DE KIBBOETS
Er was eens — het lijkt heel lang geleden, maar het gebeurde in 1910 — een groepje mensen, tien mannen en twee vrouwen, die een stukje land op de oostelijke oever van de Jordaan, ten zuiden van het Meer van Galilea gingen bewerken. Zij noemden zichzelf een „kwoetsa", wat in het Hebreeuws groep betekent, en hun dorp Degania „dagen" is Hebreeuws voor koren.
Het was eigenlijk te klein en te arm om als dorp beschouwd te worden, maar het was een kwoetsa. En het groeide al vrij snel uit. Zij die bleven sloten zich bij elkaar aan en zongen: „Wij zijn gekomen om het land op te bouwen en er zelf door herbouwd te worden". Een van de eerste kibboetsliedjes.
Deze eerste georganiseerde nederzetting wordt wel „de moeder van de kibboets" genoemd. De stichters waren Russische joelen, die aan deze „maatschappij in zakformaat" alle kenmerken gaven waaraan de utopostische staatvorm van b.v. Tolstoi moest voldoen.
1. Ieder lid gaf overeenkomstig zijn vermogens
2. Ieder ontving wat hij nodig had
Momenteel zijn er wel meer dan tweehonderd kibboetsiem (meervoud van kibboets) en ± 100.000 kibboetsniks. Dat is de naam voor alle kibboetsleden'. Hoewel de kibboetsiem zijn onder te verdelen in meer en minder strenge vormen — mosjav sjitoefi, mosjav, ovdim, mosjava — houden we het bij de kibboets, de meest ekstreme vorm van kollektiviteit.
Kibboetsiem zijn ook verschillend van grootte. Er zijn gemeenschappen die 1500 a 2000 leden tellen, er zijn ook groepen van slechts een paar dozijn. In de kibboets ontvangt niemand geld, alle levensmiddelen en kleding worden, naar gelang ieders behoefte, verstrekt door de nederzetting. Meestal heeft ieder echtpaar een eigen zitkamer, die tevens vaak dienst doet als slaapkamer, met een eigen douche.
De maaltijden worden in een gemeenschappelijke eetzaal gebruikt en de kinderen worden in gemeenschappelijke crèches grootgebracht.
Werken geblazen
’s Morgens om zes uur begint de dagtaak. De kibboetsleden gaan dan naar het sekretariaatsgebouw, waar ze op het mededelingenbord kunnen zien wat voor werk ze die dag moeten doen.
Hoewel vrouwen en mannen in principe hetzelfde werk moeten kunnen doen, werken de vrouwen vnl. in de grote keuken, de kindertehuizen, de wasserij, of de naai-
kamer, d.w.z. ze doen die werkzaamheden, die in het algemeen door elke huisvrouw gedaan moet worden.
Maar er staan ook vrouwen aan het hoofd van de moestuin, de kassen, de kippenhokken of de koestallen.
Na de dagtaak, of dat nou vaatwassen of sinaasappelen plukken is geweest, hoeft de vrouw zich niet meer met het huishouden bezig te houden.
De meeste leden gaan voor hun lunchhcofdmaaltijd naar de eetzaal.
Alleen degenen die op de verst gelegen velden werken nemen hun lunch mee en krijgen 's avonds een warm maal voorgezet. Na het werk is er dan tijd om zich op te knappen om daarna wat aandacht te bestéden aan de kinderen, die uit het kindertehuis gehaald worden.
Kibboetskinderen
Praten we over kinderen in de kibboets, dan moet wel onderscheid gemaakt worden tussen grenskibboetsiem en' die kibboetsiem, die meer landinwaarts liggen.
In de grenskibboetsiem leeft men dagelijks onder oorlogsdreiging, men moet ieder moment paraat zijn, om de kibboets, het stuk grondgebied te verdedigen.
Daarom werd een vorm gezocht waarin aan het kind een zo groot mogelijk gevoel van veiligheid zou kunnen worden gegeven, maar tegelijkertijd ook een vorm, waarbinnen het kind zich optimaal zowel geestelijk als lichamelijk zou kunnen ontwikkelen.
De ouders konden dat in de gegeven situatie niet opbrengen.
Daarom ontstonden er in het centrum van de kibboets kindertehuizen, waar een of meer vrouwen bij toerbeurt voor de verzorging en opvoeding zorgden. Tegenwoordig worden de kinderen vanaf de derde maand in de crèches verzorgd door daarvoor bevoegde verpleegsters of kinderverzorgsters.
De baby's worden in het ziekenhuis geboren eri gaan na verloop van tijd met de moeder mee naar de kibboets. De baby gaat meteen naar een babyhuis, waar de moeder zes weken het mag verzorgen en daarna weer gaat werken.
De baby blijft tot het één jaar is in het babyhuis. In het babyhuis zijn 10 tot 15 baby's met vier verzorgsters. De verzorgsters beginnen om 6 a 7 uur. De moeder rnag komen wanneer zij wil. Wil zij haar baby elke voeding zelf helpen, clan mag zij dat. Zo is het met het wassen ook.
De moeder spreekt af, of zij de volgende dag de baby wel of niet komt helpen zodat de verzorgsters er rekening mee kunnen houden. Als het goed weer is (en dat is het bijna altijd) staan de bedjes en boxen met de kinderen buiten.
De kleertjes die ze overdag aan hebben zijn van de kibboets. Het eten voor de kinderen (buiten de fles om) wordt in de centrale keuken klaar gemaakt. Alle was gaat naar de wasserij, wat kapot is gaat vandaaruit automatisch naar de naaikamer,
's Middags om ongeveer 15.00 uur komen de moeders of vaders hun kinderen halen en gaan ze mee naar huis tot ongeveer 19.00 uur.
