JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

ISRAËL ..... TOEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ISRAËL ..... TOEN

11 minuten leestijd

„Leg je kleren maar op een stapel, je zult ze straks nodig hebben. Vanwaar zijn jullie? Uit Warschau, Parijs, uit Praag of Saloniki? Ga, neem een bad "

Er worden er honderden in het hok gedreven en

honderden wachten er op hun verstikking. Auswitz, Treblinka, Bergen Belsen, Dachau, Oraniënburg enz. enz.

Wie deze namen niet kent zal ook weinig begrijpen van de geschiedenis van de staat en het volk Israël.

Zonder huis, zonder dak, hier bij dag, daar bij nacht. Hoe zullen we ons in sneeuw en kou verwarmen, wie zal zich nog om ons erbarmen?

Zo schreef Alter Kazisne, in 1942 in Pernopol vermoord.

Reeds 4000 jaar is het Joodse volk een zwervend volk. De schiedenis van dit volk begint bij Abraham en de titel van dit artikel leidt ons da.i ook naar het eerste bijbelboek, waar ons beschreven wordt hoe de Heere Abraham, de stamvader van het volk Israël, bevel geeft om zijn land te verlaten. In het land Kanaan, dat hem door de Heere wordt aangewezen, worden Gods beloften vervuld: het geslacht van Abraham groeit uit tot een grcot en rijk bevoorrecht volk.

De veelbewogen geschiedenis van het volk Israël wordt ons beschreven in Gods woord tot op de tijd dat de Romeinse keizers hun macht hadden gevestigd in bijna de gehele toenmaals bekende wereld; ook Israël maakte deel uit van dit Romeinse imperium.

De earste aangrijpende gebeurtenis uit de ongewijde geschiedenis van het Joodse volk is da opstand, die in 66 na Chr. uitbreekt tegen de Romeinse onderdrukkers. Het drama, dat zich als gevolg hiervan over Israël gaat voltrekken, eindigt met de vervulling van Jezus' woorden, die Hij enkele dagen voor Zijn kruisdood tot de discipelen gesproken had. In het jaar 70 wordt Jerusalem door de Romeinse keizerszoon Titus veroverd; stad en tempel gaan in vlammen op, Het beleg heeft aan 1100.000 mensen het leven gekost; 97.000 gevangenen worden als slaaf verkocht. Toch had het volk Israël 60 jaar later weer zoveel kracht, dat het zich met succes verzette tegen keizer Hadrianus, die op de plaats van de verwoeste tempel te Jerusalem een godshuis voor Jupiter wilde oprichten. Onder leiding van Simon, die met een zinspeling op Numerie 24 vs. 17 Bar Kochba (zoon van de ster) werd genoemd

versloegen ze in enkele jaren de beste Romeinse troepen, die tegen hen in het veld werden gezonden. In 135 kwam het einde; de geschiedenis van Israël als natie in Palestina werd afgesloten. Het grootste deel der Joden leefde voort in de diaspora.

Het Joodse volk bewaart zijn eigen karakter

Men zou kunnen verwachten dat de Joden, verstrooid als ze waren over de gehele wereld, zich zouden hebben vermengd met de volkeren der landen, waartussen ze zich als minderheden gevestigd hadden. Dat dit niet gebeurd is, is grotendeels te danken aan het monumentale werk, dat na eeuwen lange studie ongeveer 500 na Christus voltooid werd, n.1. de Talmoed. Zij is na de wet en de profeten de meest samenbindende kracht geweest in het verstrooide Jodendom, doordat zij door haar nadere uitleg van de wetten van Mozes het gehele leven van de Jood tot in bijzonderheden regelde.

Uit de algemeene regels van de Mozaïsche wetten hadden de schriftgeleerden nl. bijzondere toepassingen op alle mogelijk voorkomende omstandigheden gemaakt. Voor die gevallen, waarin deze wetten' niet voorzagen, leidden zij door het trekken van konklusies en het kombineren van regels nieuwe voorschriften af, die aangepast waren aan de situaties waarin cle Joden, her en der verspreid, leefden. Zo stelde de Talmoed de Joden in staat zich aan te passen aan ieder tijdvak en aan iedere plaats, aan iedere maatschappijvorm en aan iedere vorm van beschaving, zonder dat het eigen karakter van het volk verloren ging.

