JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

ONS VERVOLGVERHAAL  (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONS VERVOLGVERHAAL (3)

6 minuten leestijd

„Gert, is die van jullie? ”

In een hoekje naast een boekenkast staat een prachtige stereoinstallatie. Maarten hurkt neer bij de pick-up. Dat is even wat, zeg! Die is niet goedkoop! Gek eigenlijk, zo'n duur geval had hij hier niet verwacht.

„Dus je komt morgen weer, Maarten? " zegt Gert opeens achter hem.

Maarten draait zich verbaasd om. „Ja, dat weet je toch? " Wat doet Gert raar. Wil hij hem weg hebben? Hij werpt nog even een verlangende blik op de platenkoffer. „Enorm wat een spul, Gert!"

Gert knikt. Hij schijnt Maartens belangstelling niet prettig te vinden. Maarten kijkt hem van terzijde even aan, maar Gert blijft zwijgen. Dan haalt hij z'n schouders op en pakt zijn tas van de stoel. Toch is hij wat vreemd, die Gert!

De daaropvolgende week maakt Maarten iedere dag trouw het tochtje naar de Rozenstraat. Het lijkt soms of Gert er niet altijd op gesteld is dat hij bij hem over de vloer komt. Maarten merkt het aan kleine dingen. Zou hij zich schamen voor de wat armoedige buurt? Maar bij Gert thuis kunnen ze toch niet arm zijn, want als hij denkt aan die stereo-installatie Jammer, dat Gert haast nooit een plaat wil draaien. Die is er niks enthousiast over, hoor. Nou, als hij zo'n ding had..! Nee, Maarten vindt het niet altijd even gemakkelijk. Nu is het op school rustig — zijn woede op Ingrid is weer bekoeld — en nu, is het dit weer. Toch wil Maarten] het volhouden. Niet dat er nie-' mand anders is, die nu eens huiswerk kan gaan brengen — maar het is om Gert zelf. Maarten heeft medelijden met Gert. Want dat heeft hij wel begrepen, ondanks die wat afwerende houding moet

hij heel eenzaam zijn. Maarten ziet het aan die nerveuze trilling om z'n mond en aan z'n ogen, die vaak wat afwezig voor zich uit staren en soms zelfs iets uitdrukken van gekwetstheid, pijn haast.

MAARTEN

En dan die bronchitis. Als het zo doorgaat kan 't nog wel even duren voor hij weer beter is. 't Is ook zo benauwd daar in dat smalle bovenhuis. Maarten schaamt zich haast voor hun eigen ruime pastorie met de zonovergoten tuin.

Wat zou Gerts vader eigenlijk voor cle kost doen? Daar is hij toch wel benieuwd naar.

Bij het eerstvolgende bezoek informeert hij er voorzichtig naar.

„Werkt je vader hier in de stad, Gert? " „Ja, bij Verwal in de Grotestraat".

„Verwal Verwal " denkt Maarten na. „Is dat die modezaak op het hoekje bij de brug? "

„Ja. Vacler werkt daar op 't magazijn. En waar verdient jouw vader z'n centen? "

Maarten lacht even. „In de kerk "

„In de kérk? "

„Ja, m'n vacler is dominee. Als je beter bent moet je eens komen, Gert. We hebben een fijne tuin. Dan kunnen we buiten zitten in de zon. Goed voor 't hoesten."

„Tja misschien wel, " aarzelt Gert.

Maar Maarten heeft aan 't even oplichten van z'n ogen gezien dat hij het prettig vindt om uitgenodigd te worden.

„Wil je m'n kamer zien? " vraagt Gert clan. Opeens is hij wat toeschietelijker.

„Graag, " gaat Maarten er op in. 'k Heb 'n goeie beurt gemaakt, begrijpt hij.

Maarten blijft vrij lang die middag. Het is al vijf uur geweest als hij cle deur achter zich dicht trekt en op het kleine portaaltje in z'n jack schiet. Oei, wat is het al laat, hij zal nog moeten haasten.

