JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

PROF. EN DE RUNIA VERONTRUSTEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

PROF. EN DE RUNIA VERONTRUSTEN

EN DE SCHIM VAN DR. A. KUYPER

7 minuten leestijd

Er is geen kerk, partij of andere organisatie denkbaar of deze telt onder zijn gelederen wel een aantal verontrusten. Mensen die beducht zijn voor een afwijkende koers van leidinggevende figuren of organen. Deze groep vormt vaak een tegenstelling met die der progressieven, dat zijn diegenen die van gedachte zijn dat het allemaal wel wat anders kan, meer aangepast aan de tijdsbehoeften. Tussen deze twee vleugels bevindt zich dan de centrumgroep, een blok van min of meer „zorgelozen" in diverse schakeringen, mensen die menen dat het allemaal nog wel wat meevalt en dat het hun tijd nog wel uit zal duren. En dan is daar natuurlijk nog de categorie der onverschilligen die met Lodewijk XV spreken: „Na ons de zondvloed!"

Maar de verontrusten roeren de trom en daar heb je het onheil: polarisatie, verscherping der tegenstellingen. Dit woord veroorzaakt een gevoel van afschuw bij degenen, die zweren bij de gezapige rust.

„Appèl Voorstel" en

In de Gereformeerde Kerken opereert ook een dergelijk onheils-commando. Je hebt het inmiddels al begrepen: het zijn de „Verontrusten"! Ze verklaren wel niet de oorlog aan de gevestigde kerkelijke orde (het „establishment" is hiervoor het modewoord) maar ze delen wel behoorlijke speldeprikken uit. Er is zelfs een Vereniging voor gevormd, de „Vereniging van Verontrusten", die in de naamgeving van hun orgaan de Waarheid stelt voor de Eenheid. Gods Woord stelt bovendien nog de Waarheid voor de Vrede en' wekt ons op om beide lief te hebben. Maar waar de waarheid wordt betracht wordt de vrede vaak verstoord.

In elk geval opereert genoemde groep tussen de linies. Eind vorig jaar verscheen een boekje „Appèl en Voorstel" geheten en opgesteld door enkele markante verontruste Geref. predikanten, zoals Masselink, Oomkes, Van den Brink, Van Dijk en Vreugdenhil. Een aantal predikanten en hoogleraren betuigden hun bijval. Speciaal op een vijftal punten spraken zij hun verontrusting uit. In het licht van Gods Woord zijn het kardinale zaken. Wie er kennis van neemt moet tot zijn verontrusting konstateren, waartoe het al niet bij een kerk van Gereformeerde confessie kan komen en dat zonder uitoefening van het leergezag!

Kuitert en Wiersinga

We komen in dit geschriftje weer de bekende en omstreden prominente figuren tegen, waartegen de Verontrusten tevergeefs optornen. Eén van de koplopers is wel prof. Kuitert. Bij zijn wetenschappelijke navorsingen had hij destijds reeds ontdekt: „Wat de bijbelse exegese van de laatste dertig jaar aan vondsten en visies heeft opgeleverd, is voldoende om de meeste gangbare dogmatieken uit hun band te laten barsten!" Om in de lijn van de gebruikte terminologie te blijven: zo'n uitspraak spreekt boekdelen. Maar funester is het dat naar Kuiterts mening de Geref. kerken met zijn schatgravers-mentaliteit meet worden opgeknapt. Op gezag van deze hoogleraar moeten we dan maar een vraagteken zetten achter de historiciteit van de eerste hoofdstukken van de Bijbel. Het bestaan van Adam als ons aller verbondshoofd en de ontzaglijke realiteit van de zondeval wordt op deze manier in twijfel getrokken. Feitelijk wordt hierdoor ook de vleeswording van de tweede Adam een dubieuze zaak,

maar mogelijk deinst Kuitert (nog) voor deze gevolgtrekking terug. Maar als al het bestaande aan een geleidelijke evolutie is onderworpen, kan men nooit weten waar men terecht komt!

Als een andere revolutionaire nieuwlichter wordt door de verontruste predikanten dr. Wiersinga aangeduid. Deze mag dan zijn uitgevaardigde „alternatieve" verzoeningsleer halverwege weer hebben ingeslikt, de vrije genadeleer komt dan toch maar zwaar in de verdrukking. Waar lokaliseert dr. Wiersinga dan de heerlijke geloofservaring van Luther, die na zware zielestrijd tot de rechte juridische verhouding tot God werd gebracht en tot de ontdekking dat er alleen verzoening is door voldoening? Hier mogen wij toch wel terecht met de verontrusten spreken van verdonkering van de genadeleer!

Aantasting van het Schriftgezag, opmars van de evolutie-gedachte, het diskutabel stellen van de belijdenis (de Dordtse leerregels!) het schijnt allemaal te kunnen zonder dat de synodale organen handelend optreden! Vandaar „Appèl en Voorstel" dat onder meer is aangeboden aan de synode van de Geref. Kerken.