Daarbij komt nog dat de Joden, al of niet gedwongen, in vreemdelingen'wijken of ghetto's gingen samenwonen. Daar zochten zij kontakt met hun volksgenoten: Zij vonden er een compensatie voor het ontbreken van hun vaderland, zij konden er de kuituur van hun volk beleven en verdiepen.

Het Antisemitisme

De onderlinge band tussen de Joden werd nog versterkt door de vele uittingen van antisemitisme, die door de eeuwen veel slachtoffers onder de nazaten van het oude bondsvolk gemaakt hebben.

Het is vooral in de periode der Middeleeuwen, in die tijd toen de Rooms-Katholieke kerk zo'n machtig stempel drukte op de samenleving, dat het Joodse volk zijn diepste vernederingen moest ondergaan. Dit houdt nauw verband met de opvatting, dat de heilsbeloften uit het Oude Testament slechts betrekking hebben op het geestelijke Israël. Het eertijds uitverkoren volk der Joden was verworpen. Door cle Heiland aan het kruis te nagelen, heeft het zijn heil verspeeld en' is het gedoemd, zoals de legendarische Ahasverus, rusteloos over de aarde rond te zwerven.

De machtigste paus der Middeleeuwen, Innocentius III, ging zover, dat hij op het Lateraans Concilie in 1215 voorschreef dat Joodse mannen als teken van uiterlijke vernedering een gele punthoed en hun vrouwen een gele sluier moesten dragen. Wanneer de geestelijke leiders op deze wijzen het eenvoudige volk voorgaan, dan is het geen wonder dat , , de moordenaars van Christus" vaak veel te lijden hebben gehad van de blinde volkshaat.

De Joden mochten geen lid zijn van de gilden, zodat hen slechts cle vodden-en geldhandel was toegestaan. Zij wisten het vaak tot een zekere welstand te brengen, waarbij zij zich niet ontzagen om van degenen die een geldlening bij hen afsloten, rente te vragen, die nogal eens opliep tot ongehoorde woeker. Temeer daar de kerk in de Middeleeuwen verbood om van de naaste rente te vragen, gTceiclen de Joden in die tijd tot de volkstypen, die in het geheugen der volken zijn blijven voortleven als afzichtelijke karikaturen, die als woekeraars de christenen uitbuitten, als parasieten mens en maatschappij bezoedelden.

Van de talloze Jodenvervolgingen noemen we die, welke verband hield met de zwarte dood, een pest-epidemie, die omstreeks 1350 West-Europa teisterde en 40 % van de bevolking grafwaarts sleepte. Men beschuldigde de Joden ervan, dat zij de bronnen hadden vergiftigd, waardoor de ziekte zou zijn ontstaan. De haatuitbarsting was voor het oude volk katastrofaal. Massamoorden op grote schaal roeiden honderden Joodse gemeenten in West-Europa uit.

Een eentonig verhaal

In de middeleeuwen zijn veel kruistochten georganiseerd, waarbij men getracht heeft het Heilige graf in Jerusalem aan de Turken te ontnemen. Daar in deze periode het lijden en sterven van Christus een belangrijke plaats innam in de gedachtenwereld van de gelovige middeleeuwer, ontwikkelde zich een fanatiek antisemitisme. Elke kruistocht begon met een pogrom en ook onderweg moesten cle „Christusmoordenaars" het zwaar ontgelden. Het scheen , , een even vrome daad om Joden te doden in Europa als Saracenen te doden in het Heilige Land".

