaats hebben wij gebed nodig. Gebed om vrijmoedigheid, zoals cle apostelen (Hancl. 4 : 29): En nu clan Heere zie op hunne dreigingen, en geef uwen dienstknechten met alle vrijmoedigheid uw woord te spreken." En gebed om een goede gelegenheid en een open deur bij degene met wie je praat (Col. 4 : 3).
Ten derde moet onze levenswandel op zich al getuigend zijn. Je bereidt de mensen in je omgeving voor om naar je te luisteren, doordat ze je gedrag zien. Als onze daden niet kloppen' met onze woorden hebben we het recht niet, dat anderen naar ons zouden luisteren. Zoals ik ergens las: „Uw daden spreken zo luid dat ik niet kan horen wat u zegt."
Laten we een paar voorbeelden bekijken: Toen mevrouw Jansen in het ziekenhuis lag, vertelde ze op zaal dat ze iedere zondag naar kerk ging. Maar ze las dezelfde wereldse tijdschriften als de andere dames op zaal. Ben je dan „anders"? Nog een voorbeeld: „Doet alle dingen zonder murmureren en tegenspreken; opdat gij moogt onberispelijk en oprecht zijn, kinderen Gods zijnde, cnstraffelijk in het midden van een
krom en verdraaid geslacht, onder welke gij schijnt als lichten in de wereld" (Phil. 2 : 14, 15). Ben jij iemand die snel moppert? Bijv. over het salaris of over dat akelige werkje? En hoe is het met je praten over medegelovigen of over ambtsdragers? En dat niet alleen op je werk bij niet-christenen, maar ook onder elkaar? „Hieraan zullen zij allen bekennen dat gij Mijn discipelen zijt, zo gij liefde hebt onder elkander" (Joh. 13 : 35). Tegen Wim zeiden zijn dienstkameraden: We kunnen zien dat jij een christen bent. Je praat nooit negatief over meerderen". Kan dat van jou ook gezegd worden?
De Heere Jezus zegt: Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien en uw Vader, Die in de hemelen is verheerlijken" (Matt. 5 : 26) en Paulus schrijft: Gijlieden zijt onze brief, geschreven in onze harten, bekend en gelezen van alle mensen, als die openbaar zijt dat gij een brief van Christus zijt en door onze dienst bereid, die geschreven is niet met inkt, maar door de Geest des levenden Gods, niet in stenen tafelen, maar in vlezen tafelen des harten" (2 Cor. 3 : 2, 3). Zijn wij zo'n levende brief?
„Het Evangelie wordt iedere dag door u geschreven, Door wat u zegt, door wat u doet. Dit wordt door de mensen om u heen gelezen. Vinden zij uw Evangelie slecht of goed? "
Het vierde onderdeel van onze voorbereiding is: org dat je gewapend bent. Weet wat je gaat zeggen, als je in de gelegenheid bent om een ander te vertellen wat de Bijbel over hem en tot hem zegt. Daar moet je van te voren over nadenken, anders ben je op dat moment misschien wel erg onduidelijk. Vergeet daarbij niet dat onze woorden nooit zoveel gezag en kracht hebben als Gods Woorden. Dat is ons wapen. „En neemt... het zwaard des Geestes, hetwelk is Gods Woord". „Want het Woord Gods is levend en krachtig en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard en gaat door tot de verdeling der ziel en des geestes en' der samenvoegselen en des mergs en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten". (Ef. 6 : 17, Hebr. 4 : 12). Gebruik daarom zoveel mogelijk de Bijbel. Laat een ander lezen, wat God zelf zegt. Dat heeft meer waarde dan onze woorden erover. Maar hoe weet je dan alles zo gauw staan?
Tijdens een evangelisatieaktie in België zat Henk te praten met een jonge Rcoms-Katholiek, die veel vragen over het geloof had: at denkt u hiervan? Hoe ziet u dat? En steeds zocht Henk een Bijbelgedeelte erover op en liet dat lezen. Totdat deze man hem onderbrak en zei: Nu moet u. rne eerst eens zeggen, hoe u dat alles zo snel weet te vinden." Henk vertelde toen dat hij al zes jaar lang iedere week twee of drie Bijbelteksten uit zijn hoofd leerde met de plaats, waar het in de Bijbel staat. Teksten, die hem iets te zeggen hadden of die hij nuttig vond in een gesprek met anderen. Dit is een mogelijkheid! Weet een aantal teksten te staan, leer ze gewoon uit je hoofd en laat die in een gesprek lezen. Een paar teksten zijn bijv.: ver onze zonde Rom. 3 : 10-12: Gelijk geschreven is: aar is niemand rechtvaardig, ook niet één; Daar is niemand, die verstandig is; daar is niemand, die God zoekt. Allen zijn zij afgeweken, tezamen zijn zij onnut geworden; daar is niemand die goed cloet, daar is ook niet tot één toe. Pred. 7 : 20: Voorwaar daar is geen mens rechtvaardig op aarde, die goed doet en niet zondigt"; de straf op de zonde Openb. 20 : 12, 13: En ik zag de doden, klein en groot, staande voor God; en de boeken werden geopend; en een ander boek werd geopend dat des levens is; en de doden werden geoordeeld uit hetgeen in de boeken geschreven was, naar hunne werken. En de zee gaf de doden die in haar waren; en de dood en de hel gaven de doden die in hen waren; en zij werden geoordeeld een iegelijk naar hunne werken"; Rom. 6 : 23: Want de bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven door Jezus Christus onzen Heere"; goede werken Ef. 2 : 8-9: Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave"; niet uit de werken, opdat niemand roeme"; Gods uitnodiging Ezech. 33 : 11: Zeg tot hen. Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik lust heb in de dood des goddelozen! Maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijnen weg en leve. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoitdt gij sterven, o huis Israëls? "; bekeren Hand. 3 : 19: Betert u dan en bekeert u, opdat uwe zonden mogen uitgewist
worden, wanneer de lijden der verkoeling zxiilen gekomen zijn van het aangezicht des Heeren." Jes. 55 : 6-7: Zoekt de HEERE terwijl Hij te vinden is; roept Hem aan terwijl Hij nabij is. De goddeloze verlate zijnen weg en de ongerechtige man zijne gedachten, en hij bekere zich tot de HEERE, zo zal Hij zich zijner ontfermen, en tot onze God, want Hij vergeeft menigvuldiglijk." Het is fijn als je zulke Woorden van God kunt laten lezen.