Hoor, er komt iemand de trap op. Zie je wel, dat is Gerts vader, zeker, die komt al thuis. O nee, toch niet, de voetstappen komen niet verder.

„Je weet er dus alles van? " hoort hij een zware, gedempte mannenstem zeggen.

Een andere man antwoordt wat onduidelijk. „En je denkt aan de sleutels? "

Weer een vaag gemompel. Dan een groet.

Maarten pakt z'n tas en roffelt de trap af. Halverwege komt hij een kleine, magere man tegen. „Dag." zegt Maarten. Zou dit Gerts vader zijn? Zal wel, wat moet hij anders hier?

„Goeienavond, " groet de man zacht. Hij kijkt Maarten afwezig aan. Zijn lichte ogen staan vermoeid in een bleek gezicht.

Buiten racet Maarten fluitend weg. Fijn was het vanmiddag. Voor 't eerst was het anders geweest, gezelliger. Gert wordt z'n vriend, vast!

De volgende dag.

Maarten slentert met een groepje jongens over het schoolplein. Half één is 't pas. Fijn, nog een half uur kunnen ze buiten blijven.

Opeens stopt voor het schoolhek een Volkswagenbusje.

„Hé, politie", wijst Henk. De belangstelling van de jongens is onmiddellijk gewekt. Quasiachteloos lopen ze die richting uit, maar hun oren staan wijd open. Er stapt een agent uit die aan een meisje vraagt hem naar de direkteur te brengen. Jammer. Nu zal er wel niet veel te beleven vallen. De jongens gaan voor de zekerheid toch maar op het stoepje voor de schooldeur zitten. Zo, dan zijn ze vlak in de buurt.

Een paar minuten later gaat de deur van het direktie-kamertje open en meneer Derks komt naar buiten. Kijk, hij loopt regelrecht op hun groepje af!

„Maarten, kun je even' komen? "

Maarten? Wat is dat nu? Is er iets gebeurd? Een ongeluk misschien?

Ja, dat denkt Maarten zelf ook. Geschrokken loopt hij met meneer Derks mee. Er schiet van alles door z'n hoofd. Zou er thuis iets Vader misschien, die moest vandaag toch met de auto weg? Of oma, misschien is het oma

„Is is er een ongeluk gebeurd, meneer? "

„Nee hoor, Maarten, dat niet, maak je maar niet ongerust." Dat niet, zei meneer Derks. Maar wat dan wel?

Behalve de politie-agent is ook meneer Vanderbosch, de direkteur, in het kamertje.

„Ga maar zitten, " gebaart hij. Deze agent wil je even iets

vragen. Maarten gaat zitten op een puntje van de stoel. Maar de agent is een vriendelijke man. Hij geeft Maarten een hand en stelt zich voor.

„Pietersen. Zeg maar meneer Pietersen, dat praat wat gemakkelijker. Want ik zou graag eens wat met je willen praten, Maarten. O, 't is niets bijzonders, maar wat inlichtingen wou ik hebben." En dan begint de agent te vertellen. Maarten weet niet wat hij hoort!

„Je hebt natuurlijk nog geen kranten gelezen vanmorgen, hè. Nou, daar stond in dat vannacht een inbraak is gepleegd bij Modehuis Verwal. Er zijn voor tienduizenden guldens bontmantels verdwenen.

Maarten fronst z'n wenkbrauwen. Verwal, waar heeft hij die naam ook weer... Gerts vader! flitst het door hem heen. Opeens wordt hij onrustig.

De agent kijkt hem scherp aan. „Ken je die zaak? Verwal? "

„Ja, ... eh... meneer Pietersen."

„Zo, dus je weet wie er zo werken? " allemaal

„Nou, eh "

„Maar de heer Bos uit de Rozenstraat ken je wel? "

Maarten probeert z'n gedachten te ordenen. Wat is er gebeurd? Wordt Gerts vader verdacht? Maar Gért dan? Gert is toch z'n vriend?

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 juni 1974

Daniel | 20 Pagina's

ONS VERVOLGVERHAAL  (3)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 juni 1974

Daniel | 20 Pagina's