JEUGD EN MISDAAD
Je zal er maar zitten!
Dagen en maanden achtereen achter tralies en matglas binnen vier grijsgeverfde wanden.
En niet alleen ouderen zitten er, mannen of vrouwen van middelbare leeftijd, nee ook jongeren. Ook jongens en meisjes van 15, 16 jaar. Je moet toch wel wat op je kerfstok hebben wil je daar belanden!
Deze foto geeft je het meest naargeestige beeld van een gevangenis. Een hoog somber gebouw, met kleine getraliede raampjes. Eromheen een hoge muur. Dit alles om het vluchten te voorkomen.
Er zijn echter ook tehuizen, waarvan je op het eerste gezicht niet direkt de indruk krijgt van een gevangenis. Het is een mooi groot tehuis, met aan weerszijden een aantal huizen (voor het personeel) met een groot plantsoen ervoor, waarop enkele jongens van ± 14 jaar aan het voetballen zijn. Maar kijk je tussen gebouw en huizen door dan zie je een eind verderop een hoge muur.
Zo'n huis staat b.v. in Amersfoort. „Rijksinrichting voor jongens",
Het is een tehuis met een open en gesloten afdeling. De gesloten afdeling vind je achter de hoge muur zoals je begrijpt.
Welke jongens?
Je vraagt je wellicht af welke jongens daar zitten. Deze vraag legde ik voor aan een hoofdleider van een Rijksinrichting voor jongens in Amersfoort.
Hoewel hij officieel geen publikatie mag geven aan zijn werk in de inrichting vertelde hij mij dat het jongens zijn vanaf 14 jaar, die thuis moeilijkheden kregen omdat ze daar geen „nestwarmte" ontvingen, daardoor de straat opgingen en uit verveling allerlei kattekwaad uithaalden. Maar van kwaad komt erger. Ze pikken een keer een bromfiets, rijden er een eind mee weg en gooien hem een eind verderop aan de kant. De politie komt erachter. Ze krijgen thuis bezoek van de politie die niet weggaat zonder een
flinke reprimande gegeven te hebben. Blijft het bij dit ene vergrijp, dan hebben zulke jongens in ieder geval nog geen strafregister, hetgeen heel belangrijk is voor de toekomst van hen.
Een jongen met een strafregister krijgt niet een-twee-drie een baan.
Maar als deze jongens weer aan hun lot overgelaten worden, hen van thuis geen normen worden aangeleerd en maar kunnen doen waar zij zin in hebben, ze ook geen echte belangstelling krijgen, omdat vader en moeder zo nodig naar de t.v. moeten kijken, of omdat vader altijd maar „onderweg" is voor zaken of hoe dan ook en moeder zo nodig toch ook naar haar visitetjes moet, waar zullen dan de kinderen geborgenheid zoeken?
Als de jeugd geen hobby's heeft, ook niet aangespoord worden zich eens ergens voor in te zetten, wat zullen ze dan uit verveling gaan doen?
Je kijkt er toch niet van op als zulke jongelui op een gegeven moment betrokken raken bij winkeldiefstallen, brandstichtingen of grootscheepse vernielingen.
Uit dit gesprekje hoor je wel dat een van de oorzaken die aan de gewelddaden, aan het crimineel gedrag ten grondslag liggen, verveling is. Ledigheid is des duivels oorkussen, zegt een bekend spreekwoord.
En als je de jongens vraagt waarom ze het doen krijg je vaak als antwoord: „Wat moet je anders? "
Wat moet je anders?
Er was eens een oudere man die zich ergerde aan een stel opgeschoten jongens die midden op de dag verveeld voor een patat-winkel rondhingen. Hij ging erop af en zei:
„Hebben jullie niks beters te doen? " „Wat moet je anders? " antwoordde één van de jongens en nam een dreigende houding aan.
De man slikte z'n verontwaardiging in en liep door, bang voor de agressie die hij had ontketend. „Zak", zei de jongen en daar bleef het bij.
