JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

EVANGELISATIE OOK DOOR ONS!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EVANGELISATIE OOK DOOR ONS!

9 minuten leestijd

In dit themanummer „Gij zult Mijn getuigen zijn" mag een artikel over evangelisatiearbeid vandaag niet meer ontbreken. Naast bijdragen over het spreken van de kerk, over het zendingswerk en over de taak van ons allen in het leven van alle dag, de persoonlijke evangelisatie, mag en kan niet meer gezwegen worden over de georganiseerde evangelisatiearbeid.

De noodzaak tot dit werk

in Nederland, ja, in jullie eigen woonplaats, wordt immers steeds groter. Hoe langer, hoe meer worden de restanten van een christelijke samenleving in ons land opgeruimd. Kon reeds lang niet meer gesproken worden van een christelijke natie, het getal van hen die nog mogen luisteren naar wat de Heere ons in Zijn Woord te zeggen heeft, wordt snel kleiner. Steeds duidelijker wordt het, dat de kracht van de Kerk niet is gelegen in mensen, maar in Hem, die het beloofd heeft: , , De poorten der hel zullen Mijn gemeente niet overweldigen."

Naast troost voor de Kerk des Heeren bevat dit Schriftwoord echter ook een enorme opdracht. De Heere wil namelijk dwaze mensen gebruiken tot instandhouding en uitbreiding van Zijn Koninkrijk. Ik denk hierbij sterk aan de geschiedenis ons beschreven in Marcus 16. Tot twee maal toe wordt de discipelen de blijde boodschap gebracht van cle opstanding van Christus. Beide malen echter staat van hen geschreven, dat zij het niet geloofden. Tot Jezus Zichzelf aan hen openbaart, hen bestraffend over hun ongeloof. Maar dan ook direkt hen die zo grote opdracht geeft: „Gaat heen, i: i de gehele wereld, predikt het Evangelie allen creaturen." Wat een wonder van genade openbaart zich clan in de inhoud van dat Evangelie: „Die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden." Door deze opdracht van de Heere Jezus mag aan jullie en aan mij nog gepredikt worden, dat er ontkoming is voor de grootste der zondaren. Besef je het voorrecht te mogen leven op het erf van Gods Verbond, waarvan je de doop als teken en zegel op je voorhoofd dragen mag? Aan de andere kant: besef je de grote verantwoordelijkheid, die hiermee op je schouders ligt? „Want

die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden."

Een verantwoordelijkheid, in de eerste plaats voor jou persoonlijk, maar ook, en' daartoe is deze inleiding, voor die miljoenen landgenoten, die met jou reizen naar de allesbeslissende eeuwigheid. Waarom mag jij wel leven onder de prediking van Wet en Evangelie en al die anderen niet? Zal dan ook dit talent van het Woord ons tcebetrouwd niet eenmaal van ons geëist worden? Te meer, daar zoveel landgenoten vervreemd van dat Woord het oordeel tegemoet gaan. Wat zouden wij veel meer bewogen moeten zijn met onszelf en' onze naaste, daar het toch gaat orn dood of leven. Werke de Heere zelf in ons hart, opdat de valse rust werd opgezegd en onze blinde ogen geopend werden voor het gewicht van deze dingen. Naast d.e noodzaak tot evangelisatiearbeid vraagt onze aandacht:

Wie moeten dit werk doen?

Zonder ons op de borst te slaan of onze Gemeenten te verheffen, want wij zijn niet meer dan onnutte dienstknechten, mag toch vermeld worden, dat voor het evangelisatiewerk in onze Gemeenten meer belangstelling komt. Zo mag op drie plaatsen een evangelisatiepost zijn, waar een evangelist in een volledige dagtaak werkzaam is. Hoe ging tijdens de Paasdagen een schok door ons heen, toen wij hoorden van het zo plotselinge overlijden van Mijnheer Kieviet. Gedenke de Heere zijn vrouw, met wie hij in Merksem met zulk een liefde op de evangelisatiepost werkzaam was. Dat de ledige plaats ook weer door de Heere vervuld mocht worden, opdat Zijn Koninkrijk voortgang mag hebben, en met de evangelisten Kwantes en Van Dooyeweert ook in Merksem weer een evangelist werkzaam zal mogen zijn.

Ook binnen onze Gemeenten gaat het evangelisatiewerk meer leven. Want werken onze evangelisten in plaatsen, vervreemd van de dienst des Heeren, ook in plaatsen, waar al een gemeente is, is de nood zo groot. Vandaag las ik van een onderzoek, waaruit bleek, dat 43% van de Nederlandse bevolking geen bijbel heeft, en dat van degenen', die wel een bijbel bezitten, 54 °/o er nooit in leest.

Verblijdend daarom, dat verschillende gemeenten een evangelisatiekommissie hebben samengesteld. Dit werk gebeurt dus vanuit de gemeente. Paulus wees hierin de weg, toen hij overal op zijn zendingsreizen eerst ging naar de plaats, waar het gebed placht te geschieden. Bovendien, was het niet de taak van de gemeente, maar van particulieren, hoe wankel zou dit werk dan zijn! Geldt niet in het bijzonder voor de gemeente de belofte: „De poorten der hel zullen Mijn gemeente niet overweldigen? " Waarbij nog komt, dat bij het evangelisatiewerk het gebed en de steun van ambtsdragers onmisbaar is. Zowel stimulerend, als corrigerend. Bij jeugdig enthousiasme kan en mag de levenswijsheid en de herderlijke leiding van ouderen niet ontbreken.