Op de sabbath (zaterdag-rustdag) zorgen de ouders zelf voor hun kinderen. Drie maal in de week houdt een dokter spreekuur in cle kibboets. En vier maal in een jaar komt er een kinderarts. Zo zijn er ook weer aparte tehuizen voor de verschillende leeftijdsgroepen. Het kindertehuis bestaat uit speel-en slaapzaal, keukentje en badkamer en een toiletje, waar ze van hun éérste jaar al gebruik van maken.
De kinderen krijgen een heel vrije opvoeding, ze hebben veel speelgoed en je mag ze niet helpen rnet hun spel.
Ze worden al vroeg van het land Israël verteld. Kleuterscholen kennen ze niet in een kibboets. De kleuters krijgen wel veel handenarbeid en ook een voorbereiding voor de basisschool. Kinderen van zes jaar gaan naar de basisschool.
De eerste klas volgen ze nog in de kibboets waar ze alleen 's morgens les hebben van een kibboetsonderwijzer. De tweede klas volgen ze in een andere kibboets omdat dat een school is voor de kinderen uit diverse omliggende kibboetsiem. De kinderen worden met cle auto gebracht en gehaald. De schooluren zijn van 7.30—12.30 uur.
De kinderen krijgen veel huiswerk en geschiedenis is er een belangrijk vak (ons oude-testament). Vanaf de vierde klas krijgen ze Engels. Engels is de tweede taal in Israël. De kinderen blijven tot hun vijftiende jaar leerplichtig al leren de meesten door tot ze op hun achttiende in dienst moeten, zovel de jongens als cle meisjes.
Daarna beslist de kibboets of ze wel of niet verder mogen leren op kosten van de kibboets. De meisjes hebben een diensttijd van twee jaar, de jongens drie jaar. Als ze verder willen studeren en de kibboets raadt het hun af, dan moeten ze de studiekosten zelf verdienen. De kinderen tussen 7 en 15 jaar hebben wat beesten in de kibboets, zoals schapen, geiten, ganzen en wat konijnen die ze zelf moeten verzorgen.
De jongens en meisjes helpen van hun veertiende jaar af een dag in de week ergens op de kibboets. Een keer per maand moeten ze op sabbath in de keuken werken. In de vakanties is dat twee dagen per week.
In de zomervakantie die vanaf juni tot oktober duurt zijn ze verplicht een hele maand te werken.
Ze maken vanaf hun tiende jaar allerlei tripjes door het land om vertrouwd te raken met de geschiedenis. Elk stukje Israël heeft wel een geschiedenis.
Eén keer per jaar maken de kinderen onder leiding van het schoolpersoneel een tijoel (een grote schoolreis) van één week.
Je ziet ze dan al hobbelend in een open vrachtwagen door het land trekken.
Vrijdagavond-sabbath
Hoewel lang niet alle kibboetsiem orthodox zijn, heerst vrijdagavond overal een speciale sfeer. Het betekent een breken van de dagelijkse sleur, tijd om te rusten en te ontspannen — op vrijdag houdt men ook vroeger op met werken. In de orthodoxe kibboetsiem en waar synagoges zijn, gaan de leden voor de avondmaaltijd naar de vrijdagavonddienst. In de meeste kibboetsiem zijn de tafels met witte kleden gedekt, bloemen en kaarsen versieren' de eetzaal; aan het eten is extra zorg besteed — bijna traditioneel — met vis, vermicellisoep en kip. In de meeste kibboetsiem eet men kosher, maar alleen de vrome kibboetsiem staan onder rabbinaal toezicht.
Nieuwe immigranten
Voor vele pas aangekomenen in Israël is de kibboets meer dan een woonplaats. Vaak vestigen ze na enige tijd een nieuwe kibboets waar in tenten en barakken geleefd wordt.
Het land om hen heen lijkt dan hopeloos dor, maar zo zag Degania minder dan 60 jaar geleden er ook uit. Geen boom, geen vogel, alleen de grauwe vlakte omringd door kale bergen. De pessimisten voorspelden, dat Degania weer in het niets zou verdwijnen voordat de zomerhitte op zijn heetst zou zijn. De optimisten droomden dat in de komende jaren 40 families in hun bestaan zouden kunnen voorzien' door koren te verbouwen in de Jordaanvallei. Momenteel zijn er in die vallei een dozijn kibboetsiem en duizenden families. De bomen zien eruit alsof ze er altijd al gestaan hebben. Er is een weelderige plantengroei en het gezang van de vogels is niet van de lucht.
Ook industrie
Zweet en hard werken samen met bevloeiing en' intensieve landbouw maakten dit mogelijk. De kibboets begon met uitsluitend landbouw en breidde uit tot aanverwante industrieën zoals dozenfabrikage en conserven, om weer later ook anders industrieën op te bouwen, die o.a. produceren: watersproeiers, triplex, schoeisel, meubels. Degania, dat alleen maar graan zou verbouwen voegde onlangs aan het landbouwbedrijf een fabriek toe waar snijen polijstgereedschap gemaakt uit diamantsplinters gefabriceerd worden.
Het toerisme
Israël is zeer gesteld op bezoekers en verwelkomt toeristen' hartelijk. Het toerisme werd een belangrijk onderdeel van Israëls economie. Ook hier draagt de kibboets een steentje bij.
En de kibbcetsniks zijn er trots op dat ze de buitenlandse bezoeker de gelegenheid kunnen bieden van dichtbij hun unieke levenswijze te tonen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 maart 1974
Daniel | 24 Pagina's