De verveling van de groep leidde nog
niet tot gewelddaden. Anders bleek uit een onderzoek in de Verenigde Staten waar aan een aantal jongemannen in een gevangenis werd gevraagd waarom zij een moord hadden gepleegd. De antwoorden waren onthullend:
Geen van de jongens had z'n slachtoffer gekend, laat staan er iets tegen gehad. Beroving was ook niet aan de orde geweest. De enige drijfveer tot de daad was: bevrijding van verveling.
Tussen de jongens voor de patat-winkel en die in de Amerikaanse gevangenis is een groot verschil wat betreft de gevolgen van de verveling, de verveling zelf hebben zij gemeen. Oók de gevoelens van agressie (aanvallend optreden) die zij oproept. Weet je hoe ze de verveling proberen te ontvluchten? Ze gaan kijken naar films met geweld. Dat is één uitlaatklep. En vaak ook bieden verdovende middelen een andere uitvluchtmogelijkheid uit de verveling.
Maar de oorzaken ervan kunnen ze niet wegnemen.
Waar zitten die?
Deskundigen noemen de volgende:
a. de jongeren hebben thuis en op de lagere school niet geleerd hun vrije tijd creatief te besteden;
b. het club-en buurthuiswerk trekt hen niet omdat dit niet aan hun behoefte tegemoet komt, menen ze;
c. de saneringswijken in de grote steden zijn tot ondergang gedoemd. Iedere prikkel ontbreekt daar alsnog iets creatief op te zetten;
d. in de nieuwe wijken ontbreekt meestal speelruimte.
De kelders die bij de flatwoningen horen zijn te klein om bijv. aan bromfietsen te knutselen. In de gangen en op de galerijen is het verboden. Buiten op straat kan het in beperkte mate (geen olie morsen, geen lawaai) alleen als het mooi weer is.
e. de televisie thuis is dikwijls een bron van conflict. De ouders beslissen waar naar wordt gekeken. Interesseert dat de jongeren niet dan gaan zij de straat op.
Veel is daar niet te beleven. Het wordt dus een biertje en nog één en nog één. Stoere verhalen en elkaar opjutten tot grootse daden clie op straat uitmonden in het vernielen van een automaat, joy-riding en dan is het verband gelegd tussen wat heet crimineel gedrag en verveling.
Wat in het ergste geval volgt heeft niemand oorspronkelijk gewild: aanhouding, voorlopige hechtenis, gevangenis of voorwaardelijke veroordeling, de
ouders in zak en as, de daders ongelukkig, verbitterd, agressief ten opzichte van de hele wereld, de slachtoffers één en al onverzoenlijkheid ten opzichte van de daders. De Staat der Nederlanden (d.w.z. alle nederlanders de belastingbetalers) kost het ongeveer ƒ 80, per dag voor iedereen die zij in Huis van bewaring of gevangenis kost en inwoning geeft.
Dit alles zou in veel gevallen worden voorkomen. kunnen
En dan zegt b.v. de Reclassering o.a. dit: „Eén van de middelen die daartoe kan dienen is opvoeding tot vrije tijdsbesteding aangepast aan de behoefte van de jongeren. Ontmoetingscentra in velerlei maten en soorten schijnen tot die behoefte te behoren. De koffiebars rijzen als paddestoelen uit de grond. Je kunt er rustig zitten, wat drinken, lezen, schaken, dammen, praten, zwijgen
Niemand móet wat van je, wil jezelf wat, dan is er altijd kontakt mogelijk. De man achter de bar vervult, als het goed is, de funktie van vertrouwensman. Hij is er wanneer je hem nodig hebt, een toevlucht, bereid tot zwijgen en tot praten.
Wie vindt dat „hangen" in koffiebars enz. weinig zinvol is, bedenke dat de behoefte aan vrijblijvende geborgenheid geen uitzonderlijk kenmerk is van de hedendaagse jeugd", aldus de Reclassering.