Reaktie van prof. Runia

In antwoord hierop heft Prof. Runia als spreekbuis der synode vermanend en bezwerend de vinger op in de richting der verontruste malcontenten en vraagt: Willen de aanklagers een pauselijke „Syllabus errorum" (opsomming der dwalingen) waarin de dwalingen netjes op een rijtje worden gezet en vervolgens worden ontzenuwd en niet ontvankelijk worden verklaard? „Maar zoiets lijkt me toch wel een onmogelijke zaak in deze tijd, " aldus roept de professor wanhopig uit. „Dan zal toch eerst het hele denkproces, dat er achter ligt, blootgelegd moeten worden."

Toch kan ook prof. Runia — de man van het rechtse middenblok — er niet onderuit te verklaren, dat de Geref. Kerken zich in een uiterst moeilijke situatie bevinden. „Het gaat hier om zulke diep ingrijpende zaken, zoals het gezag van de Schrift, het gezag van de belijdenis en de betekenis van de verzoening (het hart van het Evangelie)". En hij geeft volmondig toe, dat de schrijvers van „Appèl en Voorstel" volkomen gelijk hebben dat ze op de in het geding zijnde punten „ondubbelzinnig" duidelijkheid wensen.

Uiteindelijk komt deze hoogleraar tot de conclusie dat er een réveil, een geestelijke opleving nodig is. Hij vreest dat de vlam van het geestelijk leven bij velen tot een laag walmend pitje is geworden. Niet alleen over de leer toont (ook) prof. Runia zich verontrust, eveneens over de levenswandel als hij vraagt: „Wat is er nog over van onze christelijke levensstijl? "

Bij het lezen van genoemd geschrift heeft hij zich echter ook afgevraagd of de wezenlijke problemen niet nog dieper liggen. „Liggen die niet in het klimaat van onze Kerken", aldus informeert de professor.

Welnu, als we ons aan de beantwoording van deze vraag mogen wagen — de hooggeleerde schrijver nodigt ons immers zelf daartoe uit — dan menen wij te moeten veronderstellen, dat de gesteldheid en produktiviteit van een kerk niet alleen bepaald wordt door het klimaat, maar ook door de voedingsbodem. Als deze laatste immers ondeugdelijk is, dan zal ook het aangenaamste klimaat niets positiefs uitwerken?

De schim van Kuyper

En komt hier wat het bouwrijp maken van de grond betreft, achter Runia en de verontrusten niet de schim van Abraham de Geweldige (Kuyper) opdoemen met zijn wijsgerige construktie van de „veronderstelde wedergeboorte"? Hiermee werd de zo noodzakelijke zelfbeproeving wel radikaal om hals gebracht. En het gevolg: kerken vol met naar de eisen des tijds toegeruste gelovigen met een vermeend onbetwistbaar recht op het toekomstig hemelburgerschap!

En op hoe menig punt de neo-kuyperianen ook de leer van hun grote meester hebben verloochend, op dit onderhavige punt vertonen ze een treffende overeenkomst! En ook in de praktijk lijkt Kuypers machtspolitiek voor hen model te hebben gestaan! De numeriek kleine groep van Verontrusten heeft tegen dit machtsblok geen schijn van kans.

Maar tevens knelt hier de vraag: in hoeverre opereert de Vereniging van Verontrusten vanuit een deugdelijk beginsel? Heeft men inzake het betwiste dwaalgevoelen — de veronderstelde wedergeboorte — de grondlegger van het neo-calvinisme afgezworen? Of is er in dit opzicht slechts een gradueel, geen

principieel verschil met het middenblok?

Eén ding is zeker: als dit laatste het geval is zal het niet bij speldeprikken blijven, maar wordt een explosieve lading aangebracht, die uiteindelijk de catastrofe zal inluiden van de Kuyperiaanse theologie.

Prof. Runia is de mening toegedaan dat de geweldige kracht van de Reformatie diepe sporen heeft getrokken in de kerkgeschiedenis. Het was niet alleen het dogmatisch rechtzetten van de dingen, maar het hart van het Evangelie werd weer ontdekt. Alleen vanuit een vernieuwde belangstelling voor het evangelie van Jezus Christus kan ook vandaag heil verwacht worden voor een „reformatie" van de kerk, aldus besluit prof. Runia.

Hier sluit onze verontrusting bij die van prof. Runia aan. Wij weten dan ook maar één oplossing. Terug naar de zuivere Schriftuurlijk-bevindelijke Waarheid in de lijn der Geref. theologen, op het gevaar af voor ouderwets en bekrompen te worden versleten. Alleen in die weg komt er weer plaats voor een oproep (appèl!) tot bekering van onbekeerde en doemwaardige zondaren, die de zalving van Christus nodig hebben om een levend christen te worden genaamd. Dan zal de kerk haar verontrusten gaan tellen onder diverse categorieën, onder joden en heidenen, onder farizeeërs en tollenaren!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 april 1974

Daniel | 18 Pagina's

PROF. EN DE RUNIA VERONTRUSTEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 april 1974

Daniel | 18 Pagina's