JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

KLEINE KENSCHETS VAN DE LEDEBOERIAANSE GEMEENTEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KLEINE KENSCHETS VAN DE LEDEBOERIAANSE GEMEENTEN

11 minuten leestijd

„Een geliefd en van Christus gezonden dienaar!"

De gemeente van Ds. Ledeboer neemt na zijn uitzeting uit de Herv. Kerk snel in omvang toe. In korte tijd verviervoudigt het aantal catechisanten. Velen uit de verre omtrek voegen zich bij de gemeente.

Zijn werk blijft bovendien niet tot Benthuizen beperkt. Spoedig bereiken hem allerlei verzoeken om te komen spreken. Hij wordt een reizend prediker. Met name in Zeeland krijgt hij veel kontakten. Zo spreekt hij op Walcheren herhaaldelijk op de prachtige buitenplaats van Jonkheer Willem Versluis, gelegen onder Domburg. Overal stromen de mensen toe. Wat is het geheim van deze prediker? Een redenaar is Ledeboer niet. Zijn voordracht is stotend. Zijn preken zijn weinig ordelijk. Tekstuitleg is niet zijn sterke kant. Pvlaar hij weet met kernachtige opmerkingen te vertolken wat in de harten van velen leeft. Hij is de prediker van het bevindelijke leven. Ledeboer, zo zegt zijn biograaf Landwehr, weet de kleinmoedigen liefelijk op te beuren en de verslagenen te troosten. Hij weet af te dalen tot de kleinen in de genade als weinigen. En in zijn gebeden draagt hij hun noden op aan de grote Herder der schapen. Ledeboer is een man van zeer bijzondere gebedsgaven. Daarover zijn zijn tijdgenoten het eens. Nog treffen zijn nagelaten gebeden door tere vreze des Heeren en een zeer persoonlijke, hartverwarmende vroomheid. Het geheel van zijn optreden laat een onuitwisbare indruk na. De jonge David Janse hoort op twintigjarige leeftijd Ds. Ledeboer preken bij Domburg over Dan. 5 : 27. Jaren later schrijft hij over die preek in een brief: Deze predikatie en den persoon maakten een diepe indruk op mij, als een geliefde en van Christus gezonden dienaar en door den band der liefde en des geestes, werd ik zoo gebonden, zoo ik mag hopen en gelooven; door des Heeren Geest, dat ik in dat kerkelijk standpunt als' vastgezet werd en tot heden na 44 jaren nog ben."

Een tweetal oefenaars staan Ledeboer bij n.1. P. van Dijke te St. Philipsland en D. Bakker te 's-Gravenpolder. Er is een grote honger naar geestelijk voedsel. Die nood wordt door de verlichte predikers in de Herv. Kerk niet verstaan. Daarom voegen zich steeds meer Zeeuwen bij de „Lecleboerianen". Tallozen komen op zondag rnet boten uit Tholen en Schouwen om b.v. Van Dijke te horen prediken. Soms zijn er duizend hoorders! Langzamerhand groeit het aantal gemeenten uit tot vijf en twintig, die merendeels te vinden zijn op de Zeeuwse eilanden.

De psalmen van Datheen.

Kenmerkend voor deze gemeenten is het zingen van de psalmen van Datheen. Ds. Ledeboer heeft deze berijming al spoedig ingevoerd. Naar zijn inzicht is de psalmbundel van 1773 geboren uit de zucht naar wat nieuws. Hij geeft de voorkeur aan de verzen van Datheen: „ons komen ze gereformeerder, vlakker, eenvoudiger, dieper en kernachtiger voor". Die voorkeur past ook geheel bij zijn streven om zich in alles, ook in de liturgie, te richten naar de Synode van Dordrecht van 1618-1619. „Keeren wij terug, keert geheel terug".