Dat is één mening en m.i. ook maar een facet van het middelenbestand. Er zijn nog andere middelen, maar ik kom daar straks op terug.
Zo zitten er heel wat jongelui, hetzij in een gesloten, hetzij in een open afdeling van een inrichting, in een behandeltehuis, een tehuis voor jongens en meisjes, een jeugdhuis of jeugddorp, of welke benaming er men dan ook aan wil geven.
In Amersfoort staan wel een twaalftal van dit soort tehuizen, bijna alle met een open afdeling, vanwaaruit de jongelui naar school gaan, hun werk doen, maar, b.v. alleen met toestemming een boodschap in de stad mogen doen.
In deze tehuizen tracht men jongens en meisjes — heel vaak van gescheiden ouders of ongehuwde moeders — die het verkeerde pad dreigen op te gaan een zodanige begeleiding te geven dat ze na verloop van tijd via een pleeg-of kostgezin weer aan de opbouw van de maatschappij kunnen deelnemen.
T oenemende jeugdcriminaliteit
Desondanks neemt de criminaliteit toe, vooral onder de jongeren zoals ik in het N.R.C. onlangs las.
Met name de afgelopen vijftien jaar is de criminaliteit onder jongeren schrikbarend toegenomen. Vooral het aantal vermogensdelicten (diefstal, vernilingen) is sterk gestegen. De statistieken tonen aan dat de stijging optreedt na 1955, het jaar dat wordt beschouwd als het eerste jaar van de welvaart. Cijfers uit rapporten wijzen uit dat de criminaliteit toeneemt naarmate de welvaart groter wordt.
Wat is het geval:
— de welvaart blijft beperkt tot een kleine groep en wie niet mee kan genieten onderneemt wederrechtelijke stappen om aan die onrechtvaardigheid een eind te maken, m.a.w. als hij zo'n dure bromfiets van zijn vader krijgt dan zal ik ook wel zorgen dat ik er gauw een heb, maar dan wel van de centjes van een ander, of
— de welvaarts drukt een extra aksent op de waarde van het bezit, m.a.w. wat je ook hebt, je wilt altijd meer.
De Groningse jeugdcriminoloog Dr. R. Jongman heeft nog geen wetenschappelijk antwoord gevonden op de vraag waarom juist onder jongeren zo'n stijging van de criminaliteit is opgetreden. „Er is een aantal redenen mogelijk. Jongeren hebben weinig te verliezen: ze hebben vaak nog geen vaste baan, dus het mogelijk ontslag weerhoudt hen niet. Bovendien is het erg goed mogelijk dat veel jongeren delicten plegen uit verveling en baldadigheid".
Beleid
Om nog wat meer duidelijkheid te krijgen over de achterliggende motieven van jongeren die (kleine) delicten plegen bereidt Jongman nu een onderzoek voor waarbij een groot aantal jongens zal worden geïnterviewd. Pas wanneer dat onderzoek verricht is zal hij met duidelijke konklusies kunnen komen. Als er behoefte naar dit onderzoek bestaat wil ik in een ander artikel hierop eventueel nog terugkomen. Een suggestie voor een preventief ( om erger te voorkomen) beleid doet hij nu al: „De jongeren zouden moeten leren niet uitsluitend te leven vanuit een bezits-
filosofie". M.a.w. we leven in een bezitsmaatschappij. Iedereen probeert zoveel mogelijk voor zichzelf te vergaren en dat kan zeer goed een oorzaak zijn van de stijging in de criminaliteit.
Daarnaast acht Jongman het van groot belang dat mensen van jongs af aan leren met hun vrije tijd om te gaan zodat ze niet uit verveling tot baldadigheden overgaan. De jeugdpsychiater dr. J. Schouten vindt het onderzoek van dr. Jongman „zeer waardevol", maar hij voegt eraan toe: „Ik vind het wel jammer dat Jongman hier en daar wat te luchtig over jeugddelinquentie praat. In de trant van: bijna iedereen doet het en het gaat vanzelf wel weer over".
