ZIJN BLOED KOME OVER ONS EN OVER ONZE KINDEREN
Matth. 27 : 25
Irak, december 1968: „Op de tweede verjaardag van ons zoontje — ik was toen zeven maanden in verwachting van ons tweede kind — werd mijn man zomaar gearresteerd en weggevoerd. Sindsdien heb ik hem nooit meer teruggezien, levend of dood. Ik ben toen naar een invloedrijke arabische vriend gegaan cm hulp te vragen. Maar hij zei dat hij er niets aan kon doen . . . Was hij maar een moordenaar, dan had hij hem makkelijk vrij kunnen krijgen, maar ja .. . hij is een jood."
Een paar maanden later werd deze onschuldige Jood, na een kort schijnproces, samen met acht andere Joden (waaronder 2 minderjarigen), voor een belangstéillend publiek van duizenden, opgehangen op het Vrijheidsplein van Bagdad.
De jonge weduwe doet haar triest relaas over de afschuwelijke moord op haar echtgenoot en vertelt dat de discriminatie en vervolging van Joden nog steeds en hoe langer hoe erger wordt in landen als Irak en Syrië.
Ze kan nu alles vertellen, want men moet het niet wagen om in die landen over dit mensonterend onrecht te praten. Tot voor kort echter, durfden de Joodse vluchtelingen uit die arabische landen niet over deze schrijnende situatie te vertellen, aangezien de achtergebleven familieleden, vrienden of broeders door vergeldingsmaatregelen getroffen zouden kunnen worden. De situatie is echter dermate verslechterd voor de Joodse bevolkingsgroepen in die arabische landen dat langer te zwijgen slechts zou betekenen dat zij in alle stilte uitgeschakeld zouden worden. (. .)
In de beginjaren van het bestaan van Israël kwamen er stromen Joodse vluchtelingen aan; bijna een miljoen kwamen uit arabische landen. Zij moesten wel eerst, berooid als ze waren, in tenten en later in golfijzeren barakken ondergebracht worden. Zonder vliegtuigkapingen, zonder terreurakties en zonder de hele wereld in hun lot te betrekken, zijn deze vluchtelingen stilzwijgend en vanzelfsprekend opgenomen door hun broeders in Israël. Men noemt hen „het vergeten miljoen".
Het palestijns vluchtelingenprobleem zou ook al lang opgelost en vergeten zijn als hun arabische broeders, met het reusachtige olie-kapitaal en met de internationale bereidheid, hen op dezelfde wijze had• ontvangen. Maar inplaats daarvan houden de arabische landen hen kunstmatig in een vluchtélingensituatie voor hun politieke doeleinden."
Sinds het bestaan van Israël (1948) zijn er vele onschuldige Jodinnen en Joden gedood, omdat , , ze hebben het toch aan zichzelf te danken; ze hebben het zelf " Als je zo redeneert, wil je dan denken aan wat Revius gedicht heeft: , , 't En zijn de Joden niet Heer Jesu die U kruisten, noch die u spogen in 't gezicht."
De Stichting van de Arabische Joodse Vluchtelingen, De Ruwiellaan 13, Amstelveen, verdient ook onze steun.
Wat is de mens, als de Heere hem niet tegenhoudt!
„Begin '73 zijn in Syrië meer dan 20 Joodse mannen spoorloos verdwenen en is een afschuwelijke moord gepleegd op een gezin van vijf mensen, waar de lichamen in stukken werden gesneden en in koffers weggevoerd." (Visie)
De joden diew in de diaspora verkeren, mogen we ook niet uit het oog varliezen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 april 1974
Daniel | 20 Pagina's