Ongetwijfeld schuilt er een belangrijk element van waarheid in de kritiek van Ledeboer op , , 1773". In deze berijming zijn stellig verzen aan te wijzen die aan de sfeer van de Verlichting herinneren. Het gebruik van de wijsgerige, niet-Schriftuurlijke naam Opperwezen is b.v. opvallend. Toch laat Ds. Ledeboer nog enige ruimte open voor het zingen van deze berijming: „Een ieder doe gelijk hij vrijmoedigheid heeft voor den Heere". Maar als zo vaak gaan de leerlingen verder dan de meester. Naarmate de jaren voorbijgaan, krijgen de psalmen van Datheen een steeds zwaarder accent. In 1869 stelt diaken David Janse in een officiële brief namens de Algemene Vergadering, dat het verval van de kerk niet in 1816 is begonnen, maar in 1773. De band tussen de kerk en de berijming van Datheen vergelijkt hij met een huwelijk. Door „1773" te aanvaarden heeft men drie zware zonden begaan: „Verbondsbreking, daar plechtig was beloofd en onderteekend niets te willen veranderen van de vastgestelde regels, vooral niet tot blijdschap der wereld. Ten tweeden: Huwelijksschennis, daar de wettige vrouw (de berijming van Datheen! G.) wercl uitgedreven en een vreemde in de plaats gesteld. Ten derden: Dienstbetoon aan de blinde wereld en bastaardkinderen', die juichten, terwijl de tederste vromen schreiden". Dat is krasse taal. De ruimte voor het zingen van een andere berijming is weggevallen. Er is sprake van een absoluut stellen van het eens ingenomen standpunt. De kwestie van de berijming is een hoofdzaak geworden en zal dat vele tientallen jaren' blijven.

In het isolement

Toch is dat niet de enige factor, waardoor de gemeenten in een isolement geraken. Van groter betekenis is de uitgesproken afkeer van Ds. Ledeboer van het vragen van vrijheid aan de regering om als gemeente bijeen te mogen komen. Dan moet men verklaren af te zien van de oude rechten en de naam Hervormde of Gereformeerde Kerk. De Afgescheidenen van 1834 doen dat na jaren van felle vervolging wel en noemen zich Christelijk Afgescheiden Gemeenten.

Diep teleurgesteld in hun vrijheidsaanvraag wendt Ledeboer zich volledig van hen af. Hij wil liever om Christus' wil smaadheid dragen. Dertien keren wordt hij door de rechter veroordeeld. Na zijn weigering om de geldboeten - ƒ2.000, - te betalen, volgt hechtenis. Tot twee keer toe. In het totaal brengt hij negentien maanden in een Leidse gevangenis door. Zijn vriend Van Dijke wil hij niet tot predikant bevestigen voor deze de door hem ingediende vrijheidsaanvraag heeft ingetrokken.

De vraag rijst waarom Ds. Ledeboer niet samengaat met de Gereformeerde Kerken onder 't kruis, die eveneens weigeren om vrijheid te vragen en zich liever buigen onder het kruis van de vervolging. Er zijn wel kontakten, maar die leveren geen resultaat op. Ds. Ledeboer heeft een sterke afkeer van het allegoriseren in de prediking van Ds. C. van den Oever, de leidende figuur bij de kruisgemeenten". Zelf is hij een uitermate praktisch, bevindelijk prediker, maar van vergeestelijken moet hij niets weten. Bovendien blijkt uit zijn „Brief over de rechtvaardigmaking", dat beide predikanten verschil van inzicht hebben ten aanzien van dit leerstuk. Dat is, schrijft Ledeboer, „onder andere aanleiding, dat wij niet tot vereeniging zijn gekomen".

Zo gaan de gemeenten hun weg. Alléén. Het feit dat veel gemeenten moeilijk bereikbaar zijn cf op de eilanden zijn gevestigd, draagt ook bij tot het ontstaan van een algemeen, voor ons nauwelijks meer voorstelbaar isolement. Zo groot is de afzondering van deze Ledeboeriaanse gemeenten, dat men zich omstreeks 1900 ronduit verwondert over het feit, dat ook bij anderen nog de zuivere leer wordt gevonden. Meer dan eens heeft men zijn verbazing daarover uitgesproken tegen Ds. H. Roelofsen en de jonge Ds. G. H. Kersten.