Hoe getuig je?
Velen van ons vinden het erg moeilijk om te getuigen. We hebben het gevoel dat we clan met. iedereen op ons werk en in de straat zouden moeten praten over de Heere en onze bekering. En tegelijkertijd komt de onmogelijkheid daarvan op ons af. We kunnen dit niet en durven dit niet. Laten we ons dan richten op de mogelijkheden, die we wél hebben. Die zijn er veel, maar we zullen er één wat beter bekijken.
Op hun werk leerden Willie en Els elkaar kennen'. Zij konden goed met elkaar opschieten en daarom trokken ze veel samen op, al hadden ze een heel verschillende achtergrond. Willie kwam uit een gezin waar de Heere gevreesd werd. Els had een bewogen jeugd gehad, geen echt gezinsleven gekend en nauwelijks van God gehoord. Omdat Els geen thuis meer had, nam Willie haar mee naar huis. Naar huis, w r aar vader aan tafel uit de Bijbel las en waar samen over de Bijbel gepraat werd. Dit meenemen gebeurde steeds vaker, zodat het daar ook voor Els een thuis werd. Maar door middel hiervan werkte de Heere in haar hart en ging haar hart open voor de Heere en Zijn dienst. Els is nu zelf moeder in een gezin waar de Heere gevreesd wordt.
Dit is een mogelijkheid voor ons. Richt je er niet op om met iedereen te moeten praten. Sta wel open voor iedereen en als er gelegenheid is om over de Heere en onze verhouding tot Hem te praten, grijp die dan aan (Col. 4 : 5-6): Wandelt met wijsheid bij degenen die buiten zijn, de bekwame tijd uitkopende. Uw woord zij te aller tijd in aangenaamheid, met zout besprengd, opdat gij moogt zoeten hoe gij een iegelijk moet antwoorden"; (1 Petr 3 : 15): Maar heiligt God de Heere in uw harten; en zijt altijd bereid tot verantwoording aan een iegelijk die u rekenschap afeist van de hoop die in u is, met zachtmoedigheid en vrees, " maar zoek op een gewone manier kontakt met één of twee personen. Vraag de Heere of Hij je hierin wil leiden. Dit zal clan iemand zijn die je al kent, bijv. van je werk, of omdat hij naast je woont, of omdat je vaak samen reist. Misschien hebben jullie dezelfde hobbies en kan dat het kontaktmiddel tussen jullie zijn. Probeer via dat wat jullie gemeenschappelijk hebben steeds meer kontakt te hebben, zodat je elkaar steeds beter leert kennen en zodat hij je ook steeds meer gaat vertrouwen. Misschien kun je hem ook meenemen naar huis of naar vrienden, die de Heere vrezen. Of misschien kun je hem een goed boek lenen; dat is ook een mogelijkheid om te getuigen. Omdat je later kunt vragen hoe hij het gevonden heeft heb je ook aanleiding tot een gesprek. (Denk bijv. aan de boeken van ds. Wurmbrand e.d.) Wanneer je op deze manier elkaar steeds beter leert kunnen, zullen jullie ook zover andere onderwerpen praten en zal hij ook beter naar jou luisteren als je over de Bijbel vertelt. Maar zelf kun je dit alles alleen maar biddend doen.
We hebben samen verschillende praktische mogelijkheden bekeken om te getuigen'. Een bepaalde methode bewerkt echter geen open harten, ze kan ons wel helpen om kontakten te leggen en te verdiepen. De Heere alleen kan iemand die blind is voor het Evangelie ziende maken en Zijn Woord doen doordringen in het hart. „En Die (de Heilige Geest) gekomen zijnde, zal de wereld overtuigen van zonde en van gerechtigheid en van oordeel" (Joh. 16 : 8). Dat kunnen wij met alles wat we zeggen of doen nooit. „Zo de Heere het huis niet bouwt, tevergeefs arbeiden deszelfs bouwlieden daaraan". (Ps. 127 : 1). In afhankelijkheid zullen we daarom moeten zaaien, biddend of cle Heere de wasdom wil geven, tot eer van Zijn Naam. Maar wij mogen weten: Alzo zal Mijn woord, dat uit Mijn mond uitgaat ook zijn, het zal niet ledig tot Mij wederkeren; maar het zal doen hetgeen Mij behaagt en het zal voorspoedig zijn in hetgeen waartoe Ik het zende" (Jes. 55 : 11).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 juni 1974
Daniel | 22 Pagina's