Tegen het eind van de middeleeuwen duldden vele landen de Joden niet langer binnen hun grenzen. In 1290 werden ze uit Engeland verdreven, in 1394 volgde Frankrijk dit voorbeeld, in de 14e en 15e eeuw vonden deportaties uit verschillende centra uit het Duitse Rijk plaats, in 1492 werden alle Spaanse Joden die zich tegen bekering verzetten, verbannen. Velen zochten een toevlucht in de landen van Oost-Europa, maar ook daar werd hun geen rust gegund. De talloze pogroms, die zelfs door cle gezaghebbers aldaar werden aangemoedigd, hebben vele Joden het leven gekost.

Nog slechts enkele decennia geleden gaf Adolf Hitier met zijn dwaze rassentheorieën aan het demonische antisemitisme zo'n krachtige impuls, dat 6 miljoen Joden, dit is ruim een derde deel van alle Joden die de wereld bevolkten, een ellendige dood stierven in de concentratiekampen en de gaskamers. Deze blik in het verleden moet ons tot ootmoed brengen jegens het volk, dat eenmaal zoveel gunsten heeft genoten. Het meest beschamend voor ons is dat de kerk mede een rol gespeeld heeft in het antisemitisme, al was het alleen maar doordat ze nagelaten heeft het met alle kracht te bestrijden.

Het is daarom te begrijpen dat de Joden zich sceptisch opstellen tegenover de kerk en de christenheid. In plaats dat ze hen door het Evangelie van Christus tot jaloersheid verwekten, vervulden ze hen met vrees en diepe afkeer. Het verheugt ons in dit verband te kunnen opmerken dat sedert de kerkhervorming in ons land geen Jodenvervolgingen meer hebben plaatsgevonden en dat Nederland eeuwenlang een toevluchtsoord is geweest voor verdreven Joden.

Het Zionisme

Alle eeuwen door heeft bij veel Joden het verlangen in het hart geleefd om nog eens te mogen terugkeren in het land der vaderen, naar Zion, de heuvel te Jeruzalem waar eens de tempel stond. Het antisemitisme is een machtige stimulans geweest voor het streven naar een eigen vaderland. De Joodse paasgroet: , , Het volgende jaar in Jerusalem", die meer een gebed dan een groet was kreeg op het eind van cle 19e eeuw vorm en organisatie.

De man, wiens naam onlosmakelijk is verbonden aan het Zionistisch streven, is de journalist Theodoor Herzl. Hij woonde in 1894 in Parijs het geruchtmakende proces tegen de Joodse kapitein Alfred Dreyfus bij, om hierover een verslag voor een Weense krant te schrijven. Dreyfus werd onschuldig veroordeeld tot levenslange verbanning naar het Duivelseiland. Dit vonnis was een uiting van bewust antisemitisme, dat in Franse militaire kringen uitermate populair was. Theodoor Herzl werd zó geschokt door de ontstellende Jodenhaat, die zich tijdens en na het proces openbaarde in de kreet „de dood aan de Joden", dat hem, zoals hij later zelf schreef „de schellen van de ogen vielen". Het werd hem duidelijk dat hij als Jood even vaderlandsloos en onbeschermd was als Dreyfus.

In 1896 schreef hij zijn boek „Der Judenstaat". Het volgende jaar vond. reeds onder zijn leiding het eerste Zionistische congres plaats, dat daarna jaarlijks werd gehouden. Totaal overwerkt stierf Herzl in 1904 op slechts 44-jarige leeftijd aan een hartkwaal. Een van zijn romans draagt als ondertitel: „Als ge wilt, is het geen sprookje". Nog geen halve eeuw later zou zijn verlangen vervuld worden.

De Balfour-Deklaration.

Rond de eeuwwisseling begonnen steeds meer joodse immigranten zich in Palestina te vestigen. Ze waren vooral afkomstig uit de ghetto's van Oost-Europa, waar de herhaaldelijk uitbrekende pogroms hen het leven bijna onmogelijk maakte.

Toen de eerste wereldoorlog uitbrak, bevonden zich in Palestina een 80.000 Joden, die 10% van de totale bevolking uitmaakten. Zij bezaten ongeveer 14% van de bebouwbare oppervlakte van Palestina; deze stukken land hadden de Arabieren in alle vrijheid aan hen verkocht.