Oude schrijvers.

Alle gemeenten samen' hebben slechts één, soms twee predikanten. De leesdienst is regel. Jaar na jaar schaart men zich met grote trouw onder het lezen van „het overjarig koren". Ledeboer zelf beklemtoont de waarde van de oude schrijvers sterk. In het Leidse Graven-

stein, zijn gevangenis, geeft de Heere hem „veel bezoek uit Smytegeld zijn boek". Verder noemt hij Lodenstein, Van der Groe, Witsius en Fruytier en adviseert: „Leest Van der Groe, Owen, Erskine en diergelijke véél".

Ook thuis, tijdens lange winteravonden, wordt er veel gelezen in de oudvaders. Vaak leest een jongen hardop voor op verzoek van zijn vader. We weten dat b.v. van de reeds genoemde David Janse, later predikant, die als jongen van veertien jaar met een levende hoop op de eeuwige zaligheid wordt vervuld tijdens het voorlezen van de 21e preek uit Het gekrookte riet van Smytegelt. In de gemeenten blijft door de intense omgang met de Oude schrijvers een levende betrokkenheid bestaan op de Nadere Reformatie. Er is een volhardend leren en leven uit de kernwaarheden van de Schrift. Voor remonstrantisme en vrijzinnigheid blijven de gemeenten bewaard. Dat zijn de voordelen van het isolement.

Het extra-ordinaire wordt regel.

We mogen dat isolement niet idealiseren, zoals zo vaak, bewust of onbewust, wordt gedaan. Er zijn schaduwzijden. En niet weinig. Ze kunnen in het bestek van dit artikel slechts gedeeltelijk worden genoemd en onvolledig besproken.

Een' belangrijk punt is de sterke nadruk op de onmiddellijke bediening door de Heilige Geest in de prediking. Tijd voor studie hebben de volledig overbezette predikanten niet. Dat kan ook moeilijk anders bij ten hoogste twee predikanten voor alle gemeenten samen. Bovendien staat studie niet in hoog aanzien. Het valt niet moeilijk om én bij Ledeboer én bij anderen uitspraken van deze strekking aan te wijzen. Ds. Ledeboer zelf schrijft in zijn „Brief over de rechtvaardigmaking": „Ik ben geen systematisch mensch, slecht genoeg voor een predikant, al mijne kennis moet ik onmiddellijk verkrijgen, of het is anders niets voor mijne ziel, ik moet leven van het gegevene, het mijne moet mij gedurig ontnomen worden". De anonieme schrijver van het levensverhaal van Ds. van Dijke geeft hoog van de extra-ordinaire bediening van cleze predikant op. Bij het betreden van de kerk heeft hij meestal nog geen tekst. Die krijgt hij op de kansel. En als hij thuis een preek maakt, dan gaat het juist mis!

Nu is het wel zaak een dergelijke levenebeschrijvinug met welwillend kritische zin te lezen. De schrijver geeft een verfraaid beeld, zoals zo vaak in oude biografieën. Het gaat om een ideaal. De herinnering aan de dierbare overledene moet levend worden gehouden door het schetsen van zijn vroomheid en godsvrucht. We zullen daarom van de vermelding dat Ds. van Dijke „altijd" onmiddellijk door Gods Geest bediend werd, wel iets moeten afdoen, temeer omdat er een andere, weliswaar latere bron is, die zegt dat Ds. van Dijke geen vijand van studie is geweest.

Ongetwijfeld zijn de predikanten van de Ledeboeriaanse gemeenten op bijzondere wijze door God in hun ambt gesterkt. Er waren dan ook zeer bijzondere omstandigheden. Dan wil God ook op buitengewone wijze helpen. Maar van dit uitzonderlijke hebben vele directe volgelingen een régel gemaakt. De beschrijver van het leven van Ds. van Dijke is daarvan een voorbeeld. Theologische opleiding wordt afgewezen. Een predikant moet rechtstreeks bediend worden. Daarmee worden de gemeenten in een verkeerd spoor geleid.