Onder leiding van zo'n evangelisatiekommissie wordt aan dit werk gestalte gegeven. Wie komen er nu voor dit werk in aanmerking? Ik zou de opdracht tot clit werk erg ruim willen stellen. Een ieder levend onder de bediening van het Verbond draagt verantwoordelijkheid voor wat hij of zij met dat Woord doet. Voor eigen hart en leven, maar ook ten opzichte van onze naaste. Natuurlijk betekent dat niet, dat een ieder daadwerkelijk mee kan doen. Maar moeten wij jammer genoeg in vele gemeenten' het tegendeel niet signaleren? Komt deze taak niet op enkele en dikwijls steeds weer dezelfde mensen neer?

Voorzichtig wil ik op enkele bezwaren tegen het zelf meedoen proberen in te gaan. Je hoort nog al eens het standpunt verdedigen, dat het naar buiten uitdragen van het Evangelie, de konfrontatie met de wereld, waarin wij leven, zo gevaarlijk 'is. Dan is zich terugtrekken' binnen de beschermde omgeving beter, dan het gevaar te lopen meegesleurd te worden met alles, wat zich tegen dat Woord verheft. Inderdaad, als je op jezelf ziet, wie zal dan staande blijven, sterker nog, een lichtend licht en een zoutend zout zijn? Maar toch proef ik hierin een zekere angst om ook persoonlijk geplaatst te worden voor de klemmende oproep van het Woord. Ook elke zondag gebeurt dit, maar dit zijn wij al zo gewoon.

Een tweede vraag, die gesteld wordt, is: „Hoe kun je nu onbekeerd evangelisatiewerk doen? " Ik kan niet laten als eerste het volgende antwoord te geven: hoe kun je onbekeerd leven, en erger nog, onbekeerd sterven? En

geldt dit voor jou, ervaar je dit als de persoonlijke nood van jouw leven? Diezelfde nood heeft ook je naaste, die vervreemd van Gods Woord voortleeft, onwetend van de enige Naam, die onder de hemel gegeven is, door Dewelke wij moeten zalig worden. Hoe noodzakelijk het ook is om cle Heere Jezus Christus als je persoonlijke Borg en Zaligmaker te leren kennen, op ons blijft de verantwoordelijkheid van het uitdragen van dat Woord, opdat cle Heere het door de Heilige Geest zou gebruiken als een middel om Zijn Koninkrijk uit te breiden.

Hiermee kom ik dan direkt tot do vraag:

Hoe moet evangelisatiewerk gebeuren?

Elk aktivisme moet ons vreemd zijn. Het is Paulus die plant en Apollos die nat maakt, (en wat een vijandschap, ja, banden tot de dood hebben zij daarvoor moeten incasseren), maar God die de wasdom geeft. De Heere is niet afhankelijk van onze aktiviteiten; 't is een wonder, dat Hij mensen gebruiken wil. En dat bepaalt ons handelen. Laat ons bezigzijn altijd voorafgegaan worden door het vragen' aan de Heere, of Hij Zijn belofte waar wil maken: „Werpt Uw brood uit op het water en gij zult het vinden na vele dagen." Om dan ook te eindigen met de bede of de Heere ook hierin onze zonden en ongerechtigheden wil vergeven; of die onze naaste niet in de weg zouden staan. Ook de benadering van onze medemens is hierdoor bepaald. Het gaat er niet om om leden voor de Gereformeerde Gemeente te winnen, want dan ontaardt het werk in de vorm, waarin Jehova's getuigen bezig zijn. Het gaat erom, door het Woord te wijzen op: enerzijds het uitzichtloze en' rampzalige van het leven zonder God en Christus, anderzijds op Hem, in Wie redding te vinden is voor de grootste der zondaren. De eer van God en het heil van onze naaste te zoeken, dat bewaart voor zelfoverschating aan de ene kant, en voor lauwheid aan de andere kant. Er direkt aan toevoegend: „Wie is tot deze dingen bekwaam? " Een en ander brengt met zich mee, dat de boodschap die wij brengen, sterk persoonlijk gericht is. Zij komt dus ook het best over in het persoonlijk gesprek. Naast de persoonlijke evangelisatie, die in een ander artikel belicht wordt, en' waarin een ieder in zijn eigen omgeving en op de plaats, waar de Heere hem of haar gesteld heeft, vanuit de eigen situatie mogelijkheden probeert te vinden, moet ook in het georganiseerde evangelisatiewerk gestreefd worden naar een persoonlijke benadering. Of dit nu in de pauze of na afloop van een evangelisatiebijeenkomst gebeurt, of in huisbezoeken naar aanleiding van een bezorgde folder, zoals bijvoorbeeld de Evangeliebanier.

Laten wij ook niet direkt resultaat verwachten. Soms gaan maanden voorbij, waarin ogenschijnlijk niets bereikt is. Wat zijn maanden vergeleken bij de jaren, waarin wij zelf onder de prediking van het Woord mochten verkeren? En al is het er maar voor één, het leggen van kontakten en het rustige uitbouwen daarvan mag, soms na lange tijd, onverwachts gezegend worden.

Evangelisatie, ook door ons!

Zo noemde ik dit artikel. Hiermee heb ik geprobeerd tot uitdrukking te brengen, hoe in Nederland meer dan ooit het uitdragen van Gods Woord nodig is aan een steeds groter wordend aantal medemensen, die vervreemd leven van de Heere en Zijn dienst. Aan de andere kant hoop ik, dat door dit geschrevene de liefde en cle belangstellingvoor clit werk mag zijn vergroot. Boven alles schenke cle Heere, zowel buiten als binnen onze Gemeenten, onder jong en oud, de hartvernieuwende genade van de Heilige Geest, opdat doden zouden horen cle stem van de Zoon van God, en die ze gehoord hebben', zullen leven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 juni 1974

Daniel | 22 Pagina's

EVANGELISATIE OOK DOOR ONS!

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 juni 1974

Daniel | 22 Pagina's