Tijdens de eerste wereldoorlog behaalden cle Zionisten op 2 november 1917 een groot sukses, daar de Engelse minister van Buitenlandse Zaken, Balfour, beloofde dat hij „de oprichting van een nationaal tehuis voor het Joodse volk in Palestina zou bevorderen". Engeland, dat in zijn bange worsteling met de Duitsers iedere steun gebruiken kon, wilde hiermee de Joden in de wereld een vriendelijkheid bewijzen met de bijgedachte, daarmee de invloedrijksten onder hen aan zich te verplichten. Ook betekende het een beloning voor de Joodse hoogleraar in de chemie te Manchester, Dr. Chaim Weizmann, die belangrijke ontdekkingen gedaan had op het gebied van springstoffen. Met deze verklaring heeft Engeland zich in een moeilijk parket gebracht, temeer daar het ook enkele, zij het onduidelijke en soms tegenstrijdige, beloften gedaan had aan de Arabieren wat betreft het toekomstige lot van de Arabische landen, die tijdens de wereldoorlog van de Turken werden bevrijd. Na de oorlog kreeg Engeland het mandaat (het bestuur namens de volkenbond) over Palestina; ze heeft hier echter weinig genoegen van beleefd, daar de Arabieren met steeds meer gemengde gevoelens de komst van zoveel Joodse immigranten gadesloegen.

Spanningen tussen Joden en Arabieren.

Toen in de dertiger jaren veel Joodse vluchtelingen uit Hitler-Duitsland zich in Palestina vestigden, waarmee een nieuw type immigranten (geleerden, medici, juristen, ingenieurs, zakenlieden enz.) zijn intrede deed, kwam het tot steeds grotere botsingen tussen Joden en Arabieren. Onlusten en pogromachtige manifestaties volgden elkaar in een steeds sneller tempo op. Bij deze confrontatie van belangen kozen de Engelsen in het algemeen de kant van de Arabieren. Het dieptepunt voor de Joden in Palestina kwam aan de vooravond van de tweede wereldoorlog in 1939, door de publikatie van het beruchte Engelse Witboek. Hierin werd verklaard dat er in Palestina geen grond meer kon worden aangekocht, dat de immigratie van Joden afhankelijk zou worden gesteld van de goedkeuring door de Arabieren en dat Palestina een onafhankelijke staat zou worden onder Arabische leiding. Het Witboek werd door de Joden veroordeeld als een schending van de voorwaarden van het mandaat. Over de gehele wereld stegen protesten op tegen de gewijzigde houding van Engeland jegens de Joden.

De katastrofe, die het Joodse volk in cle tweede wereldoorlog trof, bracht nogmaals op indringende wijze het probleem van het ontberen van een eigen nationaal tehuis onder de aandacht van de wereldopinie. Vele Joden, die de concentratiekampen en de gaskamers van de nazi's hadden overleefd, trachtten, vaak levensgevaarlijk opgepropt op wrakken van schepen, Palestina binnen te komen. Wanneer deze schepen voor de kust onderschept werden, werden ze meestal naar Haifa gebracht door de Britse marine. Daar werden de teleurgestelde passagiers dan overgeladen op een militair transportschip, dat hen naar Cyprus vervoerde, waar speciale gevangenkampen waren ingericht.

Zwaar bekritiseerd over deze handelswijze en de spanningen tussen Joden en Arabieren in het Midden-Oosten moede, besloot Engeland in 1947 het mandaatschap neer te leggen. In november van dit jaar sprak de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties met tweederde meerderheid zich uit voor een door een V.N.-commissie ontworpen plan, waarbij Palestina werd verdeeld in een Arabische en een Joodse staat. Op de historische datum 14 mei 1948 werd daarop de nieuwe staat door premier Ben Goerion geproclameerd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 maart 1974

Daniel | 24 Pagina's

ISRAËL ..... TOEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 maart 1974

Daniel | 24 Pagina's