Kwesties rond liggingen.

Dat blijkt overduidelijk uit de vele konflikten, die uiteindelijk wortelen in een verschil in ligging. Dit begrip ligging hangt nauw samen met de persoonlijke bekeringsweg, die aan de prediking een vaak te uitgesproken accent geeft. Omdat de opleiding tot het ambt ontbreekt en het kerkelijk leven in de praktijk niet berust op de Dordtse kerkenorde, maar op het persoonlijke inzicht, op gemoedelijke afspraken, zijn deze liggingsverschillen de oorsprong van een reeks moeilijkheden in de Ledeboeriaanse gemeenten.

Nog geen jaar na de dood van Ds. Ledeboer ontstaat er een ernstig konflikt tussen' Ds. van Dijke en oefenaar Bakker. Bij Van Dijke valt de nadruk meer op de heiligmaking, bij Bakker staat de rechtvaardigmaking meer op de voorgrond. Beide mannen kunnen zich helaas niet boven dit verschil in ligging verheffen en een droevige scheuring is het gevolg. Een aantal jaren later signaleren we een soortgelijk konflikt tussen Ds. van Dijke en Ds. Los uit Leiden. Rond 1880 ontstaan bijzonder ingrijpen-

de moeilijkheden tussen Ds. David Janse en oefenaar Jan Vader. Er ontstaan een aantal „vrije gemeenten".

De Heere bouwt Jeruzalem.

Vaak zijn deze konflikten te herleiden tot hetzelfde grondpatroon. De eigen bekeringsweg wordt te sterk vooropgesteld. Bij velen is er te weinig oog voor de grote mate van verscheidenheid in de leiding, die God met ieder van Zijn kinderen houdt. Zodra er in de kleine kring van gemeenten spanningen optreden wordt de persoonlijke ligging vaak bewust of onbewust met de kwestie verbonden, De eigen ligging wordt verabsoluteerd. Droeve scheidingen zijn het gevolg.

Ook in andere kerken, ontstaan uit de Afscheiding van 1834, heeft men wel met een soortgelijke problematiek geworsteld. Maar .daar duurde deze periode veel korter. De positie van de predikanten was er een andere. Men kreeg al spoedig de beschikking over een theologische opleiding, die vormend, corrigerend werkte. Door het jarenlange, volstrekte isolement van de Ledeboeriaanse gemeenten en de nadruk op het extra-ordinaire bij velen, leek de liggingen-kwestie uiters moeilijk oplosbaar.

Maar de Heere bouwt Jeruzalem! Op ongedachte, onverwachte wijze. Wie zich in de geschiedenis van onze gemeenten verdiept, ziet wat een zeer ingrijpend keerpunt de vereniging van 1907 — de Ledeboeriaanse gemeenten en de Geref. Gemeenten onder het kruis vormden toen ons huidig kerkverband — is geweest. In die vereniging wordt Gods ontferming zichtbaar over dit gedeelte van Zijn kerk, clat in een moeilijke situatie was gekomen. Er werd gekozen. Vóór geordend kerkelijk leven. Tégen gemoedelijk samenzijn op basis van gezelschappelijkheid. Na veel strijd kwam er een niet genoeg te waarderen Theologische School, die een belangrijke bijdrage zou leveren in de vorming van de a.s. predikanten. Het besef groeide clat de kerk géén gezelschap is, maar de openbaring van het lichaam van Christus, die de Koning is van de Kerk. Daarom achten wij de kerk, ook in haar zichtbare verschijningsvorm, hóóg.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 mei 1974

Daniel | 24 Pagina's

KLEINE KENSCHETS VAN DE LEDEBOERIAANSE GEMEENTEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 mei 1974

Daniel | 24 Pagina's