In de vijftien jaar dat Schouten werkte in het behandelingshuis Zandwijk in Amersfoort heeft hij gemerkt dat het lang niet altijd „vanzelf overgaat". Hij geeft toe dat hij daarbij voornamelijk te maken heeft gehad met jongeren die zwaardere delicten pleegden dan de jongeren uit de onderzoekingsgroep van Jongman.
Het onderzoek van dr. Schouten was erop gericht een therapie (geneeswijze) te ontwikkelen die jongeren ervan zou kunnen weerhouden op het „verkeerde pad" voort te gaan. Want zegt hij: „Je ziet juist vaak dat verdachten die op latere leeftijd voor de rechter komen al een delinquente carrière achter de rug hebben. Ik ben ervan overtuigd dat de straflijst niet zo had hoeven groeien als die mensen in de puberteit (± 14 jaar) goed waren opgevangen. In de rapporten van de inrichtingen en opvangtehuizen kom je vaak dezelfde oorzaken voor jeugddelinqentie tegen: de bravoer die de angst moet maskeren, het isolement van de jongen in het gezin en het isolement van het gezin zelf dat door de moderne woningbouw (flats) alleen maar wordt bevorderd, de depressiviteit (neerslachtigheid), het gebrekkige normbesef, enz."
De Bij be1 er bij
In de eerste plaats zal het je opgevallen zijn dat men' naar allerlei oorzaken voor jeugddelinquentie zoekt, maar dat men de hoofdoorzaak daarbij over het hoofd ziet.
Na de zondeval zijn alle verhoudingen wanverhoudingen geworden; wil de mens heer en meester zijn. „Mag ik
soms ? " In deze tijd van grote wetteloosheid komt dit duidelijker dan ooit naar voren. De norm voor het menselijk handelen werd verlegd van God en zijn wet naar de mens, die zijn eigen gedrag bepaalt en zich zijn eigen wetten maakt. Er is geen bijbels normbesef. Daarom is het zo nodig dat deze jongelui in aanraking komen met de Bijbel. Want alleen het geloof in Jezus Christus kan het heil (de genezing) van het leven geven, ook van een ontwricht leven.
Dat we dan niet vanuit de hoogte zouden neerzien op deze jongelui. We moeten er medelijden mee hebben dat ze in zulke ontwrichte milieu's moesten opgroeien, maar ze zullen even ontwricht blijven als naast de psychische geen geestelijke behandeling gegeven wordt.
Laten we hen niet nawijzen, maar liever naar onszelf wijzen.
In de tweede plaats, wie van ons is niet schuldig aan Gods geboden. Hoe gedragen wij ons tegenover andermans eigendom?
— Je bent op school en vindt in de klas een mooie balpen. Zonder te vragen van wie hij is steek je hem in je zak. Och die ene balpen zul je zeggen. Maar... het is wel diefstal!
— Je bent fijn aan het winkelen. Graag had je die mooie ceintuur van nog geen vijf gulden. Je gaat afrekenen bij de kassa. De kassière heeft het razend druk. Eindelijk ben jij aan de beurt. Je betaalt met een briefje van ƒ 5, — maar, de kassière geeft tot tien gulden terug. De volgende klant is al weer aan de beurt. Als je niet terug gaat ben je ook een dief!
Ga maar naast die jongelui staan. Neem je bijbel, bidt elke dag, of je ervoor bewaard mag blijven tot erger te vervallen. Denk aan Achan, Ananias en Saffira en aan Judas.
Bidt ook voor die jongelui en kom je in aanraking met ze, laat zien wat liefde en vergevingsgezindheid is, waarvan Gods Woord spreekt. Dat Woord brenge een ieder op het rechte spoor.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 april 1974
Daniel | 18 Pagina's